Name ship: BALDUR

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1920
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO number: 5285174
Nat. Official Number: 10538 GRON 1922
Category: Cargo vessel
Propulsion: Aux. Sailing Vessel
Type: Schooner
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: A.G. Friedrich Krupp, Germaniawerft, Kiel, Germany
Yardnumber: 387
Date Laid Down:
Launch Date: 1920-07-00
Delivery Date: 1920-10-00
Technical Data

Engine Manufacturer: Apenrader Motorenfabrik Heinrich Callesen A/S, Denmark
Engine Type: Engine, Hot bulb (gloeikop)
Number of Cylinders: 2
Power: 35
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Callesen Type 9 7/8-11 3/8
Speed in knots:
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 125.21 Gross tonnage
Net Tonnage: 82.21 Net tonnage
Deadweight: 160.00 tons deadweight (1016 kg)
 
Length 1: 31.12 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 27.96 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 6.29 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.10 Meters Depth, moulded
Draught: 2.89 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1935-00-00: 1935 gehermotoriseerd: 2tew 2 cil 100 Pk Volund.

1957-00-00: 1957 nieuwe hoofdmotor: 2tew 3 cil 135 Pk Frederikshavn Type (200x340) 8,5 Kn. Verbouwd tot kustvaarder.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1920-10-00 BALDUR
Manager: Hirtz, Kiel, Germany
Owner: Fried. Krupp A.G., Kiel, Germany
Shareholder:
Homeport / Flag: Kiel / Germany
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1922-02-14 BALDUR
Manager: Klaas Dost, Groningen, Netherlands
Owner: Klaas Dost, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NGJK
Additional info:

Date/Name Ship 1930-01-07 BIRGITTA
Manager: Ölands Cement A.B., Degerhamn op Öland, Sweden
Owner: Ölands Cement A.B., Degerhamn op Öland, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Degerhamn op Öland / Sweden
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1935-10-00 BIRGITTA
Manager: Nils Chr. Strömberg, Aalborg, Denmark
Owner: Nils Chr. Strömberg, Aalborg, Denmark
Shareholder:
Homeport / Flag: Aalborg / Denmark
Callsign: OYMT
Additional info:

Date/Name Ship 1938-03-00 PRINS GEORG
Manager: Arthur E. Henriksson, Gothenburg, Sweden
Owner: Arthur E. Henriksson, Gothenburg, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Gothenburg / Sweden
Callsign: SHXK
Additional info:

Date/Name Ship 1967-00-00 BIRGITTA
Manager: Partrederi Carl Torsemark, Gothenburg, Sweden
Owner: Partrederi Carl Torsemark, Gothenburg, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Gothenburg / Sweden
Callsign: SHXK
Additional info:

Date/Name Ship 1967-09-00 BIRGITTA
Manager: Ragnar Jacobsen, Oslo, Norway
Owner: Ragnar Jacobsen, Oslo, Norway
Shareholder:
Homeport / Flag: Oslo / Norway
Callsign: LMJG
Additional info:

Date/Name Ship 1977-10-00 STORM AINE
Manager: Nils O. Kalve, Oslo, Norway
Owner: Nils O. Kalve, Oslo, Norway
Shareholder:
Homeport / Flag: Oslo / Norway
Callsign: LMJG
Additional info:

Ship Events Data

1920-00-00: Voor eigen rekening van de werf gebouwd. Op 7 januari 1922 door Gebr. Mühring's Scheepvaart- & Handelmaatschappij te Rotterdam gekocht, op 14 februari 1922 voor HFl. 22.000,-- doorverkocht aan Klaas Dost. (Blijkens verklaring van den scheepsmeter te Gouda d.d. 10 Juni 1922 no. 325, is het vaartuig gebrand met het merk 10358 GRON 1922.)

1922-02-14: Dagregister deel 23, nummer 455, den negentienden Juni 1900 twee en twintig. De ondergeteekende Klaas Dost, scheepskapitein, wonende te Groningen, verklaart dat hij blijkens koopakte, den 14 Februari 1922 verleden voor notaris Gouverne te Groningen, welke akte is overgeschreven ten hypotheekkantore te Groningen, 16 Februari 1922 in deel 43 no. 10358 (schepen en vaartuigen), heeft aangekocht het stalen zeilschip met hulpmotor genaamd “Baldur” groot bruto 124.91 register ton en netto 90.96 ton, dat na hermeting het schip bleek eene grootte te hebben van bruto 354.70 m3 of 125.21 tonnen van 2.83 m3 en netto 232.90 m3 of 82.21 tonnen van 2.83 m3 blijkens duplicaat meetbrief voor zeeschepen getekend te Rotterdam 15 Juni 1922 no. 3118, weshalve ondergetekende den heer Hypotheekbewaarder verzoekt de hermeting in zijne registers te willen boeken zoals hiervoor vermeld. Het schip is gebrand 10358 GRON 1922. Groningen 19 Juni 1922. K. Dost. (In de kantlijn staat bijgeschreven: Opnieuw gebrand 721 Z.)

1924-04-11: Rotterdamsch Nieuwsblad 12-03-1925: Nieuws op scheepvaartgebied. Een aanvaring in de Oostzee. Op 11 April 1924 had in de Oostzee een aanvaring plaats tusschen den Nederl. motorschoener „BALDUR" uit Groningen en een visschersvaartuig, waardoor laatstgenoemd vaartuig met een gedeelte der bemanning is vergaan. De Raad voor de Scheepvaart heeft een onderzoek ingesteld naar de oorzaak van dit ongeval. De schipper-eigenaar van den motor schoener, woonachtig te Groningen, had reeds in Duitschland terecht, gestaan, waar hij eerst tot een gevangenisstraf werd veroordeeld, die later in een geldboete is veranderd en werden daarom buiten eede door den voorzitter, prof. mr. M. B. Taverne, ondervraagd. De „BALDUR" kwam ter hoogte van Memel bij N.-Westelijke windrichting, met alle zeilen bij, over stuurboord aanvaren, koersende N.O. t. 0., ongeveer 5.6 mijlen uit de kust. Men kwam van Denemarken met een lading superfosfaat. De visschersboot kreeg men 's middags om 12 uur over stuurboordsboeg in zicht, op ongeveer 1 K.M. afstand. Deze boot wilde, naar het oordeel van getuige, zich met den schoener mee laten sleepen. Daarom bleef zij, aanhoudend voor den boel van den schoener heen en weer zeilen. De „Baldur" naderde het scheepje meer en meer. Men dacht het op plm. 100 M. af stand te kunnen passeeren, toen het visschersscheepje plotseling door den wind ging, en de zeilen neer gooide. Bij de aanvaring, die daarop volgde, voer de schoener de visschersboot middendoor. Getuige verklaarde dadelijk de groote sloep te hebben gestreken en een reddingboei, benevens de touwladder buitenboord te hebben geworpen. Vier der opvarenden werden gered. De zes overigen zijn echter verdronken. Nadat een matroos van de „Baldur"nog verklaard had, dat de schoener dadelijk de schoten los had gegooid en volle kraoht achteruit had geslagen, werd door een Inspecteur voor de Scheepvaart nog advies in deze zaak uitgebracht. Naar de meening van den inspecteur is de schipper van de „Baldur" ten onrechte door de Rechtbank en het „See-amt" veroordeeld. De „Baldur" had een snelheid van 150 M. per minuut. In deze omstandig heden oordeelde spr. het een zeer roekelooze daad van den visschersman om de zeilen neer te gooien. Ook begreep de inspecteur niet, dat de bemanning van de visschersboot niet de riemen ter hand heeft genomen, om zich vrij te houden van den schoener. De Duitsche rechter heeft z.i. ten onrechte den nadruk gelegd op het feit, dat de „Baldur" zijn koers en vaart heeft behouden. De inspecteur verzocht ten slotte de Raad, zoo mogelijk langs diplomatieken weg, herziening van het Duitsche vonnis te bewerken. De Raad zal later uitspraak doen.

1925-02-20: Algemeen Dagblad 20-02-1925: Raad voor de Scheepvaart. De motorschoener „BALDUR" kwam op 11 April 1924 in de Oostzee ter hoogte van Memel in aanvaring met een visschersbootje, dat bij dat ongeval met een gedeelte der bemanning vergaan is. De Raad stelde een onderzoek in naar de oorzaak van dit ongeluk. De schipper van den motorschoener werd als getuige gehoord. De „Baldur" kwam met een lading superfosfaat uit Denemarken. Getuige zeide, dat de wind uit N. Westelijke richting blies, de koers was N O. ten O. alle zeilen stonden bij en ook de motor werkte; het schip zeilde over s.b. Ongeveer 1000 m vooruit had get. in lij het vissersbootje opgemerkt; de „Baldur" haalde dit schip, dat eveneens over s.b. zeilde, in; het visschersbootje ging plotseling overstag. Het bleef voor den „Baldur" zeilen en getuige was van meening, dat het zich wilde laten sleepen. Tot een afstand van 100 m genaderd, ging het visschersschip door den wind en de zeilen werden neergegooid. Een aanvaring volgde; de boeg van de ”Baldur" deed het bootje midscheeps doorbreken. Van de bemanning van het visschersvaartuig werden vier man gered, met ladder en boei, die van den „Baldur" waren uitgeworpen; ook de boot werd uitgezet. Zes leden van de bemanning van de visschersboot zijn bij de aanvaring verdronken. De schipper van den „Baldur" was in Memel door den rechter tot een gevangenisstraf veroordeeld; deze straf was echter in een geldboete gewijzigd. De inspecteur voor de scheepvaart achtte het gewenscht, langs internationalen weg het te Memel uitgesproken vonnis herzien te krijgen, indien de Raad een uitspraak mocht doen, gunstig uitvallend voor getuige. Den inspecteur was niet gebleken, dat de schuld hier bij den gezagvoerder van den „Baldur" lag; de navigatie van den visscher noemde hij roekeloos. De rechter in Memel zou de zaak niet met de noodige objectiviteit beoordeeld hebben. De Raad zal later uitspraak doen.

1925-05-14: Algemeen Handelsblad 14-05-1925: Inzake de aanvaring van den motorschoener "BALDUR" met een visschersboot. De Raad is van oordeel, dat het zonder waarschuwing neergooien van het zeil aan boord van de visschersboot een roekelooze manoeuvre was, welke onvoorwaardelijk af te keuren is. De Raad is echter tevens van oordeel, dat hiermede het beslissend woord betreffende de vraag of de schipper van de „Baldur" goed zeemanschap aan den dag heeft gelegd, niet is gesproken. De Raad nu is tot de conclusie gekomen, dat de schipper niet juist heeft gehandeld ook al is de eerste schuldige daad van de visschersboot uitgegaan. De voorstelling, dat de visschersboot als 't ware vlak voor den boeg hare zeilen neer heeft gegooid, is onaannemelijk. De Raad meent dat de conclusie is gewettigd, dat de „Baldur" niet onmiddellijk heeft afgehouden. Men kan het betreuren — en de Raad betreurt dit ten zeerste — dat de „Baldur" voor zulk een onverwachte manoeuvre van het andere schip werd gesteld. Dit noemt echter niet weg dat de schipper zich zelf in de positie had geplaatst waarop het verdacht zijn op zulke onverwachte gedragingen plicht was. Nu de Raad tot de de overtuiging is gekomen dat aan de "Baldur" de gelegenheid niet heeft ontbroken om de aanvaring — niettegenstaande de onverantwoordelijke manoeuvre van de visschersboot — te voorkomen kan de schipper van de „Baldur" niet vrij uitgaan.

1926-03-26: NRC 26.03.1926: Brightling Sea, 23 maart: De kapitein van de Nederlandse motorschoener 'BALDUR' 125 ton bruto, welk schip hier gisteren van Ejerslev aankwam, rapporteert, dat de schoener ter hoogte van Clacton een anker met 30 vadem ketting heeft verloren. Een ander anker met ketting zal ter vervanging van het verloren gegane van Nederland naar Londen gestuurd worden, alwaar het aan de schoener afgeleverd wordt.

1927-00-00: Schuttevaer 19 maart 1932: Een aantrekkelijke brug. Het Engelsche dagblad De Star meldt: Westminster Bridge en Nederlandsche motorschepen schijnen een groote aantrekkingskracht op elkaar uit te oefenen. Het Nederlandsche motorschip "Neptunus "van Groningen miste het midden van de middelste boog en beschadigde wat ijzerwerk van de brug en zijn eigen schoorsteen en opbouw. Het Nederlandsche motorschip "Roberta "gaf de brug een duw in 1931 en in 1927 voer het Nederlandsche motorschip "Baldur " tegen een van de middenpeilers op. Twee jaar geleden is ook een Engelsch schip de "Innisulva "tegen de brug opgevaren

1928-05-31: Op 31-05-1928 als BALDUR, zijnde een motorschoener, metende 354.70 m3 en toebehoorende aan Klaas Dost, schipper te Groningen, liggend te Randers (Denemarken), voorzien van nieuw brandmerk: 721 Z GRON 1928. (zie verklaring.)

1928-11-25: NRC 25.11.1928: Londen, 24 november: De Nederlandse schoener 'BALDUR' heeft in de haven van Esbjerg schade bekomen. De lading zal worden gelost. Het schip moet tijdelijk repareren.

1930-02-22: Algemeen Handelsblad 22-02-1930: Verkochte Schepen. De stalen motorseheener BALDUR (125 bruto-reg. tons), in 1920 te Kiel gebouwd en eigendom van kapitein K. Dost te Groningen is thans onderhands verkocht aan de Oland Cement A. B. te Degerhamn (in Zweden).

1977-00-00: Final Fate: In 1977 lek geworden en in de Oslofjord aan de grond gezet. Opgelegd. In 08-1981 gezonken, gelicht en daarna gesloopt in Naersnes aan de Oslofjord.

Ship Masters Data

Images


Description: De BALDUR op 2 mei 1927, liggend te Nykjöbing - Falster
Image type: Photo

Description: Motorschoener BALDUR, op 2 mei 1927 liggend te Nykjöbing (Falster)
Image type: Photo

Description: De BALDUR in volle zee
Image type: Photo

Description: De BALDUR, op 11 mei 1924 liggende te Åhus (zuid Zweden)
Image type: Photo

Description: Verklaring bewaarder.
Image type: Photo

Description: Prins George 1920 ex Birgitta ex Baldur.
Image type: Photo

Description: Prins George 1920 ex Birgitta ex Baldur.
Image type: Photo
Sources