Name ship: CONFIANCE

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1882
Classification Register: Germanischer Lloyd (GL)
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Tjalk
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts:
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Iron
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: E. & C. Maathuis, Sappemeer, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date:
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage: 71.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 58.00 Net tonnage
Deadweight: 125.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1:
Length 2: 24.25 Meters Registered
Beam: 4.95 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.12 Meters Depth, moulded
Draught: 2.07 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1897-00-00 CONFIANCE
Manager: Geert Hindriks, Wildervank, Netherlands
Owner: Geert Hindriks, Wildervank, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Wildervank / Netherlands
Callsign: NKVJ
Additional info:

Ship Events Data

1882-00-00: In 1882 gebouwd als binnenschip "Paulina Marie". In 1897 verkocht aan Geert Hindriks en in de zeevaart, hernoemd "Confiance".

1907-04-00: Final Fate: NRC 21.04.1907: Kiel, 19 april. De met mais geladen Groninger tjalk “Confiance” is in de Oostzee lek gesprongen en doordat de pompen door de lading verstopt geraakten, is dit vaartuig gezonken. De kapitein G. Hindriks, zijn vrouw en overige bemanning werden gered en te Holtenau geland. DS 24.04.1907: Kiel, 19 april. Het Nederlandse zeilvaartuig “Confiance” is in de mond van de Schlei gezonken. De opvarenden zijn gered. PGC 06.07.1907: Flensburg, 2 juli. Het Seeamt behandelde heden het zinken van de Groninger ijzeren tjalk “Confiance”, schipper G. Hendriks, nabij Schleimünde op de reis van Bremerhaven naar Middelfahrt en verklaarde dat de oorzaak moet worden aangemerkt dat door de hoge zeegang de bevestiging van het bakboordszwaard is gebroken, in de scheepszij gestoken en daardoor lekkage in het schip heeft veroorzaakt. PGC 16.01.1908: Amsterdam,16 januari. Vervolgens diende de zaak tegen schipper G. Hendriks uit Hoogezand, gezagvoerder van het tjalkschip “Confiance”, dat op de reis van Bremerhaven naar Middelfart (Denemarken) met mais op 18 april 1907 in de Kleine Belt op 6 à 7 mijl van Schleimunde verongelukte. De uitspraak volgt later.

1907-04-00: VONNISSEN van den RAAD van TUCHT. Ongeval met het Nederlandsche Tjalkschip “Confiance “, Gezagvoerder G. Hendriks.
Het is den Raad gebleken, dat de Confiance, beladen met 119 ton mais, en bemand door den schipper Hendriks en twee Duitsche matrozen, den 9den April 1907 Bremerhaven verlatende met bestemming Middelfart den 13den April ’s avonds te Holtenau aangekomen, waar wegens tegenwind tot 18 April voor anker is blijven liggen: dat in den morgen van 18 April met N.W.-wind de reis vervolgd en te 6 uur Bülk gepasseerd werd, waarna Noordelijk werd gekoerst; dat tegen 10 uur de wind toenam met hagelbuien, zoodanig, dat tegen 12 uur een rif in het groot zeil werd gestoken en de jager neergehaald; dat men tegen 3 uur over bakboord ging den vuurtoren van Skjöldnes peilende in Noordelijke richting op een afstand van 6 mijlen; dat bij hooge zeeёn en stampend schip men tegen 5 uur over stuurboord gaande ontwaarde, dat het zwaard aan bakboordzijde door verbreking van het ijzerwerk in zee gleed en herhaaldelijk tegen den wand van het schip sloeg; dat het eerst na drie kwartier gelukte met koubeitels de ketting, waaraan het zwaard hing te kappen; dat intusschen gebleken was, dat water in het schip drong, ofschoon voor dit ongeval de pompen, die geregeld elke wacht gepeild worden, voortdurend lens waren; dat de pompen aan het werk werden, eerst die aan stuurboord, totdat deze te 71/2 ure plotseling verstop raakte, daarna die aan bakboord, welke echter spoedig ook gelijk lot onderging; dat alle pogingen om de pompen klaar te houden mislukten en in het schip het water voortdurend zoodanig steeg, dat men op lijfsbehoud bedacht, besloot het schip op het strand te zetten en daartoe over stag ging; dat echter het water bleef stijgen op zoo onrustbarende wijze, dat aan dat voornemen geen gevolg kon worden gegeven en te 9 3/4 uur schipper en bemanning in de boot gingen, van waaruit tegen10 uur zij zagen,d at het schip op zijde viel en wegzonk; terwijl men zich bevond in 10 vadum water, het vuur van Scleimünde in peiling West op circa 5 minuten afstand; dat de gezagvoerder vermoedt, dat door het slaan van het zwaard tegen het schip, hierin een groot lek ontstaan is, hetwelk het zinken van het schip heeft tengevolge gehad. De Raad acht dit vermoeden gewettigd, maar, wat hiervan zij, niets is hem gebleken, dat er op wijst, dat het ongeval te wijten zoude wezen aan eenige daad of nalatigheid van den schipper. Daarom komt de Raad tot dit besluit: Verklaart, dat niet gebleken is, dat het voormelde ongeval aan de “Confiance “overkomen, aan eenige daad of nalatigheid van den schipper Geert Hendriks voornoemd is te wijten; Spreekt dien schipper derhalve vrij.

Ship Masters Data

Images

Sources