Name ship: BART

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1938
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 6421907
Nat. Official Number: 1855 Z GRON 1938
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks, 2 winches
Lift Capacity: 2 ton each
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Scheepswerf J.J. Pattje & Zonen, Waterhuizen, Netherlands
Yardnumber: 173
Date Laid Down:
Launch Date: 1938-06-24
Delivery Date: 1938-08-16
Technical Data

Engine Manufacturer: Humboldt-Deutz Motoren A.G., Cologne (Köln), Germany
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 7
Power: 350
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Deutz Type (280x450)
Speed in knots: 10.50
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 435.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 229.00 Net tonnage
Deadweight: 550.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 34000 Cubic Feet
Bale: 32000 Cubic Feet
 
Length 1: 47.00 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 43.90 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.75 Meters Breadth, moulded
Depth: 3.31 Meters Depth, moulded
Draught: 2.17 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1938-08-16 BART
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Jan Dekker, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PCYQ
Additional info:

Date/Name Ship 1946-05-21 ROELF
Manager: E. Wagenborg's Scheepvaart- & Expeditiebedrijf N.V., Delfzijl, Netherlands
Owner: Vrachtvaart Maatschappij Gebr. Dekker, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHCQ
Additional info:

Date/Name Ship 1960-03-22 ARCA
Manager: R. Alberti & A. Cappello, Trieste, Italy
Owner: R. Alberti & A. Cappello, Trieste, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Trieste / Italy
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1961-00-00 ARCA
Manager: Vincenzo Cavarretta, Trapani, Italy
Owner: Vincenzo Cavarretta, Trapani, Italy
Shareholder:
Homeport / Flag: Trapani / Italy
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1963-00-00 OSJAK
Manager: Obalna Plovidba 'Vela Luka', Vela Luka (Korcula), Yugoslavia
Owner: Obalna Plovidba 'Vela Luka', Vela Luka (Korcula), Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Vela Luka (Korcula) / Yugoslavia
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1971-00-00 OSJAK
Manager: Dalmatinska Plovidba, Vela Luka (Korcula), Yugoslavia
Owner: Dalmatinska Plovidba, Vela Luka (Korcula), Yugoslavia
Shareholder:
Homeport / Flag: Vela Luka (Korcula) / Yugoslavia
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1972-00-00 OSJAK
Manager: Compania de Navigacion Lemina S.A., Panama, Panama R.P.
Owner: Compania de Navigacion Lemina S.A., Panama, Panama R.P.
Shareholder:
Homeport / Flag: Panama / Panama R.P.
Callsign:
Additional info:

Ship Events Data

1938-00-00: Gebouwd in opdracht van Harm Mulder Bzn en genoemd naar zijn tweede zoon Bartel. Tijdens de afbouw verkocht.

1938-06-25: NvhN 25-06-1938: Waterhuizen, 24 Juni. Van de scheepswerf „Waterhuizen" J. Pattje, is met goed gevolg te water gelaten het nieuwgebouwde m.s. "BART", gebouwd onder Lloyd s Register of Shipping en Scheepvaart inspectie van de Atlantische vaart. Het schip is groot 550 ton D.W. en zal van een 350 p.k Deutz Dieselmotoi worden voorzien.

1938-08-12: Op 12-08-1938 als BART, zijnde een motorvrachtschip, groot 1231.88 m3 bruto inhoud volgens meetbrief 's Gravenhage d.d. 06-08-1938 no. 5740, liggende te Waterhuizen, door J.L. Kleijn, scheepsmeter te Groningen, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1855 Z GRON 1938 op het achterschip aan stuurboordzijde in achterkant kombuis.

1938-08-17: NvhN 17-08-1938: Delfzijl. Op de Eems vond de goed geslaagde proefvaart plaats van het nieuwe m.s. BART, welk schip werd gebouwd op de scheepswerf „Waterhuizen", J. Pattje te Waterhuizen voor rekening van kapt. J. Dekker te Groningen, onder klasse Loyd's Register of Shipping, 100 A 1 en Scheepvaart-Inspectie, voor de Atlantische vaart. Het schip is van het raisedquarterdeck type met open bak, cruiserhek en plaat voorsteven, en heeft de stalen mast midscheeps, welke is voorzien van twee laadboomen voor lasten van twee ton. Bij elke laadboom is een motorlier geplaatst met een direct aangebouwde Deutz motor van 10 P.K. Op de bak is een nieuw model ankerlier opgesteld, die wordt aangedreven door een Deutz motor van 8 P.K. Deze motor is onder de bak opgesteld. De afmetingen van het schip zijn: 47.- x 7.80 x 3.30 M. met een d.w. van 550 ton en een bruto tonnage van 434 en een netto tonnage van 223 Reg. ton. Voor de voortstuwing is in de motorkamer een direct omkeerbare Deutz Diesel motor geplaatst welke in 7 cyl. uitvoering is met een vermogen van 350 P.K. en waarmede in ballast een snelheid van 11 mijl werd behaald. Verder is hier een Deutz motor van 10 P.K. als hulpmotor geplaatst.

1939-03-10: Algemeen Handelsblad 11-03-1939: Bart. (Londen, 10 Maart.) Het Nederlandsche motorschip „Bart" is op de Colne-rivier nabij Colchester in aanvaring geweest met de zeilbarge „Violet" waarbij de platen van het eerst genoemde schip boven de waterlijn werden ingedrukt.

1939-09-11: Algemeen Handelsblad 07-08-1940: Gezagvoerder gestraft. Door Raad voor de Scheepvaart. Gisteren heeft de Raad voor de Scheepvaart uitspraak gedaan, inzake de klacht van den inspecteur- generaal voor de Scheepvaart tegen den kapitein van het motorschip „Bart", wegens het niet opvolgen der voorschriften in oorlogstijd voor het aandoen der Nederlandsche zeegaten gegeven. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat de klacht gegrond moet worden verklaard. Aangeklaagde had op de hoogte behooren te zijn met de in de klacht bedoelde voorschriften, in oorlogstijd voor het aandoen der Nederlandsche zeegaten gegeven, zooals deze in den Zeemansgids voor de Nederlandsche kust" zijn vermeld. Aangeklaagde had zich stipt aan die voorschriften moeten houden ter vermijding van ernstig gevaar voor schip en schepelingen. Hij heeft die voorschriften echter overtreden doordien hij zonder toestemming van het aan den mond van den Nieuwen Waterweg aanwezige onderzoekingsvaartuig en zonder voornemens te zijn die toestemming te vragen, alsmede door in strijd met het hem vanwege de marine-autoriteiten gegeven bevel, is blijven varen in de richting van den Nieuwen Waterweg met de bedoeling den Nieuwen Waterweg binnen te varen. Aldus heeft hij schip en schepelingen aan gevaar blootgesteld. De Raad meent, dat, gelet op den ernst der gepleegde overtreding, aangeklaagde moet worden gestraft door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 der Schepenwet, voor den tijd van veertien dagen.
Bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 13 Augustus 1940, no. 156. Uitspraak van den Raad voor de Scheepvaart. No.91 Uitspraak van den Raad. voor de Scheepvaart in zake de klacht van den inspecteur- generaal voor de scheepvaart tegen Jan Dekker, kapitein van het motorschip Bart, wegens het niet opvolgen der voorschriften in oorlogstijd voor het aandoen der Nederlandsche zeegaten gegeven. Op 12 October 1939 is door den inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij den Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van den volgenden inhoud: ,,De inspecteur-generaal voor de scheepvaart; overleggende de verklaring van den luitenant ter zee 2de klasse K. M. R., F. Heyman, en het door den inspecteur voor de scheepvaart L. Korstanje ingesteld onderzoek; overwegende, dat daaruit blijkt, dat het m.s. Bart den Nieuwen Waterweg is genaderd op 11 September 1939 en dat de kapitein, hoewel door hem het onderzoekingsvaartuig is waargenomen, dat het 3-ballensein voer als vermeld in de „Zeemansgids voor de Nederlandsche Kust", bladzijde IX, niet gehandeld heeft als is voorgeschreven, zoodat een waarschuwingsschot moest worden afgegeven; overwegende, dat in de heerschende omstandigheden uit het niet stipt naleven van de voor het aandoen van Nederlandsche havens gegeven voorschriften gevaar kan ontstaan voor schip en opvarenden; overwegende, dat het de plicht van den kapitein is, bedoelde voorschriften nauwkeurig na te leven en dat nalatigheid daarvan moet geacht worden een misdraging op te leveren jegens de schepelingen; gelet op de artikelen 48 en 49 van de Schepenwet; stelt aan den Raad voor de Scheepvaart voor ter zake een onderzoek in te stellen en den kapitein van het m.s. Bart Jan Dekker te hooren." Een commissie uit den Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door den Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 18 Maart 1940 in tegenwoordigheid van den inspecteur-generaal voor de scheepvaart. De Raad verleende tegen aangeklaagde, die, hoewel behoorlijk opgeroepen om op de zitting te verschijnen, niet verschenen was, verstek en behandelde de zaak buiten zijn tegenwoordigheid. De Raad nam kennis van de overgelegde stukken, waaronder een door den inspecteur voor de scheepvaart in het 3de district L. Korstanje op den ambtseed opgemaakt proces-verbaal dd. 9 October 1939, inhoudende een verhoor van aangeklaagde Jan Dekker, wonende te Groningen. Uit de overgelegde stukken is het navolgende gebleken: Het motorschip Bart is een Nederlandsch vaartuig, roepnaam P C Y Q, thuisbehoorende te Groningen, metende 434,85 brutoregisterton en toebehoorende aan aangeklaagde. Een proces-verbaal, op 11 September 1939 opgemaakt door F. Heyman, luitenant ter zee der 2de klasse bij de K.M.E., houdt zakelijk in: dat op 11 September 1939 des namiddags te ongeveer 6.45 uur het motorschip Bart met zuidelijken koers voer naar den ingang van den Waterweg; dat volgens de verklaring van den commandant van Hr. Ms. Z 6 op dit bewakings- vaartuig eerst het vlaggesein ,,O N" (gij moet onmiddellijk bijdraaien, stoppen) werd gegeven en daarna op de stoomfluit de letter ,,K" (gij moet uw schip onmiddellijk tot stilstand brengen); dat op geen dier seinen door het motorschip Bart werd gereageerd; dat eerst nadat vanwege het marinevaartuig een los schot vóór den boeg van de Bart was gelost, laatstgemeld vaartuig de machine stopte. Aangeklaagde heeft bij zijn hierboven bedoeld verhoor aan den inspecteur voor de scheepvaart verklaard als volgt: Op 8 September 1939 is de Bart vertrokken uit Halden in Noorwegen. Toen aangeklaagde met het vaartuig voor den Nieuwen Waterweg kwam, zag hij twee torpedobooten, op één waarvan hij een sein zag, waarin zich twee vlaggen bevonden, die hij, omdat de vlaggen van hem afwoeien, niet kon onderscheiden. Hij dacht, dat het sein bestemd was voor de andere torpedoboot. Van een fluitsein heeft hij niets vernomen. Wel hoorde hij een kanonschot. Toen draaide zijn machine reeds langzaam om het schip recht voorgaats voor den Waterweg te brengen. Nadat een der torpedobooten nabij was gekomen, heeft hij de orders opgevolgd en is hij naar het onderzoekingsvaartuig gevaren, dat in de lichtenlijn meer naar buiten lag. Hij had het onderzoekingsvaartuig met het uit 3 ballen bestaande sein wel op eenigen afstand gezien, doch hij wist aanvankelijk niet wat dit beteekende. Aangeklaagde heeft destijds bij zijn verhoor door den luitenant ter zee F. Heyman verklaard, dat hem niets bekend was van de door de Nederlandsche Regeering getroffen maatregelen; dat hij ongeveer 3 weken vóór 11 September 1939 naar Noorwegen was vertrokken en tijdens de reis geen bericht uit Nederland heeft ontvangen, welke verklaring hij bij zijn verhoor door den inspecteur voor de scheepvaart blijkens diens proces- verbaal heeft aangevuld met de verklaring, dat hij zijn makelaar te Porsgrund in Zweden, terwijl hij in Krogstrand lag, heeft opgedragen om bij den vice-consul te Halden telefonisch te informeeren of deze eenige bijzondere mededeeling voor hem had; dat het antwoord op 7 September 1939 ontkennend luidde, tengevolge waarvan hij bij zijn vertrek uit Halden niet er mede bekend was, dat er een onderzoekingsvaartuig vóór den "Waterweg lag. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart heeft ter zitting van den Raad als zijn oordeel te kennen gegeven, dat het verweer van aange- klaagde als niet afdoende moet worden verworpen en de klacht gegrond moet worden verklaard. De Raad voor de Scheepvaart is van oordeel, dat de klacht gegrond moet worden verklaard. Aangeklaagde had op de hoogte behooren te zijn met de in de klacht bedoelde voorschriften, in oorlogstijd voor het aandoen der Nederlandsche zeegaten gegeven, zooals deze in de „Zeemansgids voor de Nederlandsche Kust" zijn vermeld. Aangeklaagde had zich stipt aan die voorschriften moeten houden ter vermijding van ernstig gevaar voor schip en schepelingen. Hij heeft die voor- schriften echter overtreden doordien hij zonder toestemming van het aan den mond van den Nieuwen Waterweg aanwezige onderzoekingsvaartuig en zonder voornemens te zijn die toestemming te vragen, alsmede door in strijd met het hem vanwege de marineautoriteiten gegeven bevel, is blijven varen in de richting van den Nieuwen Waterweg met de bedoeling den Nieuwen Waterweg binnen te varen. Aldus heeft hij schip en schepelingen aan gevaar blootgesteld . De Raad meent, dat, gelet op den ernst der gepleegde overtreding, na te melden straf moet worden toegepast. Mitsdien: Oordeelende bij verstek: Bestraft den aangeklaagde, Jan Dekker, geboren 1 October 1899 te Groningen, wonende aldaar, door hem de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein te varen op een schip, als bedoeld bij artikel 2 der Schepenwet, voor den tijd van veertien dagen. Aldus gedaan door de heeren mr, dr. F. C. van Geer, tweedeplaatsvervangend-voorzitter, A. L. Boeser en J. N. Egmond, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. H. B. Tjeenk Willink, en uitgesproken door den eerste-plaatsvervangend-voorzitter prof. mr. B. M. Taverne ter openbare zitting van den Baad van 6 Augustus 1940. (get.) F. C. van Geer. H. B. Tjeenk Willink. Voor eensluidend afschrift, H. B. Tjeenk Willink, Secretaris.

1940-02-10: De Maasbode 10-02-1940: m.s. Bart. IJmuiden. 9 Februari. Het van Harlingen naar Londen bestemde Nederl. m.s. Bart, uit Rotterdam, is hier binnen geloopen om den kapitein te ontschepen, die op zee ziek was geworden en de verdere reis niet kan meemaken. Wanneer deze door een anderen gezagvoerder is vervangen, zet het schip de reis voort. Naar wij vernemen, heeft het schip, tengevolge van den sterken ijsgang nabij de Wadden-eilanden aan den grond gezeten, doch daarbij oogenschijnlijk geen schade bekomen. Reeds in de haven van Nieuwediep heeft 'n onderzoek plaats gehad.

1940-03-05: Rotterdamsch Nieuwsblad 05-03-1940: Bart. Terneuzen, 4 Maart. Alhier is binnengekomen het Ned. Kustvaartuig “Bart”, dat tijdens den aanval op de “De Ruyter” in de nabijheid vertoefde. De “Bart” zelf werd niet aangevallen. Het schip kwam met een gehavende voorsteven binnen. Het had deze averij opgeloopen op de Theems, waar het eenigen tijd geleden met een ander Nederlandsch schip in aanvaring was geweest.

1940-05-16: Ingeschreven bij The Netherlands Shipping & Trading Co. te Londen. Bevracht door Freight Express. Nam van 26 mei tot 1 juni 1940 deel aan de operatie 'Dynamo' (evacuatie van Duinkerken) en redde 430 personen. Op 1 juni 1945 weer terug bij de eigenaar.

1949-04-16: Het Vrije Volk 16-04-1949: „Roelf" was de 3000ste. Het 435 ton metende m.s. Roelf, eigenaar Wagenborg te Rotterdam, viel de eer te beurt om vandaag 16 April als 3000ste schip te Rotterdam aan te komen. Het vorig jaar werd dit aantal eerst op 19 Mei bereikt.

1962-01-16: Onderweg met stukgoed van Triëst naar Lattakia lekgesprongen in de buurt van het eiland Unije. Op sleeptouw genomen door Italiaans mta 'Cristina Montanari' maar gezonken op 1 mijl buiten Mali Losinj op het eiland Korcula. De bemanning werd gered. Augustus 1962 gelicht door Brodospas en naar Rijeka gesleept, later naar Split waar zij op 7 december 1962 arriveerde. Door de bergers overgenomen, in januari 1963 verkocht, gerepareerd en weer in de vaart.

1985-07-00: Lag in juli 1985 in Valona (Albanië) in verwaarloosde staat en gedeeltelijk gezonken. In 1987 gesloopt. (Zie ook hoofdstuk 28 in het boek “De schippers Mulder”)

Ship Masters Data

Images


Description: Roelf 1938 (ex Bart)
Image type: Photo

Description: Osjak 1938 (ex Bart)
Image type: Photo
Sources