Name ship: BATAVIER I

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1915
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number: 9120 ROTT 1915
Category: Cargo vessel
Propulsion: Steamship
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Well deck
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 2
Construction Data

Shipbuilder: Maatschappij voor Scheeps- en Werktuigbouw Fijenoord N.V., Rotterdam, Netherlands
Yardnumber: 269
Date Laid Down:
Launch Date: 1915-04-24
Delivery Date: 1915-06-00
Technical Data

Engine Manufacturer: N.V. Maatschappij Voor Scheeps- & Werktuigbouw Fijenoord, Rotterdam, Netherlands
Engine Type: Steam, Triple Expansion
Number of Cylinders: 3
Power: 825
Power Unit: IHP (IPK)
Eng. additional info: 1 x 17 1/2, 29 & 46-36.
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 944.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 531.00 Net tonnage
Deadweight: 1450.00 tons deadweight (1016 kg)
Grain: 92000 Cubic Feet
Bale: 84000 Cubic Feet
 
Length 1: 231.5 Feet (British) Registered
Beam: 33.1 Feet (British) Breadth, extreme
Depth: 13.8 Feet (British) Breadth, moulded
Draught:
 
Passengers:
1st 2nd 3rd Steerage Deck Total
4 0 6 0 0 10
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1915-06-00 BATAVIER I
Manager: N.V. Scheepvaart-Maatschappij v/h Smith & Co., Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Scheepvaart-Maatschappij v/h Smith & Co., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NGQW
Additional info:

Date/Name Ship 1920-00-00 BATAVIER I
Manager: Wm H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Wm H. Müller & Co's Algemeene Scheepvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NGQW
Additional info:

Date/Name Ship 1926-00-00 BATAVIER I
Manager: Wm H. Müller & Co. N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Wm H. Müller & Co. N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NGQW
Additional info:

Date/Name Ship 1937-00-00 SANDENBURGH
Manager: Wm H. Müller & Co. N.V., Rotterdam, Netherlands
Owner: Wm H. Müller & Co. N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PHIH
Additional info:

Ship Events Data

1915-00-00: Aanvankelijk HOLLANDER, vóór de tewaterlating verdoopt in BATAVIER I.

1927-03-30: Op 30.03.1927 liggende te Rotterdam van een nieuw brandmerk voorzien: 1756 Z ROTT 1927

1935-01-06: De BATAVIER I had in de Elbemonding een aanvaring met het Engelse motortankschip BASSETHOUND. Het schip was op weg van Hamburg naar Rotterdam en kreeg schade boven de waterlijn Na een noodreparatie vervolgde de BATAVIER I haar weg naar Rotterdam.
(zie ook de verslagen van de R.v.d.S. bij STEP 10)

1954-02-00: Final Fate: De SANDENBURGH is begin februari 1954 voor sloop verkocht aan de N.V. Holland Scheepswerf & Machinehandel te Hendrik-Ido-Ambacht. Zij arriveerde medio februari 1954 op haar laatste reis aan de sloperswerf te Hendrik-Ido-Ambacht.

Ship Masters Data

Images


Description:
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description:
Image type: Photo

Description: het schip als SANDENBURGH
Image type: Photo

Description: 'Sandenburgh' bj 1915 (ex 'Batavier I')
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

Het Vaderland 130235
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam heelt een onderzoek ingesteld naar de aanvaring op 6 januari op de Elbe tussen het Nederlandse stoomschip BATAVIER I en het Engelse motortankschip BASSETHOUND.
De gezagvoerder, die ook werd gehoord over de vraag, of de aanvaring te wijten is aan een daad of nalatigheid zijnerzijds, heeft het volgende verklaard: De BATAVIER I was op 5 januari te 21.50 uur van Hamburg vertrokken naar Rotterdam. Onder loods aanwijzing voer hij de Elbe af; de loods is op 6 januari te 04.25 uur ontscheept bij het lichtschip Elbe III. Er stond een stijve NNO bries, de zee was woelig, het was ebtij en goed zicht. De kapitein stond met de tweede stuurman, een roerganger en een uitkijk op de brug. Te 05.28 zag hij NW ten W een rood licht en door middel van de morselamp 3 flashes groen voor de loods en nog meer lichtverschijnselen ter hoogte van het rode licht. Een topvuur is niet gezien. De kapitein dacht dat het een vaartuig wat dat gestopt lag voor een loods. Bij peiling bleek, dat de BATAVIER I het vaartuig enigszins door liep. Plotseling zag getuige even boven het rode een sterk wit licht en bemerkte dat het een stoomschip moest zijn; de BATAVIER I liep toen nog volle kracht. Het andere schip gaf een korte stoot op de fluit. De afstand was echter te kort om stuurboord roer te geven; getuige gaf twee korte stoten op de fluit en hard bakboord roer. Het andere schip gaf weer 1 korte stoot, getuige weer twee korte stoten. aangezien het andere schip hard naar bakboord kwam. Toen de aanvaring onvermijdelijk bleek, heeft de BATAVIER I volle kracht achteruit geslagen, maar haar voorschip kwam tegen het bakboord achterschip van het andere schip. Wij praaiden dit, aldus de kapitein verder, doch kregen geen antwoord. De BATAVIER I, die geen water maakte, is terug gestoomd en voor anker gegaan bij het lichtschip Elbe I. Aangezien de schade boven de waterlijn was en het schip geen water maakte, besloot men na voorlopige reparatie de reis naar Rotterdam voort te zetten. De kapitein weet de aanvaring hieraan, dat het toplicht van de BASSETHOUND later in het gezicht gekomen Is dan het rode boordlicht en daar het andere schip iets doorliep, dacht hij dat het gestopt lag voor een loods.
De 2e stuurman heeft verklaard, dat het zeer moeilijk uit te maken was, hoe het andere schip ten opzichte van de BATAVIER I lag. Even voor de aanvaring zag de 2e stuurman, dat het andere vaartuig een schip met afgebouwde campagne was, waarop het rode licht nogal hoog stond in verhouding tot het toplicht, hetwelk voorop geplaatst was. Volgens de tweede stuurman heeft de stand van de lichten bij de tegenligger waarschijnlijk veroorzaakt, dat de ligging niet eerder vast te stellen was. Toen het vaartuig voor het eerst in zicht kwam, was het witte even links van het rode licht en maar een weinig erboven, zodat moeilijk uit te maken was dat het een toplicht was en dit licht was verbazend sterk.
De inspecteur-generaal was van mening, dat de kapitein het schip te laat bemerkt heeft doordat hij met de stuurman druk bezig was koers te veranderen. Spreker heeft de indruk dat op de BATAVIER I de witte lichten, die de BASSETHOUND toonde, laat ontdekt zijn. Toen de kapitein ze echter ontdekte, was voor hem niet uit te maken wat het was. Het zien van een rood licht daarna moest hem tot de overtuiging brengen, dat het schip manoeuvrerend was; hij had het daarom voor zich over moeten laten gaan. Het enige wat de kapitein had kunnen doen om de aanvaring te voorkomen, wat hem dan ook allicht gelukt was, was direct te stoppen en volle kracht achteruit slaan. Als men op zo korte afstand een schip ziet dat maar langzaam doorzet, ontwijkt men het. Uitspraak van de Raad volgt later.

AH 120435
Raad voor de Scheepvaart. De aanvaring van de BATAVIER I in de mond van de Elbe.
Ten slotte deed de Raad uitspraak in zake de aanvaring van het Nederlandse stoomschip BATAVIER I met het Engelse motortankschip BASSETHOUND in den mond van de Elbe, in de nabijheid van het lichtschip „Elbe I". De Raad is van oordeel, dat deze aanvaring aan de schuld van de BATAVIER I is te wijten. Dit schip ziet een rood licht aan stuurboord en heeft dit schip te mijden. Dit is zulk een elementaire regel van navigatie, dat men zich afvraagt, hoe het mogelijk is, dat zulk een gewoon geval nu toch nog tot een aanvaring leidt. De kapitein heeft nu gemeend inderdaad het rode licht te kunnen mijden door te blijven doorvaren, er op rekenende, dat hij dan wel voor dat rode licht over zou kunnen gaan, hetgeen echter spoedig bleek niet te kunnen. De hoofdfout van de kapitein van de BATAVIER I is, dat hij aan het rode licht niet bijtijds de nodige ruimte heeft gegeven, hetgeen zijn plicht was. De kapitein heeft tot zijn verdediging aangevoerd, dat hij eerst geen toplicht bij het rode licht zag. En toen hij een toplicht zag, dacht hij aan een meeligger — juist het minst waarschijnlijke geval — en handelde daarnaar. Wanneer de kapitein in die ogenblikken van onzekerheid slechts had gestopt, dan ware nog alles voorkomen. De veronderstelling, dat het rode licht van een meeligger zou zijn, berust trouwens ook overigens op niets. Integendeel, er was voor de kapitein alle reden om deze veronderstelling absoluut te verwerpen, daar hij onder meer tevens verklaarde, dat hij bedoeld schip had zien flashen voor een loods, terwijl de BATAVIER I, gelijk de kapitein mede verklaarde, het loodsvaartuig al gepasseerd was. De Raad meent, dat hier een straf moet worden opgelegd en schorst de kapitein voor de tijd van veertien dagen.