Name ship: BERGSINGEL

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1954
Classification Register: Bureau Veritas (BV)
IMO number: 5619055
Nat. Official Number: 1464 Z LEID 1953
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Raised quarter deck
Masts: One mast
Rig: 2 derricks
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: D. & Joh. Boot N.V., Scheepsbouwwerf 'De Vooruitgang', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Yardnumber: 1230
Date Laid Down: 1953-08-12
Launch Date: 1954-01-21
Delivery Date: 1954-03-16
Technical Data

Engine Manufacturer: D. & Joh. Boot N.V., Motorenfabriek 'De Industrie', Alphen aan den Rijn, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 4-stroke single-acting
Number of Cylinders: 6
Power: 450
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Industrie Nr. 4056 Type 6D7 (320x480)
Speed in knots: 10.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 399.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 250.00 Net tonnage
Deadweight: 560.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 32790 Cubic Feet
Bale: 29830 Cubic Feet
 
Length 1: 48.20 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 44.22 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 8.19 Meters Breadth, moulded
Depth: 4.12 Meters Depth, moulded
Draught: 3.24 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1953-10-22 BERGSINGEL
Manager: N.V. Invoer- & Transportonderneming 'Invotra', Rotterdam, Netherlands
Owner: N.V. Invoer- & Transportonderneming 'Invotra', Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDAX
Additional info:

Ship Events Data

1953-11-02: Op 02-11-1953 als BERGSINGEL, zijnde een stalen motorschip in aanbouw, nog niet gemeten, liggende te Alphen a/d Rijn, door A.P. Blok, ambtenaar bij de Scheepsmetingsdienst te Amsterdam, van haar brandmerk voorzien door het inbeitelen van 1464 Z LEID 1953 op het achterschip aan B.B. zijde in achterkant van het schot achterdekhuis, 7.40 m. uit hekplaat, 1.90 m. uit lengteas en 1.30 m. uit dek.

1955-04-14: Het Vrije Volk 14-04-1955: “Bergsingel” aan de grond. Het 399 metende kustvaartuig „Bergsingel" van de N.V. Invoer en Transport Onderneming Invotra te Rotterdam is bij Quimper (Frankrijk) in de rivier op een bank vastgelopen. Tot nog toe is het het schip niet gelukt op eigen kracht vlot te komen, doch men hoopt alsnog dat dit zonder sleepboot- hulp gelukken zal. De „Bergsingel" was 12 April uit Quimper vertrokken met bestemming Avonmouth.

1956-05-01: Op 1 mei 1956 bij Karehamn op een onder water voorwerp gestoten en in zinkende toestand bij Oland aan de grond gezet; op 4 mei vlot gebracht en na herstel weer in de vaart.
NvhN 02-05-1956: Het Nederlandse m.s. Bergsingel uit Rotterdam is dinsdag bij Karehamn aan de oostkust van het Zweedse eiland Oeland aan de grond gezet, nadat zich een ontploffing op het schip had voorgedaan. De juiste oorzaak van de ontploffing is nog onzeker. Men vermoedt dat de Bergsingel op een mijn gelopen is. Een reddingvaartuig is bij de Bergsingel aangekomen.
NvhN 03-05-1956: M.s. Bergsingel niet op mijn gelopen. Het Nederlandse motorschip „Bergsingel" dat dinsdag nabij Kaarehamn op het Zweedse eiland öland na een ontploffing aan de grond werd gezet, is niet op een mijn gelopen. Dit is woensdag te Stockholm door Zweedse marine-autoriteiten bekend gemaakt.
NvhN 05-05-1956: De Bergsingel weer vlot. Het Nederlandse motorschip Bergsingel uit Rotterdam, dat, zoals wij meldden, dinsdag te Kaarehamn, op het Zweedse eiland Ölan, na een aanvaring met een onbekend voorwerp aan de grond werd gezet, is vrijdag weer vlot gekomen. Een deel van de lading, bestaande uit kippengrit, is overboord geworpen. Na een voorlopige reparatie zal het schip naar Norrköping gaan voor verder herstel.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van vrijdag 30 augustus 1957, nr, 168 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: Nr.52 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake het lek worden van het motorschip „Bergsingel" toen het varende was langs de oostkust van Oland. Op 1 mei 1956 is het motorschip „Bergsingel", dat op de reis van Scheveningen naar Norrköping varende was langs de oostkust van Oland, lek geraakt en is, om zinken te voorkomen, aan de grond gezet. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de Raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van dit lek worden. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 24 juli 1957, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De Raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein, de stuurman, de roerganger en de motordrijver, zomede van de te Norrköping en Stockholm afgelegde scheepsverklaringen, de scheepsen machinedagboeken, 2 deviatietabellen van de kompassen en de Zweedse kaart nr. 332: Ostersjön, en hoorde de kapitein J. H. van der Varst als getuige. Uit de verklaringen en bescheiden is de Raad het volgende gebleken: Het motorschip „Bergsingel" is een Nederlands schip, toebehorende aan N.V. „Invotra" Invoer en Transportonderneming, te Rotterdam. Het meet 399,3 brutoregisterton en wordt voortbewogen door een 450 pk Industrie 4 t.e.w.-motor. Op 27 april 1956, te 16.30 uur, vertrok de „Bergsingel", beladen met 530 ton kippengrit, van Scheveningen met bestemming Norrköping en Stockholm. De diepgang was vóór 9'06", achter 11'10". De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 9 personen. De route werd genomen door het Kielerkanaal en de kapitein wilde later door de Kalmarsund varen. Toen het schip op 30 april 1956, nadat Utgrunden was gepasseerd, veel ijs ontmoette, besloot de kapitein te 22.30 uur terug te keren en beoosten Oland langs te gaan. Op 1 mei, te 0.20 uur, werd Utgrunden weer gepasseerd op een halve mijl aan bakboord; de log wees 90 aan. De koers hierna was 170° r.w.; de variatie was 0°, de deviatie van het standaardkompas min 2°, die van het stuurkompas 0°. Te 1.30 uur werd Olands Södra Udde gepasseerd 80° r.w. op 3˝ mijl afstand, bij logstand 1,5. Te 2.30 uux werd de kqers 63° r.w.; de log wees toen 8,6 aan. Te 2.45 uur nam de stuurman, die de wacht had, een goede kruispeiling. Te 3.26 uur werd Olands Södra Grund 128° gepeild; vanaf 3.28 uur werd 18° r.w. gestuurd en na 4 uur, toen de log op 22,5 stond, 20° r.w. Het echolood stond bij. Het was goed weer met regenbuien, maar met goed
zicht; de wind was N.0.-4 en men ondervond geen noemenswaardige stroom. Het schip stuurde goed. Te 5.10 uur werd Segerstad op 3,3 mijl afstand aan bakboord gepasseerd. De afstand werd bepaald door 4-streekspeiling. de log wees 31 aan en het echolood gaf een diepte van 22 meter. Te 6 uur nam de kapitein de wacht over. Te 8 uur wees de log 52,5 aan. De wal was te zien, maar er waren toen geen punten om te peilen. Te 8.30 uur peilde de kapitein Kapelludden op 4 streken aan bakboord, 335° r.w.; het lood gaf een diepte van 23 m, de log stond op 55,5. Te 8.40 uur voelde de kapitein een schok, alsof men tegen iets opvoer, maar er was niets te zien. Daar de 2de machinist de kapitein meldde, dat er water in de motorkamer liep, heeft de kapitein de slagen geminderd tot zeer langzaam en het schip met de kop op zee gelegd. Hij liet direct alle hens uitporren, liet de pompen bijzetten en de sloepen klaarmaken om te strijken en gaf order de zwemvesten om te doen. De kapitein controleerde de laatste peiling van de wal en de loding nog eens, doch deze bleken juist te zijn. Het was moeilijk de vloerplaten in de motorkamer op te nemen, daar deze vastgeschroefd waren. Het gelukte na enige tijd de platen aan bakboord los te nemen, maar aan stuurboord, waar het lek moest zitten, was dit niet mogelijk, daar weldra het water boven de platen stond. Daar ondanks pompen het water in de motorkamer bleef stijgen, trachtte de kapitein radiocontact met de wal te krijgen, maar dit mislukte. Hij besloot daarop naar Karehamm te stomen en zette koers naar de prik van Kapelludden. Te 10 uur werd deze prik dichtbij aan bakboord gepasseerd en nu werd 10° r.w. gestuurd. Men draaide volle kracht. Te 10.45 uur viel de oliedruk weg; door de motor te smeren door middel van emmers olie gelukte het de motor nog enige tijd draaiende te houden, maar te 11 uur stopten eerst de pompen en daarna de motor, nabij het plaatsje Badarna. Daar het achterschip steeds dieper zonk, besloot de kapitein het schip met zo weinig mogelijk vaart aan de grond te zetten. Te 11.45 uur strandde het schip in positie 56° 55'N en 16° 54,5'0. Door de wind was het schip zo gedraaid, dat het met s.b.-zij naar de wal lag. De kapitein heeft geen ankers gepresenteerd. Daar het weer slechter werd, heeft hij vóór de nacht alle opvarenden, behalve hij zelf en de 1ste machinist, met de boten aan de wal laten gaan. Te 12.30 uur kwam reeds de makelaar aan boord. Deze ging weer aan de wal om bergingsvaartuigen te hulp te roepen. Te 19 uur arriveerde het bergingsvaartuig „Poseidon". De bemanning kwam van de wal terug en is aan boord van de „Poseidon" gegaan. Op 2 mei heeft de „Poseidon" pompen aan boord gebracht, maar deze vielen weldra uit. Door het stoten van het schip kwam er water in de vullings. Op 3 mei kwam het bergingsvaartuig „Atlas" bij het schip. Nu werden andere pompen aan boord geplaatst. Nadat enige lekken voorlopig waren gedicht, gelukte het ten slotte het schip leeg te pompen. Op 4 mei, te 15.45 uur, gelukte het de „Bergsingel" vlot te slepen. Nadat een duiker zoveel mogelijk de lekken had voorzien, werd 5 mei, te 0.30 uur, begonnen het schip naar Norrköping te slepen. Hier arriveerde het schip te 23.45 uur. Daar het schip weinig water maakte, stond Lloyds agent toe voor onderzoek naar Stockholm te gaan. Met het bergingsvaartuig langzij vertrok de „Bergsingel" 9 mei, te 19 uur, en arriveerde 12 mei, te 7.15 uur, te Stockholm. Op 19 mei is het schip in een droogdok opgenomen. Hier werd bevonden, dat er in s.b.-A-gang onder de motorkamer, ter hoogte van de manoeuvreerstand, een driehoekige scheur was en dat er verder schade was aan de kim van tank 3 bakboord en tank 4 bakboord en stuurboord. Na voorlopige reparatie werd 5 juni toestemming gegeven om met een lading hout naar Zaandam te gaan. De „Bergsingel" arriveerde daar op 9 juni en werd 14 juni te Rotterdam droog gezet. De roerganger, die op 1 mei, te 8 uur, aan het roer was gekomen, heeft verklaard, dat hij steeds 20° stuurde en dat het schip goed stuurde. Hij heeft slechts een lichte schok gevoeld. De 2de machinist heeft verklaard, dat hij te circa 8.45 uur een flinke klap hoorde, maar dat hij geen schok of onverwachte beweging heeft gevoeld. De motor bleef normaal doordraaien en de lichte stampbeweging van het schip bleef ook dezelfde. De lampen begonnen onregelmatig te branden; de dynamo bleek normaal te draaien. De 2de machinist ging daarop naar boven naar het schakelbord; hier kwam ook de 1ste machinist, die wakker was geworden door de klap. Toen men naar beneden keek, werd gezien, dat het vliegwiel reeds water opsloeg. Ter zitting verklaarde de kapitein nog, dat op 1 mei 1956, tijdens het varen langs de kust van Oland, het echolood bijstond; het schip voer op een veilige afstand uit de kust. Te 8.40 uur, terwijl getuige de wacht had, hoorde hij een doffe klap en voelde hij een lichte schok. Getuige kan niet aangeven, dat een en ander het gevolg was van een ontploffing. Het schip bleef gewoon doorvaren, doch getuige kreeg weldra een melding, dat in de motorkamer water binnenliep. Ten slotte moest het schip aan de grond worden gezet. Getuige deelde de Raad mee, dat de „Bergsingel" ten dele gelast, ten dele geklonken was. De spanten waren gelast en de stuiken eveneens. Toen het schip werd droog gezet, bleek, dat aan s.b.-zij achteruit, ongeveer 60 cm boven de kiel, een deel van een plaat tussen twee spanten, tussen twee ca. 25 cm lange verticale scheuren, ongeveer 8 cm naar binnen was gezet. Verder had de romp enige schade, die kennelijk was ontstaan door het aan de grond zetten en het afslepen. Het schip heeft in de Kalmarsund niet in zulk dik ijs gevaren, dat daardoor de schade zou kunnen zijn ontstaan. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat op de navigatie van de „Bergsingel" tot op het moment van lek worden geen aanmerking gemaakt kan worden; het schip voer op veilige afstand uit de wal en het echolood stond bij. Het moet uitgesloten worden geacht, dat de „Bergsingel" zou hebben gestoten op een steen of een wrak. Ook uit de verklaringen van het machinekamerpersoneel blijkt, dat er wel iets bijzonders moet zijn gebeurd, maar na de stoot voer het schip gewoon door en de motor bleef normaal doordraaien. Het was een goed besluit om het schip aan de grond te zetten en deze handeling is goed uitgevoerd. De expert van de Scheepvaartinspectie, die, na droog zetten in Nederland, de beschadiging heeft gezien, heeft verklaard, dat er in de huid twee verticale scheuren waren van ongeveer 30 cm lang en dat de huid tussen deze scheuren ongeveer 8 cm was ingezet. De inzetting was dus plaatselijk en vond niet over meerdere spanten plaats als bij een mijnontploffing. Men kan ook niet aannemen, dat het schip enig object heeft geraakt. Misschien zijn de scheuren veroorzaakt door materiaalspanningen; dit is het meest waarschijnlijk. De schade is niet ontstaan door stoten, stranden of een mijnontploffing. De hoofdinspecteur is van mening, dat het personeel heeft gedaan wat gedaan moest worden en spreekt zijn lof uit voor de prompte wijze, waarop door hen op het ongeval is gereageerd. Het oordeel van de Raad luidt als volgt: De Raad kan niet met zekerheid aangeven door welke oorzaak de schade aan de huid van het motorschip „Bergsingel" aan s.b.-zij onder de vloerplaten van de motorkamer kan zijn ontstaan. Gezien de wijze van varen en de afstand, die daarbij werd gehouden tot de wal, moet het uitgesloten worden geacht, dat de „Bergsingel" zou hebben gestoten op een steen, en de aard der beschadiging wijst ook niet op stoten tegen een drijvend voorwerp of op het gevolg van een mijnontploffing. Na het ongeval heeft de kapitein de juiste maatregelen genomen. Bijgestaan door alle opvarenden is hij erin geslaagd het schip tijdig aan de grond te zetten. Met hulp van bergingsvaartuigen kon de schade voorlopig worden hersteld en kon de „Bergsingel" worden vlot gebracht. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 1ste plv. voorzitter, C. H. Brouwer, H. A. Broere, H. J. Timmer en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door de voorzitter ter openbare zitting van de raad van 23 augustus 1957. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.

1957-04-20: Final Fate: Onderweg van Bordeaux (12 april vertrokken) naar Sfax met een lading 700 m3 gezaagd hout gestrand op een rif bij Raselkuaken, ca. 7 mijl west van Cape Bougaroni (Algiers), wrakgeslagen en geabandonneerd. De bemanning werd gered. De Deense sleper 'Em. Z. Svitzer' heeft nog een poging gedaan het schip te bergen maar deze mislukte. Op 12 mei 1957 door middel gebroken en gezonken. De gezagvoerder, die te dicht bij de kust had gevaren, kreeg twee maanden ontzegging bevoegdheid.
NvhN 23-04-1957: Nederlands schip bij Algiers aan de grond. Aan de Noordafrikaanse kust, bij Algiers is het Nederlandse schip Bergsingel op een klip gestoten en aan de grond gelopen. Vijf leden van de bemanning zijn door een escorte-vaartuig van de Franse marine overgenomen. Drie opvarenden bevinden zich nog aan boord van het schip. Vier man zijn over boord gesprongen om zwemmende de kust te bereiken. Drie daarvan hebben eerst de nacht op de klip moeten doorbrengen. De Bergsingel loopt gevaar te zinken.
Algemeen Handelsblad 24-04-1957: Bergsingel wordt beschermd tegen roverbenden. Een escortevaartuig van de Franse marine, met de lopen van de kanonnen op de kust gericht, verzekert de veiligheid van de mannen aan boord van het Nederlandse schip Bergsingel, dat zaterdag is gestrand op de rotsen voor de kust van Algiers. Er is bovendien een commando mariniers onderweg naar deze onherbergzame kuststrook, om eventuele aanvallen van de benden, die dit gebied bevolken, af te slaan. Intussen hoopt men de Bergsingel binnenkort vlot te krijgen.
Leeuwarder Courant 25-04-1957: Schip vandaag naar haven? Franse marine bij de „Bergsingel". Een escortevaartuig van de Franse marine, met de lopen van de kanonnen op de kust gericht, verzekert de veiligheid van de mannen aan boord van het Nederlandse schip „Bergsingel," dat zaterdag is gestrand op de rotsen voor de kust van Algiers. Er is bovendien een commando mariniers aanwezig. Bescherming van het schip is wel nodig, daar Algerijnse rebellen in de nacht van maandag op dinsdag een overval op het gestrande schip deden, die door de mariniers werd afgeslagen. Men hoopt de „Bergsingel" vandaag vlot te krijgen. Een Deense sleepboot, die heeft geholpen bij de bergingswerkzaamheden in het Suezkanaal is dinsdag al bezig geweest de ruimen van het gestrande vaartuig leeg te pompen. Het achterschip, heeft een grote scheur onder de waterlijn, maar dankzij de lading hout in het voorschip is de positie van de „Bergsingel" betrekkelijk gunstig. Het weer is zeer kalm. Aan boord van de „Bergsingel" zijn gebleven de kapitein, de stuurman, de eerste en de tweede machinist. Men verwacht het schip vandaag nog naar de haven van Philippeville te kunnen slepen.
Friese koerier 27-04-1957: Bergsingel zit nog steeds vast. Philippeville (AFP) — De Deense sleepboot Svitser heeft donderdag een vergeefse poging gedaan het Nederlandse vrachtschip Bergsingel, dat op de Noordafrikaanse kust aan de grond zit vlot te trekken. De Svitser heeft daarom een deel van de lading hout van de Bergsingel overgenomen en is daarmee naar Philippeville gevaren. Gisteren heeft de Deen deze lading in Philippeville gelost. Na geravitailleerd te hebben gaat de Svitser terug naar de Bergsingel om de pogingen het schip los te krijgen te hernieuwen.
Algemeen Handelsblad 23-04-1957: Bergsingel bij Algiers op klip gelopen. Het Nederlandse motorschip Bergsingel (400 brt) is zondag aan de Noordafrikaanse kust bij Algiers op een klip gelopen, waarbij het twee gaten onder de waterlijn opliep. Vijf leden van de bemanning zijn door het Indische schip Jaladharna overgenomen. Een opvarende sprong overboord en zwom naar land. Drie anderen wilden zijn voorbeeld volgen, maar konden de vaste wal niet bereiken, zodat zij de nacht op de klip moesten doorbrengen. De kapitein, de eerste machinist en twee andere opvarenden zijn nog aan boord gebleven. Volgens bij de rederij Invotra te Rotterdam binnengekomen berichten zou er geen direct gevaar bestaan, dat de met hout geladen Bergsingel zal zinken. Het kan echter wel drie of vier dagen duren alvorens het schip vlot komt. De juiste plaats waar de Bergsingel aan de grond liep wordt opgegeven tussen Djidjelli en Collo. Kapitein is de heer Van der Varst. Assistentie werd ook verleend door een escortevaartuig van de Franse marine.
Het Vrije Volk 23-04-1957: “Bergsingel” vastgelopen. (Van een onzer verslaggevers) Het Nederlandse motorvrachtschip Bergsingel is zondag in de omgeving van Algiers, nabU Kaap Bourgaron aan de grond gelopen. Het 400 ton metende schip (rederij „Invotra" te Rotterdam) seinde onmiddellijk na de stranding dat het hulp nodig had wegens ernstige averij onder de waterlijn. Verschillende schepen kwamen te hulp, en de Franse mijnenveger Le Légionnaire slaagde erin, ondanks zwaar weer, een deel van de bemanning over te nemen; De kapitein van de Bergsingel is met vier leden van de bemanning aan boord gebleven. Volgens bij de rederij te Rotterdam binnengekomen berichten bestaat er geen direct gevaar dat de met hout geladen Bergsingel zal zinken. Wel meent de Franse admiraliteit dat het drie a vier dagen zal duren voor men het schip vlot kan krijgen. Het schip dat vijf bemanningsleden aan boord heeft genomen is volgens de rederij geen Frans vaartuig, maar de Indische „Jaladharna". Alle opvarenden van de Bergsingel maken het goed.. Zondagavond lagen een Engels vliegdekschip, een Franse torpedojager en een sterke Deense sleepboot in de nabijheid van gestrande Nederlandse vrachtschip. De Franse torpedojager heeft tot taak de „Bergsingel" te beschermen tegen mogelijke overvallen door Algerijnse nationalisten. De Franse autoriteiten achten het geenszins uitgesloten, dat de rebellen een overval zullen doen op het schip.
Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van dinsdag 20 augustus 1957, nr, 160 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: Nr.53 Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart inzake de stranding van het motorschip „Bergsingel" op de kust van Algerië bewesten Kaap Bougaroni. Betrokkene: de kapitein J. H. van der Varst.
Op 20 april 1957 is het motorschip „Bergsingel" op de reis van Bordeaux naar Sfax op de kust van Algerië bewesten Kaap Bougaroni, tussen Ras el Knaken en Mersa Damus, gestrand; het schip is als totaal verlies opgegeven. In overeenstemming met het voorstel van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart besliste een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 29 der Schepenwet, dat de raad een onderzoek zou instellen naar de oorzaak van deze stranding en dat het onderzoek tevens zou lopen over de vraag of niet het ongeval mede te wijten is aan de schuld van de kapitein van de ..Bergsingel", Jacobus Hendrikus van der Varst, wonende te Roermond. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ter zitting van 24 juli 1957, in tegenwoordigheid van de hoofdinspecteur voor de scheepvaart. De raad nam kennis van de stukken van het voorlopig onderzoek der Scheepvaartinspectie, waarbij processen-verbaal van de verhoren van de kapitein en de stuurman en van twee matrozen, die dienst hebben gedaan als roerganger, zomede van het scheepsdagboek en de Engelse kaart nr. 1910: Algiers to Cape Bougaroni, benevens een verklaring van de met het vooronderzoek belaste ambtenaar, en hoorde de kapitein, voornoemd, als betrokkene buiten ede. De voorzitter zette de betrokkene, aan wie voormelde beslissing was meegedeeld, doel en strekking van het onderzoek uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit de verklaringen en bescheiden is de raad bet volgende gebleken: Het motorschip „Bergsingel" was een Nederlands schip, toebehorende aan N.V. „Invotra" Invoer en Transportonderneming, te Rotterdam. Het mat 399,3 brutoregisterton en werd voortbewogen door een 450 pk motor. Na op 11 en 12 april 1957 te Bordeaux 700 m3 gezaagd hout te hebben geladen, vertrok de „Bergsingel" op 12 april, te 16 uur, vandaar met bestemming Sfax. De diepgang was vóór 9', achter 12'. De bemanning bestond, inclusief de kapitein, uit 9 personen. Op de D.W. van 17 april Werd Gibraltar gepasseerd. Op 20 april, te 6.40 uur, werd Kaap Bengut gepasseerd op 5 mijl afstand, welke afstand was bepaald door de stuurman door middel van een 4-streekspeiling; de log wees toen 47 aan. De koers was 85° r.w., de vaart 9 mijl. Het was goed weer, de wind was O.N.O. 1 /2. Het was goed zicht, maar boven de wal was het heiig. Men had geen betrouwbaar waarnemingshorloge aan boord. Bij verwisseling van horloge te Rotterdam zou de vorige kapitein het verkeerde horloge aan boord hebben gelaten. De kapitein, die in het bezit is van het diploma SK en SKA en 2 jaar als zodanig vaart, kan zonsobservaties nemen. De stuurman, die alleen in het bezit is van het diploma voor stuurman en schipper ter zeevisvaart en met dispensatie als stuurman op de „Bergsingel" voer, kan geen zonswaarnemingen doen. Men had aan boord Spaanse matrozen; volgens de kapiteip konden twee van hen goed sturen, maar de matroos o/g kon niet goed sturen. Na het passeren van Kaap Bengut werd 87° r.w. gestuurd, op het stuurkompas 91° of 92°. Het kompas had geen deviatie, het was in juli 1956 voor het laatst gecompenseerd. Men heeft in de loop van de dag geen punten van de wal, noch vuren gezien. Het echolood stond geregeld bij. Volgens de kapitein was dit echolood niet betrouwbaar; het is vele keren gerepareerd, het laatst in januari 1957 te Rotterdam. De kapitein heeft het niet goed functioneren van het echolood en van het waarnemingshorloge aan de rederij gemeld. Te 20 uur heeft de kapitein koers laten veranderen tot 46° r.w.; de log wees toen 66 aan. Alleen op de daaruit opgemaakte gis werd uitgestuurd; er was van de wal niets te zien. Het was goed weer met goed zicht, maar donker; de wind was O.N.O. 2/3. Te 21.05 uur, toen de logstand 76 was, liet de kapitein weer 87° r.w. sturen. Hij dacht nu voldoende vrij te lopen van Kaap Bougaroni; hij heeft niet verscherpte uitkijk laten lopen om naar de wal uit te kijken. De kapitein had vanaf 18 uur de wacht; aan het roer stond een matroos, die goed stuurde. Zonder dat tevoren iets was bemerkt van branding liep het schip te 22.10 uur aan de grond. De log wees toen 87 aan. De kapitein heeft getracht door achteruitdraaien het schip vlot te brengen, maar dat had geen resultaat. Het schip stampte zwaar op de rotsen, kreeg slagzij en bleek weldra water te maken. Een draad kon naar de wal worden uitgebracht en de beide boten werden gestreken. Te 22.50 uur kreeg men verbinding met Algiers en werd om assistentie van een bergingsvaartuig gevraagd. Het zicht naar zee was goed, maar over de wal hing nevel. Vijf leden van de bemanning begaven zich aan de wal, maar toen in de loop van de nacht een Frans marinevaartuig nabij kwam, bracht te 5 uur van 21 april een sloep van dit schip deze mensen weer aan boord. Te 14.20 uur arriveerde het bergingsvaartuig „Em. Z. Switzer". In de loop der dagen heeft dit vaartuig getracht de „Bergsingel" vlot te brengen, nadat de lading was gelost of geworpen. Op 11 mei gaf de „Em. Z. Switzer" haar pogingen op. Het schip werd als totaal verloren beschouwd. Alle opvarenden verlieten toen de „Bergsingel". De kapitein heeft nog verklaard, dat het vuur van Ras el Moghreb niet is gezien. Dit vuur, dat 9 mijl zichtbaar is, zou niet meer onder controle van het Franse gouvernement zijn. De kapitein heeft vernomen, dat de Spaanse matrozen tegen de 1ste machinist hebben gezegd, dat op de wacht van 12 tot 18 uur niet 90° is gestuurd, maar 95°, 100° en 105°. De stuurman heeft verklaard, dat hij op 20 april 1957, te 12 uur, de wacht overnam van de kapitein. Hij zegt, dat de kapitein hem als koers 95° op het kompas overgaf en dat deze koers de gehele wacht tot 18 uur is gestuurd. Gedurende de namiddag heeft de Spaanse matroos o/g gestuurd of de stuurman zelf. Deze matroos stuurt zeer slecht. De koers 95° is niet in het journaal ingeschreven; de kapitein heeft de op 20 april gestuurde koersen in het journaal ingeschreven. Andere dagen vulde de stuurman over zijn wacht bij wijze van kladjournaal een blocnotevel in en vulde de volgende morgen het netjournaal in. De matroos o/g J. Carreiras heeft verklaard, dat op 20 april van 12 tot 18 uur 90° en 95° is gestuurd. Hij moest op order van de stuurman 95° gaan sturen, maar acht het mogelijk, dat het koersbedrag groter is geweest. De stuurman, die ook dekwerkzaamheden verrichtte, controleerde af en toe de gestuurde koers. Carreiras kwam te 22 uur weer op wacht; toen was de koers weer 90°. De matroos D. Chouza Romero heeft verklaard, dat hij op 20 april 1957 heeft gestuurd van 20 tot 22 uur. Aanvankelijk was de koers 90° op het kompas. Te 20.15 uur werd veranderd tot 80° en vervolgens meer naar bakboord tot het schip 50° (k) voorlag, in welke koers gedurende ongeveer een uur is gestuurd. Te 21.55 uur moest hij weer 90° gaan sturen. De kapitein was tijdens zijn wacht voortdurend op de brug. Ter zitting verklaarde de kapitein geheel overeenkomstig het hiervóór vermelde. Hij voegde daaraan toe, dat hij op 20 april 1957, te 4 uur, de koerslijn in de kaart heeft gezet; hij besloot langs de kust te varen. Daar het waarnemingshorloge onbetrouwbaar was, wilde hij niet te ver uit de kust gaan. Betrokkene verwachtte bij het weer naderen van de kust tijdig een vuur te zullen zien. Toen te 20 uur het vuur van Ras el Moghreb nog niet werd gezien, is betrokkene uit gaan sturen tot 46° r.w. Betrokkene nam aan, dat de vaart 9 mijl was. Toen een lid van de raad hem wees op het behoud tussen Kaap Caxine en Kaap Bengut, moest betrokkene erkennen, dat toen de vaart niet groter was dan 7 ľ mijl. Sinds het passeren van Kaap Bengut heeft men geen controle op de gis kunnen uitoefenen. Het schip is zoveel om de zuid geraakt, dat het licht van Kaap Bougaroni niet gezien kon worden. Te 21.05 uur meende betrokkene, dat het schip ver genoeg uit de kust was gekomen, en liet hij weer 87° r.w. sturen. Te 22.10 uur liep het schip aan de grond; tevoren had men niets van de wal bemerkt. Betrokkene deelde nog mee, dat hij het netjournaal heeft ingeschreven, ook de wachten van de stuurman, omdat de stuurman zich toen aan boord van het bergingsvaartuig bevond. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart voerde aan, dat het motorschip „Bergsingel' op 20 april 1957 op de Algerijnse kust is gestrand. De kapitein heeft na het passeren van Kaap Bengut op 20 april, te 6.40 uur, zijn koers dicht onder de wal genomen. De kapitein heeft als een der redenen daarvoor opgegeven, dat het waarnemingshorloge niet goed was en hij dus geen zuiver zonsbestek zou kunnen nemen. Daar dagelijks vele tijdseinen kunnen worden genomen, kan dit motief niet sterk worden genoemd. Hij heeft gezegd, dat een der matrozen niet goed kon sturen. Verder werkte het echolood niet goed en alle kustlichten brandden niet. Dit zijn alle redenen om niet te dicht de kust te naderen, zeker niet in de nacht. Zonder enige controle op de gis voer de „Bergsingel" gedurende 15˝ uur naar de plek, waar de kust op een afstand van slechts 3 mijl zou worden gepasseerd. De kapitein heeft wel gedurende een uur uitgestuurd, maar dat is niet voldoende geweest. De navigatie van de kapitein is niet goed geweest. Er is geen sprake van nonchalance, maar het wijst meer op een tekort aan ervaring. Het was een fout beleid te dicht onder de wal te varen. De ernstige ramp, waardoor het motorschip „Bergsingel" verloren is gegaan, is te wijten aan de schuld van de kapitein. De hoofdinspecteur stelt de raad voor de kapitein wegens diens schuld te straffen door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van één maand. Het oordeel van de raad luidt als volgt: Nadat het motorschip „Bergsingel" op de reis van Bordeaux naar Sfax op 20 april 1957, te 6.40 uur. Kaap Bengut op een afstand van 5 mijl had gepasseerd, liet de kapitein een koers sturen, die nog geen 3 mijl vrijliep van Kaap Bougaroni. Na meer dan 15 uur verwachtte de kapitein dat punt te bereiken. De kapitein nam aan, dat de vaart van het schip 9 mijl was. Indien hij had gelet op de tijd, die was verloren tussen het passeren van Kaap Caxine en Kaap Bengüt, zou hij hebben geweten, dat de vaart veel geringer was. Hoewel in het algemeen onder de Algerijnse kust een oostgaande stroom loopt, kan daarop niet vast worden gerekend. De kapitein heeft als een der redenen om dicht onder de kust te varen, opgegeven, dat hij het waarnemingshorloge niet kon vertrouwen. De raad kan geen grote waarde aan dit motief toekennen. De mogelijkheid om vaak via de radio een tijdsein te nemen, maakt de eis voor het zuiver lopen van zulk een horloge minder urgent. Hij had, indien hij meende geen zonsobservaties te kunnen doen, zeker gedurende de nacht op flinke afstand uit de kust moeten stomen. Hiertoe was hij te meer verplicht, daar het echolood niet juist aanwees. De raad acht het een beleidsfout van de kapitein, dat hij, nu zijn koers dicht langs de wal zou voeren, niet vóór donker worden, nu hij nog geen goed bestek had verkregen, flink heeft uitgestuurd. De kapitein heeft erop gerekend, dat hij wel iets van de wal zou zien voordat hij deze gevaarlijk dicht zou zijn genaderd. De ernstige ramp, die het motorschip „Bergsingel" heeft getroffen, moet worden geweten aan schuld van de kapitein. Op grond daarvan straft de Raad voor de Scheepvaart kapitein Jacobus Hendrikus van der Varst, geboren 30 juni 1922, wonende te Roermond, door hem de bevoegdheid om als kapitein te varen op zeeschepen te ontnemen voor de tijd van twee maanden. Aldus gedaan door de heren mr. A. Dirkzwager, 1ste plv. voorzitter, C. H. Brouwer, H. A. Broere en A. Kunst, leden, in tegenwoordigheid van 's raads secretaris, mr. A. Boosman, en uitgesproken door voornoemde voorzitter ter openbare zitting van de raad van 24 juli 1957. (Get.) A. Dirkzwager; A. Boosman.
De Telegraaf 26-08-1957: Uitspraak Raad voor de Scheepvaart: Kapitein schuldig aan ondergand “Bergsingel”. Bevoegdheid ontzegd voor twee maanden
Amsterdam, zaterdag De Raad voor de Scheepvaart heeft de 35-jarige kapitein van het 400 ton metende ms „Bergsingel". de heer J. H. van der V. uit Roermond, wegens het vergaan van zijn schip gestraft met hem voor twee maanden de bevoegdheid te ontnemen om als kapitein op zeeschepen te varen. De hoofdinspecteur voor de scheepvaart had geadviseerd de kapitein zijn bevoegdheid voor de tijd van een maand te ontzeggen De “Bergsingel" (van de N.V. Invotra te Rotterdam} strandde op 20 april op de kust van Algerije en moest na wekenlange vergeefse pogingen van een bergingsvaartuig om het schip vlot te brengen, als totaal verloren worden opgegeven. Alle 9 opvarenden, onder wie Spaanse matrozen, werden gered. Onvoorzichtig: De hoofdinspecteur zowel als de raad was van mening, dat de kapitein zonder dringende noodzaak te dicht onder de Algerijnse kust heeft gevaren. Het motief, dat het niet goed was en hij dus geen zuiver zonsbestek zou kunnen nemen, werd niet sterk geacht. Het echolood werkte niet goed en alle kustlichten brandden niet. Dit waren volgens de hoofdinspecteur juist redenen om in de donkere nacht niet te dicht de kust te naderen. Het schip had in Bordeaux 700 vierkante meter gezaagd hout geladen en was op weg naar Sfax. Ook deze lading is verloren gegaan. De „Bergsingel" had al een jaar eerder op 1 mei 1956 een ongeluksreis naar Zweden gemaakt. Op weg naar Norrkoning langs de oostkust varend met een lading van 530 ton kippengrit aan boord, raakte het schip door onbekend gebleven oorzaak lek en werd vervolgens door dezelfde kapitein J. H. van der V. aan de grond gezet om zinken te voorkomen. Ook deze zaak heeft de Raad van de Scheepvaart onderzocht, maar in tegenstelling tot het oordeel over het vergaan bij Algiers hebben de hoofdinspecteur en de raad in dit geval alle waardering voor het optreden van de kapitein en zijn personeel.

Ship Masters Data

Images


Description: 'Bergsingel' (bj 1954)
Image type: Photo

Description: Uitspraak RvdS a.
Image type: Photo

Description: Uitspraak RvdS b.
Image type: Photo

Description: Uitspraak RvdS c.
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NvhN 230457
Nederlands schip bij Algiers aan de grond.
Aan de Noord Afrikaanse kust, bij Algiers is het Nederlandse schip BERGSINGEL op een klip gestoten en aan de grond gelopen. Vijf leden van de bemanning zijn door een escorte-vaartuig van de Franse marine overgenomen. Drie opvarenden bevinden zich nog aan boord van het schip. Vier man zijn over boord gesprongen om zwemmende de kust te bereiken. Drie daarvan hebben eerst de nacht op de klip moeten doorbrengen. De BERGSINGEL loopt gevaar te zinken.

NNO 250757
Raad voor de Scheepvaart. Onderzoek stranding voor de Algerijnse kust.
Wegens onverantwoordelijk navigeren bij de Algerijnse kust waardoor het 339 ton metende m.s. BERGSINGEL aan de grond liep, heeft de Hoofdinspecteur voor de Scheepvaart, de heer J. Metz, gistermiddag de Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam voorgesteld, de kapitein J.H. v.d. V. de vaarbevoegdheid te ontnemen voor de tijd van één maand. Het vier jaar oude schip liep op een klip bij de stranding op 20 april van dit jaar en moet als verloren worden beschouwd.
De kapitein verklaarde voor de Raad dat noch zijn echolood, nog zijn horloge functioneerde, zodat het navigeren in het duister moeilijk was. Bovendien klaagde hij over het slechte vakmanschap van zijn Spaanse roergangers.
Geheel anders was zijn oordeel over Van der V. tijdens de zaak die ook werd behandeld.
De BERGSINGEL was n.l. op 1 mei van het vorig jaar eveneens met Van der V. als kapitein, bij de oostkust van Öland in volle zee lek gestoten. De oorzaak van het ongeluk was, volgens de president  van de Raad, volkomen duister. De heer Metz was van mening dat Van der V. toen alle noodzakelijke maatregelen op voortreffelijke wijze had uitgevoerd.