Name ship: GEERTRUIDA

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1897
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number: 335 MIDD 1897
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Klipperaak
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Two masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: Firma Borsius & van der Leijé, Middelburg, Netherlands
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date:
Delivery Date: 1897-00-00
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage: 128.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 88.00 Net tonnage
Deadweight: 170.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1: 30.95 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 28.78 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 5.92 Meters Breadth, moulded
Depth: 2.26 Meters Depth, moulded
Draught: 1.95 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1924-00-00: Te Glückstadt gemotoriseerd: 2tew 2 cil 870 Pk Callesen, Apenrade. (nu nieuwe tonnenmaat: 133g, 88n, 170d.)

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1918-02-25 GEERTRUIDA
Manager: Jan Kunst, Rotterdam, Netherlands
Owner: Jan Kunst, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign:
Additional info: Hfl. 12.000,--

Date/Name Ship 1919-12-06 SENIOR
Manager: Derk Roelof Kajuiter, Groningen, Netherlands
Owner: Derk Roelof Kajuiter, Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: PSBF
Additional info:

Date/Name Ship 1928-12-31 BALTIC
Manager: Jan Pekelder Klaaszn., Groningen, Netherlands
Owner: Jan Pekelder Klaaszn., Groningen, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Groningen / Netherlands
Callsign: NGJV
Additional info:

Date/Name Ship 1939-08-25 BALTIC
Manager: John Sörman, Stockholm, Sweden
Owner: John Sörman, Stockholm, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Stockholm / Sweden
Callsign:
Additional info:

Date/Name Ship 1941-00-00 BALTIC
Manager: Leander Persson, Hällevik, Sweden
Owner: Leander Persson, Hällevik, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Hällevik / Sweden
Callsign: SEIM
Additional info:

Date/Name Ship 1963-00-00 WETTERN
Manager: J. Frederiksen, Baskarp, Sweden
Owner: A/B Baskarpsand, Baskarp, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Baskarp / Sweden
Callsign: SEIM
Additional info:

Date/Name Ship 1964-00-00 ANYA
Manager: Johan W. Backman, Pernä, Finland
Owner: Johan W. Backman, Pernä, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Lovisa / Finland
Callsign: OGJO
Additional info:

Date/Name Ship 1971-00-00 ANYA
Manager: Reino Henriksson, Lovisa, Finland
Owner: Reino Henriksson, Lovisa, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Lovisa / Finland
Callsign: OGJO
Additional info: 1973 Abborsfors

Ship Events Data

1897-00-00: Gebouwd als binnenklipper "Lena Maatje" van Hendrik van Maaren, schipper te Middelburg, later "Geertruida". Zie bijgaand bericht: MC 09-05-1896: Op de scheepstimmerwerf 'De Volharding', tevens inrichting tot herstellen van stoom- en andere werktuigen, van de Firma den Bouwmeester, Borsius & van der Leijé werden drie ijzeren binnenvaartuigen gebouwd en afgeleverd, terwijl aan twee andere werd begonnen; voorts werden aan verschillende binnenschepen herstellingen verricht; gemiddeld 30 personen vonden er werk.

1923-00-00: Op de 1e Pinksterdag 1923 lag in de haven van Aarhus (Denemarken) de SENIOR. De heer en mevrouw Kajuiter wachtten hier de geboorte van hun dochter af. De dochter (2e kind) kreeg de naam Renke, hun 1e kind was een zoon genaamd Jan.

1927-03-24: Gestrand tijdens slecht weer t.h.v. Stenshuved vuur op de Deense kust. Op 26 maart 1927 vlotgebracht. Geen schade.

1929-01-02: Op 02-01-1929 als SENIOR, zijnde een motorschip, groot 375.55 m3, liggende te Groningen, door D. Loorbach, scheepsmeter te Groningen, ten verzoeke van Derk Roelof Kajuiter, schipper, gedomicilieerd te Groningen, voorzien van een nieuw brandmerk door het inbeitelen van 35 Z MIDD 1928 op 't achterschip voor tegen de roef aan stuurboordzijde. (Opm.: Brandmerk 335 MIDD 1897 is vernietigd.) Omschrijving: Stalen motorklipper, 1 dek, 2 masten, voor volkslogies, 1 laadruim, 1 machinekamer waarin 80 PK Apenrademotor, 1 watertank en daarboven 1 woonroef, wordt mechanisch voortbewogen door 1 schroef, zijnde een zeilschip met hulpmotor.

1936-09-07: Gestrand nabij de Oostpunt van Terschelling. Na gedeeltelijk lossen van de deklast hout kwam het schip bij hoogwater weer vlot en kon ze haar reis van Vänermeer (Zweden) naar Harlingen voortzetten.
08-09-1936 Krant van Ameland: De “BALTIC“. Op 7 september 1936 strandde op de Koffieboonplaat (een “los liggende“ bank nabij de Oostpunt van Terschelling) de Nederlandse motorschoener “Baltic“. Zowel de “Brandaris“ als de “Insulinde“ (die beide een motorreddingboot hadden) zette koers naar het gestrande schip. Ook de roeireddingboot van Hollum werd met de meeste spoed naar het strand gebracht. Voerlui en bemanning lieten even zien wat ze konden. Op het strand ging er nogal wat tijd verloren, doordat men de nieuwe methodiek nog niet helemaal onder de knie had: men had namelijk moeite met het achteruit te water laten van de boot. Ook het tij speelde de redding-bootbemanning echter parten, zodat ze een harde strijd moest voeren-tegen de vloed in, om het schip te bereiken. Op een rug nabij Terschelling die de mannen over moesten kregen ze drie maal een flinke hoos water over zich heen; onder de bekwame leiding van den schipper Botte Neij slaagden ze er ten slotte bij het gestrande schip te komen. Bij de “Baltic“ schoot de “Brandaris“ de roeizeilboot van Hollum voorbij en nam de opvarenden van de “Baltic“ aan boord, zodat de reddingboot van Hollum overbodig werd en de terugtocht aanvaarde. Commissielid G.J. Visser schreef hier over. Wel dankbaar dat de menschen waren gered doch eenigzins ontmoedigd door zoo’n afmatting en opofferingen behoefd verder geen betoog, hoe reikhalzend dan zulke menschen uitzien naar hun nieuwe motorreddingboot (de “Abraham Fock“welke in aanbouw was.) De bemanning bestond uit schipper Botte Neij en de roeiers S. de Jong, D. Roep, P.IJnsen, G. Lap, C. Bruin,K. Bruin, H. Wijnberg, H. de Boer en A. Smit. Allen kregen,aangezien het een zeer zware en een ontmoedigende tocht is geweest, een dubbele beloning.
NvhN 08-09-1936: De Groningsche „Baltic” gestrand. Alle opvarenden gered. Gistermiddag omstreeks 6 uur kwam te Terschelling bericht van den Amelander vuurtorenwachter, dat het Groningsche motorschip Baltic, kapitein J. Pekelder, op een bank tusschen Ameland en Terschelling was geloopen en dat het schip de noodvlag in top had. Direct hierop voer de reddingboot Brandaris van de Noord- en Zuid-Hollandsche Redding Mij. ter assistentie uit. Om 8 uur 's avonds kreeg de moedige bemanning het in nood verkeerende schip in het oog en na een uur werken was de equipage hiervan aan boord van de Brandaris. Hedenmorgen omstreeks 10 uur kwam de reddingboot met zijn kostbare lading bestaande uit kapitein, vrouw, stuurman R. van Urk en den matroos B. Bijl, de haven van Terschelling binnen. De sleepboot Holland van de reederij Doeksen is naar de plaats van het schip gevaren en zal trachten het schip te bergen.
30-09-1936. UIt de provincie: De motorschoener „Baltic”. Hollum(A.), 28 Sept. De motorschoener "Baltic”, op 7 September j.l. op de „Koffieboonplaat, een zandbank tusschen Ameland en Terschelling, gestrand, wacht nog steeds op een gunstige gelegenheid om afgesleept te worden, waarvoor de sleepboot „Stortemelk” van de firma Doeksen in de nabijheid blijft. Nadat de deklast van de houtlading was verwijderd, heeft de bergingsmaatschappij een geul laten graven naar zee, met het resultaat, dat het schip eenige meters naar beneden kon worden gesleept. Met een harde Noordooster is echter de geul vol zand geslagen, waardoor het schip weer hopeloos vast zit. De motorboot „Vlieland” van de firma Doeksen, die de verbinding tusschen de „Baltic” en sleepboot moest tot stand brengen, is op de plaat vastgeloopen en zit nog 200 meter hooger op .'t Wachten is thans op een zeer hooge vloed, die alleen bij een harde Noordwester storm verwacht wordt. De stuurman en kapitein zijn geregeld aan boord.
02-10-1936 Leeuwarder nieuwsblad: Pogingen om de „Baltic” vlot te krijgen mislukt. Ameland, 1 Oct. De verwachtingen, die de bergingsmaatschappij Doeksen te Terschelling had om de motorschoener „Baltic”, welke op 7 September j.l. op de koffieboonplaat — een zandbank tusschen Terschelling en Ameland — gestrand was, vlot te krijgen, zijn niet in vervulling gegaan. Nadat 't schip gistermiddag 24 meter verder in diepzee is gesleept, meende men, dat de boot bij het volgende getij wel los zou komen. Doordat echter de wind van west naar oost draaide, is deze verwachting geen werkelijkheid geworden. Toch blijft men hopen, dat bij het komend hoog water het schip vlot zal komen en binnengaats zal kunnen worden gesleept.
16-08-1937 Raad voor de Scheepvaart 16 Augustus 1937: De stranding van het motorzeilschip “Baltic” in het zeegat van Ameland. Op 7 September 1936 is het motorzeilschip “Baltic” tijdens hevig stormweer in het zeegat van Ameland gestrand. De “Baltic”is een Nederlandsche motorzeilklipper metende 132.57 bruto 88,19 netto registerton,eigendom van den kapitein te Groningen. Het schip is in het jaar 1897 te Middelburg van staal gebouwd, later is een motor van 80-100 Apk in het vaartuig geplaatst.Het schip dat niet geclasseerd is bij eender hier te lande erkende particuliere onderzoekings bureaux,heeft een certificaat van deugdelijkheid voor het beperkte vaargebied onder letter C (de Oostzee tot de lijn Gothenburg –Frederikshaven en langs de oostkust van de Noordzee van Calais tot het Aggerkanaal) De “Baltic”was op 25 Augustus 1936 van Norsund (Zweden)vertrokken met bestemming Grouw in Friesland beladen met gezaagd hout waarvan een gedeelte aan dek. De bemanning bestond uit den kapitein den stuurman en een matroos, terwijl de vrouw van den kapitein mede aan boord was. Op 7 September werd te 8.10 uur v.m de verkenningston van het Huibertgat gepasseerd, te 10 uur die van het Friesche Zeegat, waarvan gevaren werd naar het Noordgat van Terschelling om op de Vliereede in te klaren. Reeds vanaf Cuxhaven was het weer ruw zuioosterlijke wind met regenbuitjes kalme zee. De barometer was dalende doch de zee bleef vrij goed onder vol zeil werd langs de Terschelinger kust gevaren om zoo spoedig mogelijk het Noordgat te bereiken. Toen De “Baltic”nog ongeveer een half uur varens van de tonnen van het Noordgat was verwijderd werd zeil geminderd om gemakkelijker te kunnen manoeuvreren. Gaftopzeil en kluiver werden gestreken. De wind nam in kracht toe. Te 2.30 uur ‘smiddags werd de eerste ton van het Noordgat gepasseerd: te 3 uur ruimde de wind eensklaps in een zware bui tot westen nam toe tot orkaankracht. Vergeefs werd getracht naar binnen te gaan. Met veel moeite werd het schip door den wind gebracht en weer zee gekozen. Het was echter niet mogelijk het vaartuig op den wind te houden. Besloten werd te gaan lenzen en opper te zoeken op de Reede van Ameland. Tot de spitse ton no 1 van het Westgat-Zeegat van Ameland ging alles goed. Olie werd gestort. Doch toen vernielde een zware zee het stuurgerei en ook het daarna vervaardigde noodstuurgerei werd stukgeslagen. Het schip dreef in de richting van de Bochplaat. Getracht werd met zeilen en motor nog eenige richting aan het vaartuig te geven, doch ten slotte werden te 6.45 uur n.m beide ankers gepresenteerd. Beide ankerkettingen braken evenwel kort na elkaar af, zoodat het schip hulpeloos het zeegat indreef. Noodseinen werden gegeven. Zooveel mogelijk werd nog met de motor gemanoeuvreerd om het vaartuig vrij van den grond te houden, doch omstreeks te 7.15 uur n.m stootte de “Baltic” en zat spoedig geboeid op een bank tusschen het Bochgat en het Borndiep. De lichttoren van Ameland werd oost per kompas gepeild. Te ongeveer 9 uur n.m kwam de motorreddingsboot “Brandaris“ langszijde. De schipper oordeelde den toestand levensgevaarlijk en adviseerde de bemanning van het vaartuig te verlaten. Hiertoe werd besloten. De “Brandaris“ landde de Schipbreukelingenen den morgen in den morgen van 8 September op Terschelling. Ongeveer een maand lang is het schip ter plaatse blijven zitten toen afgebracht en later geheel hersteld. De Raad is met den plaatsvervangend inspecteur-generaal voor de scheepvaart van oordeel, dat deze ramp is veroorzaakt door de storm die de “Baltic“ plotseling heeft overvallen, toen het schip op het punt was het Noordgat binnen te varen. Het was toen voor de kapitein heel moeilijk om te voorkomen dat het vaartuig aan lager wal geraakte. Hij is er aanvankelijk in geslaagd het schip door de wind te krijgen en langs de kust van Terschelling terug te gaan, ten einde het Amelandsche Gat op te zoeken. Helaas is het niet mogen gelukken dat gat veilig binnen te loopen, doch op de navigatie van den kapitein valt geen aanmerking te maken, hij heeft gedaan wat hij kon. De ondervonden tegenslag was echter te groot. In het algemeen wil de Raad er nog op wijzen dat het bij het onder moeilijke omstandigheden aanloopen van een zeegat aanbeveling verdient gebruik te maken van een drijfanker,waardoor het schip niet zoo gemakkelijk uit zijn koers raakt, daargelaten nu, of in dit geval de kapitein van de “Baltic“ bij dit middel baat zou hebben gevonden. De Raad weet echter bij ervaring, dat slechts uiterst zelden van dit eenvoudige middel wordt gebruik gemaakt. Toen de “Baltic“ eenmaal op de zoogenaamde Koffieboonenplaat was vastgelopen, zat zij lang niet gemakkelijk. Het was,gelijk de kapitein verklaarde, noodweer, het onweerde hevig er stond een ziedende zee. Het was dan ook voor de motorreddingsboot “Brandaris “vooral ook nu ter plaatse slechts 1 1/2 meter water stond, zeer moeilijk om in den stik donkeren nacht de menschen van de “Baltic “over te nemen. Door een geslaagde manoeuvre is het echter aan de reddingsboot gelukt de menschen van het schip af te halen. Een woord van hulde voor schipper en bemanning van de “Brandaris “voor dit kranig stukje reddingswerk is hier zeker op zijn plaats. Uitgesproken 28 Juli 1937.

1939-08-01: Op 01-08-1939 tijdens de reis van Höganas (Denemarken) naar Örebrø (Zweden) met een lading klinkers in zware storm op het Hjälmarenmeer nabij Notholmen (Zweden) op een ondiepte gestoten en half gezonken. Na berging opgelegd te Notholmen. Later door de verzekering total loss verklaard. Verkocht geborgen en weer inde vaart.
De “BALTIC “ gezonken 1 Augustus 1939. Tijdens een hevige storm is de Nederlandsche motorklipperaak “Baltic“ welk schip te Groningen thuisbehoort, bij Notholmen op het Hjälma-meer in Zweden aan de grond geraakt en bijna onmiddellijk gezonken. De schipper eigenaar,de heer J. Pekelder wist de scheepspapieren te redden waarna de gehele bemanning werd opgepikt door een Zweedsche zeilschip. De schipper en zijn vrouw, die vrijwel het gehele jaar aan boord van hun schip verblijven, hebben al hun bezittingen verloren: de andere opvarenden zijn ook vrijwel alles kwijt.

1939-08-01: De Telegraaf 13-09-1939: Groningsche kustvaarder zonk in Zweedse binnenzee. Amsterdam, 12 Sept. -De Raad voor de Scheepvaart behandelde vanmorgen het onderzoek naar de oorzaak van het stranden en zinken van het Groninger motorzeilschip “BALTIC” op 1 Augustus j.l. nabij Notholmen op de Hjalmaerenbinnenzee in Zweden. Opgeroepen was de kapitein-eigenaar, de heer J. Pekelder uit Groningen. Hij was evenwel niet verschenen, zoodat volstaan moest worden met het voorlezen van zijn verklaring. Op 1 Augustus werd de Notholmensluis in het Hjaelmarenkanaal gepasseerd, waarna langzaam in peiling op tonnen de Hjaelmarenbinnenzee werd gevaren. De kapitein was te plaatse onbekend. Hij had nog getracht een z.g. wegwijzer aan boord te krijgen, maar was daarin niet geslaagd. De vroegere was overleden en niemand had zijn baantje overgenomen. In Notholmen had hij gehoord, dat de “Baltic” het tweede Nederlandsche schip was, dat hier tot nu toe was geweest. Aan de hand van kaarten en met behulp van tonnen zocht de “Baltic” gedurende een uur zijn weg over de Zweedsche binnenzee, doch 's middags te 5.55 uur van den eersten Augustus werd de motor gestopt, omdat de kapitein constateerde, dat de buitentonnen, die hij volgens de kaart moest passeeren, niet in zicht kwamen. Later is gebleken, dat deze niet meer aanwezig waren. De zee was op dat moment ruw. Kort nadat het schip gestopt lag, stootte het voorste gedeelte op een steen, waardoor de “Baltic” lek sloeg. De Raad zal later uitspraak doen.

1976-00-00: Opgelegd in Lovisa.

1978-12-00: Final Fate: Verkocht voor de sloop aan Loviisan Kone Ja Metalli O/Y te Lovisa.

Ship Masters Data

Images


Description: Lena Maatje - Uittreksel Kadaster 335 MIDD 1897 d.d. 21-03-1897.
Image type: Photo

Description: Geertruida - Uittreksel Kadaster 335 MIDD 1897 d.d. 25-02-1918.
Image type: Photo

Description: Senior - Uittreksel Kadaster 335 MIDD 1897 d.d. 06-12-1919.
Image type: Photo

Description: Op deze foto heet het schip zeer waarschijnlijk nog SENIOR; het is nog niet voorzien van een stuurhuis
Image type: Photo

Description: Baltic 1897 ex Senior.
Image type: Photo

Description: Het schip als BALTIC, met stuurhuis
Image type: Photo

Description: Een bakboordsopname van de BALTIC.
Image type: Photo

Description: Baltic 1897 ex Senior, half gezonken op het Hjälmarenmeer nabij Notholmen, Zweden.
Image type: Photo

Description: Anya 1897 ex Wettern ex Baltic ex Senior.
Image type: Photo
Sources

General information regarding this ship

 

NNO 030839
Groninger motorklipperaak gezonken op het Hjälmeer. De opvarenden allen gered.
Tijdens een hevige storm is de Groninger motorklipperaak, BALTIC bij Notholmen aan de grond geraakt en bijna onmiddellijk gezonken. De schipper-eigenaar, de heer J. Pekelder, wist de scheepspapieren te redden, waarna de gehele bemanning werd opgepikt door een Zweeds zeilschip. De schipper en zijn vrouw die vrijwel het gehele jaar aan boord van hun schip verblijven, hebben al hun bezittingen verloren, terwijl ook de andere opvarenden vrijwel alles kwijt zijn. De BALTIC begaf zich van Goeganaes naar Oerebo met een lading stenen. Het schip was in 1897 gebouwd en had een inhoud van 133 bruto en 88 netto ton.

 

NNO 120939
Het vergaan van de BALTIC - Een verklaring van de kapitein.
De Raad voor de Scheepvaart te Amsterdam behandelde vanmorgen het onderzoek van de oorzaak van het stranden en zinken van het Groninger motorzeilschip BALTIC op 1 augustus jl. nabij Notholmen op de Hjalmären, een binnenzee in Zweden. Opgeroepen was de kapitein-eigenaar van het ruim 132 bruto registerton metende vaartuig, de heer J. Pekelder uit Groningen. Hij was evenwel niet verschenen, zodat in openbare zitting volstaan moest worden met het voorlezen van de verklaring, die de kapitein van het verongelukte schip de scheepvaartinspectie schriftelijk heeft gegeven en die door de stuurman is bevestigd. In dit rapport over de toedracht van het ongeluk deelt de kapitein mede, dat de BALTIC 26 juli jl. beladen met 153.000 kg. klinkers van Höhenar aan de westkust van Zweden vertrok met bestemming Köpingen en Örebro. De diepgang voor was 1,70 meter en achter 1,72 meter. Op 29 juli werd in Köpingen 20.000 kg. klinkers gelost. Twee dagen later werd de reis naar Örebro vervolgd. Aanvankelijk had de tocht een voorspoedig verloop, op 1 augustus werd de Notholmensluis in het Hjalmarenkanaal gepasseerd, waarna langzaam in peiling op tonnen de Hjalmaren binnenzee werd opgevaren. De kapitein was ter plaatse onbekend. Hij had nog getracht een zgn. wegwijzer aan boord te krijgen, maar was daarin niet geslaagd. De vroegere was overleden en niemand had zijn baantje overgenomen. In Notholmen had hij gehoord, dat de BALTIC het tweede Nederlandse schip was dat hier tot nu toe was geweest. Aan de hand van kaarten en met behulp van tonnen zocht de BALTIC gedurende een uur zijn weg over deze Zweedse binnenzee, doch 's middags te 05.55 uur van de eerste augustus werd de motor gestopt, omdat de kapitein constateerde, dat de buitentonnen, die hij volgens de kaart moest passeren, niet in zicht kwamen. Later is gebleken, dat deze niet meer aanwezig waren. De zee was op dat moment erg ruw. Kort nadat het schip gestopt lag,  stootte het voorste gedeelte op een steen, waardoor de BALTIC lek sloeg en binnen tien minuten in de diepte was verdwenen. Een duikeronderzoek wees de volgende dag, dat een scherpe kant van een grote steen door de huidplaten was gedrongen, waardoor een zeer grote en brede scheur was ontstaan. De bemanning — de kapitein, diens echtgenote, een stuurman en een matroos — kon nog tijdig in de reddingboot overgaan. Zij werd door een motorvlet opgepikt en aan de wal gebracht. De kapitein-eigenaar verkocht zijn schip als wrak. De Raad zal later uitspraak doen. 

 

NNO 161139
Het vergaan van de BALTIC. Kapitein vrijgesproken.
De Raad voor de Scheepvaart, heeft heden uitspraak gedaan in zake het stoten en verloren gaan van het motorzeilschip BALTIC nabij Notholmen op de Hjaelmaren binnenzee in Zweden op 1 augustus van dit jaar. De raad is van oordeel, dat deze ramp waarbij het motorzeilschip BALTIC geheel verloren is gegaan, is te wijten aan de onvoldoende betonning van het vaarwater, in verband met de ongunstige weersgesteldheid. Uit alles blijkt, dat de betonning daar voor iemand, die ter plaatse niet bekend is, voldoende kan worden genoemd. De kapitein treft dan ook geen verwijt.