Name ship: G.H. BETZ

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1867
Classification Register:
IMO number:
Nat. Official Number:
Category: Cargo vessel
Propulsion: Sailing Vessel
Type: Barque
Standard Ship Type:
Type Deck:
Masts: Three masts
Rig:
Lift Capacity:
Material Hull: Wood
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: John Thompson, North Dock, Sunderland, Great Britain
Yardnumber:
Date Laid Down:
Launch Date: 1866-10-10
Delivery Date: 1867-01-29
Technical Data

Ship is not motorized.
 
Gross Tonnage:
Net Tonnage: 431.00 tons (oude meting)
Deadweight: 613.00 tonnes deadweight (1000 kg)
 
Length 1:
Beam:
Depth:
Draught:
 
Configuration Changes

1880-00-00: Het schip is in 1880, na aankoop door Köpcke, van een driemast bark veranderd in een driemastschoener en hermeten volgens de nieuwe meting, daarna 352 ton netto.

1889-00-00: In 1889 hermeten, thans 366,66 ton netto

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1867-01-29 REDGAUNTLET
Manager: William Graham, North Shields, Great Britain
Owner: Partenrederij onder boekhouderschap van genoemde manager, North Shields, Great Britain
Shareholder:
Homeport / Flag: North Shields / Great Britain
Callsign: HNCF
Additional info: Off.No. 56477

Date/Name Ship 1868-06-16 G.H. BETZ
Manager: firma L. 't Hoen & Co., Rotterdam, Netherlands
Owner: Partenrederij onder boekhouderschap van genoemde manager, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: NGWS
Additional info:

Date/Name Ship 1880-07-00 JOHANNA MARIA
Manager: Firma Aug. Köpcke & Co, Rotterdam, Netherlands
Owner: Firma Aug. Köpcke & Co, Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDGW
Additional info:

Date/Name Ship 1891-04-07 IDA
Manager: J. Hazewinkel, Wildervank, Netherlands
Owner: J. Hazewinkel, Wildervank, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Wildervank / Netherlands
Callsign: PCFQ
Additional info:

Date/Name Ship 1898-02-15 IDA
Manager: W Sissingh, Delfzijl, Netherlands
Owner: W Sissingh, Delfzijl, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Delfzijl / Netherlands
Callsign: PCFQ
Additional info: Hfl. 2625,--

Part-owners

Part-owners van de REDGAUNTLET per 29 januari 1867:

William Graham, North Shields (1/4e part)
John McKeard, Newcastle (1/4e part)
Archibald Johnson, Hull (1/4e part)
Edward Little, Lockabie (1/4e part)

Ship Events Data

1868-02-23: De REDGAUNTLET, kapt. L. Dall, op reis van Berdianski naar Rotterdam met rogge, strandde op 23 februari 1868 tijdens hevige noord-noord-wester storm op de Banjaard. Het wrak werd, zoals het op de Banjaard lag, bij publieke veiling op 9 maart 1868 gekocht door de smid Adriaan Anker te Zierikzee, die er in slaagde het vlot en op 9 april 1868 te Zierikzee binnen te brengen. Adriaan Anker verkocht het schip op 16 juni 1868 uit de hand aan de firma L. ´t Hoen & Co., Rotterdam voor NLG 8000,-. Het gerepareerde schip kwam na herstel weer als G.H. BETZ onder Nederlandse vlag in de vaart. (zie bij General Information voor meer info over vergaan en vlotbrengen)

1891-01-30: PGC 02.02.1891: Rotterdam, 30 januari. Het hier liggende Nederlandse barkschip JOHANNA MARIA is verkocht aan kapitein J. Hazewinkel te Wildervank en zal varen onder boekhouderschap van de heren J. & K. Wilkens te Veendam.

1893-04-28: PGC 03.05.1893: Elseneur, 28 april. Het driemast schonerschip IDA, kapt. Hazewinkel, van Bremen naar Riga, is wegens tegenwind benoorden Elseneur geankerd.

1898-02-15: NRC 17.02.1898: Delfzijl, 15 februari. Het Nederlandse driemast schoenerschip IDA, van de heer Hazewinkel Hzn, is hedenavond bij publieke veiling verkocht voor NLG 2.625 aan de heer W. Sissingh, reder alhier.

1898-07-26: NRC 27.07.1898: Delfzijl, 26 juli. De Nederlandse driemast schoener IDA, kapt. H. Leeuw, van hier naar Helsingfors (opm: Helsinki) vertrokken, kreeg 24 dezer een zware stortzee over, waardoor een boot weg sloeg, schade over het dek veroorzaakt werd en het schip slagzij kreeg, Met de herstelling van een en ander is reeds aangevangen.

1901-08-31: Delfzijl, 31 augustus De Nederlandse schepen NIJENSTEIN, kapt. H. Velthuis, IDA, kapt. H. Leeuw, JAN SIEVERT, kapt. P. Arkema, en CHARLOTTE EN ANNA, kapt. N. Arkema, zijn reeds alle vier afgetuigd en hier opgelegd, daar geen lonende vrachten meer te krijgen waren, vermoedelijk zullen meerdere schepen spoedig volgen.

1901-11-14: Final Fate: PGC 16.11.1901 Delfzijl, 14 november. De hier thuisbehorende 3-mast schoener IDA, laatst gevoerd door kapitein H. Leeuw, is zonder de inventaris voor NLG 1275 verkocht aan de heer S. de Boer te Makkum, om te worden gesloopt.

1902-03-27: PGC 29.03.1902: Delfzijl, 27 maart. De Nederlandse schoener ALBERTINA AMELIA, laatst gevoerd door kapitein Bos, wordt thans bevaren door kapitein H. Leeuw, de vroegere gezagvoerder van de 3-mast schoener IDA, die gesloopt is.

Ship Masters Data

Date from: 1868
Captain: Schaafsma Tzn., Sjoerd
College: Zeemans-Voorzorg, Harlingen
Flagnumber: 9
Other information: *Harlingen, 17 januari 1839, in juni 1886 te Atjeh verdronken. Hij was toen gezagvoerder Van het Ned.Indische stoomschip DEVONHURST.

Date from: 1876
Captain: Hinterthur, Charles Louis
College:
Flagnumber: 0
Other information: *1843 te Leedingerort (Duitsland), †1905 te Dordrecht

Date from: 1880
Captain: Schall, L.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1882
Captain: Schall, J.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1884
Captain: Saatman, C.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1887
Captain: Hagemeister, H.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1891
Captain: Hazewinkel Hzn., J.
College:
Flagnumber: 0
Other information: 0

Date from: 1898
Captain: Leeuw, Hemmo
College:
Flagnumber: 0
Other information: *1850, Appingedam

Images

Sources


Year: 2017-00-00
Source: Diverse Bronnen
Description: Diverse gegevens over de REDGAUNTLET ontvangen van Dr. Ian Buxton en de heer Andreas von Mach.
Mercantile Navy Lists 1867 en 1868
Lloyds Register en register Bureau Veritas, diverse jaren
Dagregisters zeebrieven Min. van Financien, NA-Den Haag
Lijst waaraan roepletters, etc. uitgave Ministerie van Waterstaat 1870 - 1900
Maritieme Kronieken Marhisdata 1867 - 1901
General information regarding this ship

 

1868

NRC 240268
Zierikzee, 23 februari. Alhier is aangebracht de kapitein, vrouw, kind en 11 man van de equipage van de Engelse bark REDGAUNTLET, kapt. Dall, van Berdianski naar Rotterdam, met rogge, gestrand op de Banjaard, Het schip is waarschijnlijk totaal weg.

NRC 260268
Zierikzee, 23 februari. Heden werd alhier aangebracht kapt. Dall, vrouw, kind en elf man van de equipage van het Engelse barkschip REDGAUNTLET, van Berdianski met rogge naar Rotterdam, welk schip hedenmiddag op ’t Nieuwe Zand (Banjaard) is gestrand en onmiddellijk vol water was, zodat de equipage niets heeft kunnen redden en het schip met de boot heeft verlaten. Vrouw en kind waren nagenoeg nakend. Deze stranding werd bespeurd door schipper Dirk van de Klooster van Burgsluis, die onmiddellijk met zijn hoogaars waarop Pieter van der Elst en Cornelis van de Klooster, ter hulp snelde en met inspanning de schipbreukelingen in de boot opnam en hier behouden aan wal aanbracht, alwaar zij door de zorg van de Britse consulair agent, liefderijk verpleegd worden. Hedenmorgen is assistentie naar het schip vertrokken.

NRC 280268
Zierikzee, 25 februari. Heden is alhier aangebracht enig touwwerk, inventaris enz. van het schip REDGAUNTLET, benevens enkele lasten droge rogge. Men is nog druk bezig aan het bergen. Volgens de schippers is het schip met de vloed onder water, zodat er geen droge rogge meer zal aangebracht worden. Blijft het weer goed, dan kan er nog veel van de tuigage enz. geborgen worden; het schip is echter weg, zijnde reeds gebroken.

ZZC 290268
Zierikzee, 28 februari. In de namiddag van zondag 23 dezer, strandde bij een hevige NNW storm op het Nieuwe Zand (Banjaard) de Engelse bark REDGAUNTLET, kapt. L. Dall, van Berdianski laatst van Falmouth naar Rotterdam geladen met rogge. Genoemde gezagvoerder rapporteert dat hij zondagmorgen voor de kust zijnde, een loodsboot zag, wien hij tevergeefs om een loods seinde, daar deze hem niet kon of wilde helpen, dat hij daarop, vrezende op de kust bezet te raken, koers zette naar het Brouwershavensche zeegat. Een ton ziende die hij voor de uiterton van genoemd zeegat aanzag, hield hij af, doch dichter bij de ton gekomen zijnde, bemerkte hij, dat dit de uiterton van Brouwershaven niet was maar een wrakton welke niet op zijn kaart was geplaatst. Het schip door de storm en hoge zee niet meer over stag kunnende krijgen, dreven zij tegen de kust, met het gevolg dat zij ten half drie op het Nieuwe Zand stootten. De zee liep hoog over het schip en toen er omstreeks 3 voet water in het ruim stond, besloten zij hetzelve te verlaten. Dit moest in zulk een haast geschieden dat zij hun kleren niet eens mee konden nemen. Met veel moeite kregen zij de vrouw van de kapitein, die ziek te bed lag, en diens kind uit de kajuit en na hen in dekens gewikkeld te hebben gingen zij in de boot, waarop men het schip verliet. Na meer dan een uur in de grondzeeën te hebben gezeten ieder ogenblik denkende de boot te zullen zien omslaan werden zij opgenomen door schipper D. van de Klooster van Burghsluis, die op het zien der schipbreukelingen in het midden van de branding, terstond met zijn schuit de haven had verlaten en hen alzo redde. Na hen enig voedsel dat hij aan boord had gegeven te hebben, bracht genoemde schipper hen 's avonds te 6 uur aan wal, waar zij op de liefderijkste wijze van voedsel, kledingstukken en huisvesting werden voorzien door de consulair agent van Engeland de heer H.A. van IJsselsteijn alhier.

NRC 110468

Zierikzee, 9 april. Heden is alhier binnengebracht door de stoomboot SLIEDRECHT II het wrak van het Engelse barkschip REDGAUNTLET, in de maand februari op Zeehondenplaat gestrand en toen alhier in publieke veiling door enige particulieren gekocht. Sedert mensengeheugen is dit het eerste wrak of schip op die plaat gestrand dat van daar is afgebracht. (opm: verkocht, hersteld en verdoopt G.H. BETZ, reders te Rotterdam)

ZZN 150468
Ingezonden stukken. Bruinisse, 11 april 1868. Zo mochten wij ons dan weder verheugen over de nijverheid der scheepvaart, die ter dezer plaatse zo bijzonder uitmunt boven andere, want nooit ontzien de bootsgezellen de gevaren die dikwijls voor ogen zijn, maar begeven zij zich derwaarts waar talloze scheepsrampen plaats hebben. Nog kort geleden hebben wij weer voorbeelden gezien hoe de moedige Bruinissenaren zich naar de plaatsen des onheils durven begeven om redding aan te bieden waar maar immer mogelijk is, en om tevens brood te verdienen voor zich en de hunnen. Zien wij de gehele bewerking na van hun moed en overleg, dan hebben wij genoeg als wij de stoute daden nagaan, betoond aan het gestrande barkschip REDGAUNTLET dat als wonderwerken kan beschouwd worden.

ZZN 250468
Ingezonden stukken. – Ere wie ere toekomt. In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 15 april j.l. komt een ingezonden stuk voor uit Bruinisse, handelende over de onverschrokken bootsgezellen van Bruinisse en concurrentie der varensgezellen. Wij geven toe dat de Bruinissenaren moedige en stoute zeevarenden zijn, maar in dit stuk wordt hun moed overdreven voorgesteld en is veel bluf, dat wij zullen bewijzen. Wat hebben zij aan het gestrande Engelse barkschip REDGAUNTLET gedaan? Niet veel bijzonders; want tegen het gevaar aankwam, liepen zij allen van het wrak en lagen met hun boten dan een zicht ver van het schip ten anker, zo veilig als in de haven.
Wat nu de concurrentie betreft, is niet duidelijk wat daaruit moet verstaan worden. Zie hier: Anker heeft het casco op de publieke veiling gekocht en was noch met de Bruinissenaars, noch met iemand anders vóór de veiling in aanraking geweest, zo dat er van concurrentie geen sprake kan zijn. Later heeft hij de Bruinissenaren aangenomen voor NLG 15 per week om aan het wrak te varen, doch later gaf hij ⅛ deel in het schip. Maar wie zagen wij bij hoog water op het wrak blijven en het er af winden? De gebroeders Anker met het werkvolk van Zierikzee. Men zag de koper met onverschrokken moed en volharding het gezag voeren en het schip er af winden.
En nu verder. Wie waren er de schuld van dat genoemd wrak geen twee dagen vroeger in de haven van Zierikzee was, terwijl Anker ruim een uur voor de aankomst van de stoomboot het wrak in vlot water had gebracht? Alléén de bootsgezellen van Bruinisse. Anker had dit vroegtijdig genoeg gezien en gelastte het tweede anker met kabel uit te brengen; want bijaldien er iets had opgedaan, dan ware de ketting niet bestand geweest. Hij voorzag dit, en kon de stoomboot niet zien door de dikke mistige lucht. Daar nu staken de Bruinissenaren tegen, en oordeelden dat het niet nodig was, want als de stoomboot niet kwam, dan zouden zij wel met hun hoogaartsen met het wrak wegvaren!
Maar wat gebeurde toen? Het water begon hoe langer hoe moeilijker te staan en de stoomboot was geen 200 ellen meer van het schip verwijderd; maar het gevreesde gebeurde, de ketting sprong door het werken der zee en het schip ging andermaal de Banjaard op met een geraas als van een geweldige donder, door al de fusten die uit de stroppen losrukten, terwijl het schip wel 10 voet hoger op werkte als het gezeten had
Toen nu het water zo wat half gevallen was en men de hoop zand zag die voor het schip lag, toen waren de Bruinissenaren terneer geslagen en zeiden tegen Anker: “Wij wilden nu maar dat de kast was gezonken en wij hem nooit meer zagen”. Doch Anker antwoordde: “Ik niet” en bewaarde verder het stilzwijgen. Toen gingen zij andermaal aan het spitten en het aanbrengen van vaten buitenom, doch de Bruinissenaars riepen maar dat er onmogelijk een vat kon aanblijven. Anker echter begreep het anders, en zeide ”Zo moet hij er af, en honderd gulden aan vaten geven mij niets”. En ziet, geen vat ging er verloren en toen het water opkwam gingen de Bruinissenaars op de vlucht, terwijl de gebroeders Anker met het werkvolk van Zierikzee bleven volharden en brachten het wrak andermaal in vlot water. Toen werden de vlaggen weer uitgestoken, de stoomboot er voor en met een daverend hoera begroetten en verlieten zij de Banjaard, de Bruinissenaars op sleeptouw meenemend. Toen eerst zag men wat er van geworden zou zijn, indien de Bruinissenaars dit wrak met hun hoogaartsen naar de haven van Zierikzee hadden gesleept. Het was dan ook om te lachen met zulk een zot plan, dat onuitvoerbaar was. Veel is er dus gewaagd door de gebroeders Anker, en, zo men het noemt, het is een mooi fortuintje; maar dit is ook waar: De fortuin is met de dapperen!
Zierikzee, 21 april 1868, een werkman.

NRC 080768
Rotterdam, 7 juli. Naar wij vernemen, heeft een van onze rederijen alhier een in 1867 gebouwd schip, bestemd voor de grote vaart, aangekocht en het is ons zeer aangenaam daarbij te kunnen voegen, dat dit vaartuig voortaan uit achting voor een onzer verdienstelijkste, te vroeg ontslapen landgenoten, de naam zal dragen van G.H. BETZ. (opm: de gerepareerde REDGAUNTLET, zie NRC 240268 en volgende)

NRC 031068
Advertentie. Naar Makassar ligt te Rotterdam in lading, het snelzeilend nieuw gekoperd 1e klasse Nederlands barkschip G.H. BETZ, kapt. S. Schaafsma Tzn. Adres bij de reders L. ’t Hoen & Co, de cargadoors Hudig & Pieters en J.A. Nieuwkamp alhier en de wed. Jan van Wesel & Zoon te Amsterdam. (opm: aankondiging van de eerste reis; de G.H. BETZ lag eind december 1868 nog steeds in lading te Rotterdam)

1869

NRC 060369
Ramsgate, 3 maart. Het schip (opm: bark) G.H. BETZ, kapt. S. Schaafsma, van Rotterdam naar Macassar bestemd, is alhier binnengelopen om meerder ballast in te nemen.

NRC 191069
Makasser, 8 augustus. Vrachten. De Nederlandse bark G.H. BETZ, ladende ca. 8000 picols, werd opgenomen voor Macao tot $ 1,10 voor tripang (opm: [gedroogde] zeekomkommer) en rotting, $ 0,75, voor agar-agar (opm: [gedroogd] zeewier) en $ 0.45 voor katjang idjoe (opm: soort peulvrucht) en langapitten met 35 ligdagen. Voor Europa zal in de loop dezer maand een schip van 6 - 8000 picols emplooi vinden.

1871

NRC 141071
Batavia, 2 september. Vrachten. De Factorij nam de 17de augustus bij inschrijving de volgende schepen op: Voor Amsterdam: INDIA PACKET tot NLG 77,90; WIJK AAN ZEE tot NLG 79,-; AMSTELSTROOM tot NLG 79,20; MARIA CATHARINA tot NLG 79,89; STAATSRAAD VAN EWIJCK tot NLG 82,-; TENALAK tot NLG 82,49; NIEUWE WATERWEG II tot NLG 82,49. Voor Rotterdam: HEBE tot NLG 79,-; JONGE JAN tot NLG 82,49; PHILIPS VAN MARNIX tot NLG 82,49; JONGE CORNELIS tot NLG 82,40. Nederlandse OTTO laadt koffie en indigo te Samarang tot NLH 80,- en 90,- respectievelijk. TWEE CORNELISSEN sloot voor San Francisco af tot GBP 4,- voor suiker en G.H. BETZ voor St. Nazaire tot FFRs. 80,-. De HAAMSTEDE doet kustreizen.

NRC 061271
Rotterdam, 4 december. Volgens heden ontvangen bericht van kapt. Schaafsma, voerende het barkschip G.H. BETZ, in dato 19 oktober, bevond hij zich op die dag in Straat Sunda, op de hoogte van Anjer. Alles wel aan boord.

1872

NRC 120672
Rotterdam, 11 juni. Volgens telegrafisch bericht is het barkschip G.H. BETZ gisteren te Falmouth binnengelopen, zijnde van de Scilly’s teruggestormd. Alles wel aan boord.

NRC 180672
Rotterdam, 17 juni. Volgens ontvangen bericht van kapt. Schaafsma, voerende het barkschip G.H. BETZ, in dato Falmouth 14 juni, zou hij die dag de reis naar Macasser voortzetten.

NRC 201072
Rotterdam, 19 oktober. Volgens telegrafisch bericht, dd. Soerabaja 17 oktober, lag het schip ZEPHIR, kapt. Muysson, te Makassar zeilklaar naar Nederland en was de G.H. BETZ, kapt. Schaafsma, aldaar na een reis van 109 dagen aangekomen.

NRC 151272
Rotterdam, 14 december. Volgens heden ochtend ontvangen telegram, d.d. Soerabaija 12 december, was het barkschip G.H. BETZ, kapt. Schaafsma, op 7 december van Macassar naar Nederland vertrokken.

1873

NRC 080273
Rotterdam, 7 februari. Volgens gisteravond ontvangen bericht van kapt. Schaafsma, voerende het barkschip G.H. BETZ, was hij de 21e december van Macassar te Banjoewangie gearriveerd en zou hij de 23e december de reis naar Nederland voortzetten.

NRC 231273
Rotterdam, 22 december. Volgens heden middag ontvangen telegram van Soerabaija was het barkschip ZEPHIR, kapt. De Zeeuw Bagchus, de 29e november van Macassar vertrokken, terwijl de G.H. BETZ, kapt. Schaafsma, de 5e december aldaar aangekomen was.

1875

NRC 090175
Rotterdam, 8 januari. Volgens ontvangen telegram is het barkschip G.H. BETZ, kapt. Schaapsma, te Dartmouth aangekomen, hebbende 102 dagen reis van Batavia. Alles wel.

1877

NRC 280177
St. Helena, 8 januari. Kapt. Hinterthur, voerende het schip G.H. BETZ, van Macassar naar Amsterdam, en alhier aangekomen, rapporteert 2 december op 33°42' ZB 28°24' OL zwaar stormweer met hoge doorelkander lopende zee gehad te hebben, en zware brekers overkreeg, waardoor alles wat los en vast aan dek was overboord spoelde, en ook een gedeelte van het scheepsnaambord weggeslagen werd. Het schip lag geheel op zijde en rechtte niet voordat de lijgeschutpoorten opengestoten werden om het vele water van dek kwijt te raken.

NRC 150377
Nieuwediep, 13 maart. Kapt. Hinterthur van het schip G.H. BETZ, van Macasser hier binnen, rapporteert, 2 december een geweldige storm te hebben doorgestaan waarbij meest alle zeilen uit de lijken sloegen, het dek schoon werd geveegd en het schip op zijde werd geworpen. Door het openhakken der geschutpoorten was men het water kwijt geraakt.

1878

NRC 070878
Kaapstad (per telegram van Madera d.d. 4 augustus ) Het Nederlandse barkschip G.H. BETZ, kapt. Hinterthur, van Batavia naar Dordrecht, is voor noodhaven en met schade aan het roer te Simonsbaai binnengelopen.

DC 150878
Kaapstad, 16 juli. De G.H. BETZ, kapt. Hinterthur, van Batavia naar Falmouth, is gisteren alhier met gebroken roer binnengekomen; had zeer slecht weder onderweg.

NRC 230878
Kaapstad, 30 juli. Het schip G.H. BETZ, kapt. Hinterthur, van Batavia naar Dordrecht en met schade in Simonsbaai binnengelopen, is nagezien en bevonden dat de deknaden open stonden en de bovenste laag lading beschadigd was. Het roer is afgenomen en aan land gebracht om gerepareerd te worden. Het schip is overigens dicht, de beschadigde lading zou verkocht worden.

NRC 070978
Kaapstad, 13 augustus. Van het Nederlandse schip G.H. BETZ, kapt. Hinterthur, van Batavia naar Dordrecht, met schade te Simonsbaai binnen, zijn 600 balen koffie wegens beschadigdheid verkocht.

NRC 160978
Kaapstad, 20 augustus. Van de geloste lading van het Nederlandse schip G.H. BETZ, kapt. Hinterthur, van Batavia naar Dordrecht, met schade in de Simonsbaai binnen, zijn nog 400 balen beschadigd bevonden.

NRC 300978
Kaapstad, 3 september. De G.H. BETZ zal vermoedelijk over 14 dagen gereed zijn, om de reis voort te zetten.

NRC 081078
Kaapstad, 10 september. Een tweede verkoop van ongeveer 525 zakken beschadigde koffie, ex het schip G.H. BETZ, zal op 12 september plaats hebben. Ook zal er nog een tweede verkoop van beschadigde suiker ex WESTERSCHELDE, op heden plaats hebben.

NRC 121078
Kaapstad, 17 september. Van de lading per het schip G.H. BETZ, zullen nog 400 balen koffie wegens beschadigdheid verkocht worden. Bij nader onderzoek is gebleken dat de boegspriet gebroken was en door een andere moet vervangen worden. Het schip zal dus vóór het einde der maand niet gereed worden om te vertrekken.

AH 251078
Kaapstad, 1 oktober. Het Nederlandse schip G.H. BETZ zal spoedig gereed zijn om te vertrekken. Van de lading zijn nog 425 balen koffie wegens beschadigdheid verkocht.

NRC 041178
Kaapstad, 8 oktober. De G.H. BETZ ligt tot vertrek gereed.

1880

NRC 140780
Verkochte schepen. Het Nederlandse schip G.H. BETZ, groot 481 ton, oude meting gebouwd in 1866, is uit de hand verkocht aan de heer Aug. Köpke, te Rotterdam, voor ruim NLG 7.000. (opm: verdoopt in JOHANNA MARIA).

1885

PGC 030785
Amsterdam, 1 juli. Volgens particulier bericht is het schip JOHANNA MARIA, kapt. Saatman, van Newcastle te Atjeh gearriveerd.

1887

NRC 010287
Amboina, 14 december. Het alhier van Cardiff aangekomen schip JOHANNA MARIA, kapt. Hagemeister, zal na lossing, in de Sangi-eilanden laden naar Europa.

1890

PGC 250490
Buenos Ayres, 21 maart. De Nederlandse driemastschoener JOHANNA MARIA, kapt. H. Hagemeister, bezig met talk te laden, heeft de beide ankers verloren. Een sleepboot werd ter assistentie van het schip afgezonden, welke daarvoor 5600 dollars in goud werd uitbetaald.

PGC 171090
Rotterdam, 15 oktober. Volgens bericht uit Nerva is het Nederlandse schip (opm: 3m schoener) JOHANNA MARIA, kapt. H. Hagemeister, de 11e oktober hier van de rede vertrokken. Door zware westelijke stormen verhinderd te vertrekken heeft het aan de boeien op de rede die stormen afgereden. Zo zwaar als dit schip heeft tot heden nog geen vaartuig dat aan de boeien vast lag het te verantwoorden gehad en staat men over de sterkte der boeien en verankering verbaasd.

NRC 071190
Rotterdam, 6 november. Volgens particulier bericht is het Nederlandse barkschip (opm: driemast schoener) JOHANNA MARIA, kapt. Hagemeister, van Nerva naar Rotterdam, genoodzaakt geweest ter rede van Elseneur (opm: Helsingör) terug te keren wegens slecht weer in het Kattegat. Alles wel aan boord.

1891

PGC 020291
Rotterdam, 30 januari. Het hier liggende Nederlandse barkschip (opm: moet zijn driemast-schoener) JOHANNA MARIA is verkocht aan kapt. J. Hazewinkel te Wildervank en zal varen onder boekhouderschap van de heren J.& K. Wilkens te Veendam.

1893

PGC 030593
Elseneur, 28 april. Het driemast schoenerschip IDA, kapt. Hazewinkel, van Bremen naar Riga, is wegens tegenwind benoorden Elseneur geankerd.

1898

PGC 170298
Delfzijl, 15 februari. Het Nederlandse driemast schoenerschip IDA van de heer Hazewinkel Hzn. is hedenavond bij publieke veiling verkocht voor NLG 2.625 aan de heer W. Sissingh, reder alhier.

NRC 270798
Delfzijl, 26 juli. De Nederlandse driemast-schoener IDA, kapt. H. Leeuw, van hier naar Helsingfors (opm: Helsinki) vertrokken, kreeg de 24e dezer een zware stortzee over, waardoor een boot wegsloeg, schade over het dek veroorzaakt werd en het schip slagzij kreeg. Met de herstelling van een en ander is reeds aangevangen.

1901

PGC 030901
Delfzijl, 31 augustus De Nederlandse schepen NIJENSTEIN, kapt. H. Velthuis, IDA, kapt. H. Leeuw, JAN SIEVERT, kapt. P. Arkema, en CHARLOTTE EN ANNA, kapt. N. Arkema, zijn reeds alle vier afgetuigd en hier opgelegd, daar geen lonende vrachten meer te krijgen waren, vermoedelijk zullen meerdere schepen spoedig volgen.

PGC 161101
Delfzijl, 14 november. De hier thuisbehorende driemast-schoener IDA, laatst gevoerd door kapt. H. Leeuw, is zonder de inventaris voor NLG 1.275 verkocht aan de heer S. de Boer te Makkum om te worden gesloopt.