Name ship: BIRMINGHAM

Terug naar de vorige pagina  |  Print record  |  Nieuwe zoekactie

Identification Data

Year built: 1934
Classification Register: Lloyd's Register of Shipping (LR)
IMO number: 5047479
Nat. Official Number: 5599 Z ROTT 1934
Category: Cargo vessel
Propulsion: Motor Vessel
Type: General Cargo
Standard Ship Type:
Type Deck: Flush deck
Masts: Two masts
Rig: 2 derricks, 2 winches.
Lift Capacity: 2,5 ton each.
Material Hull: Steel
Decks: 1
Construction Data

Shipbuilder: De Rotterdamsche Droogdok Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Yardnumber: 187
Date Laid Down: 1934-08-11
Launch Date: 1934-10-30
Delivery Date: 1934-11-17
Technical Data

Engine Manufacturer: Machinefabriek Gebr. Stork & Co. N.V., Hengelo, Netherlands
Engine Type: Motor, Oil, 2-stroke single-acting
Number of Cylinders: 5
Power: 400
Power Unit: BHP (APK, RPK)
Eng. additional info: Stork Hesselman Type H O T (10 13/16-18 7/8)
Speed in knots: 9.00
Number of screws: 1
 
Gross Tonnage: 399.00 Gross tonnage
Net Tonnage: 201.00 Net tonnage
Deadweight: 500.00 tonnes deadweight (1000 kg)
Grain: 25757 Cubic Feet
Bale: 24825 Cubic Feet
 
Length 1: 49.08 Meters Length overall (Loa)
Length 2: 47.13 Meters Length between perpendiculars (Lbp)
Beam: 7.69 Meters Breadth, extreme
Depth: 3.36 Meters Depth, moulded
Draught: 3.048 Meters Draught, maximum
 
Configuration Changes

1949-01-00: Nieuwe hoofdmotor: 4tew 8 cil 500 PK Werkspoor Type TMAS 278 (275x500) 10 Kn.

Certificate of Registry
Ship History Data

Date/Name Ship 1934-11-17 BIRMINGHAM
Manager: N.V. Scheepvaart- & Steenkolen Maatschappij, Rotterdam, Netherlands
Owner: Internationale Kustvaart Maatschappij N.V., Rotterdam, Netherlands
Shareholder:
Homeport / Flag: Rotterdam / Netherlands
Callsign: PDDL
Additional info:

Date/Name Ship 1962-11-27 BOHUSFJORD
Manager: Ivar Pettersson, Ellös, Sweden
Owner: Ivar Pettersson, Ellös, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Ellös / Sweden
Callsign: SMGW
Additional info:

Date/Name Ship 1964-00-00 BOHUSFJORD
Manager: R. & I. Märland, Edshultshall, Sweden
Owner: R. & I. Märland, Edshultshall, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Edshultshall / Sweden
Callsign: SMGW
Additional info:

Date/Name Ship 1972-00-00 BOHUSFJORD
Manager: Rederi AB Redin, Edshultshall, Sweden
Owner: Rederi AB Redin, Edshultshall, Sweden
Shareholder:
Homeport / Flag: Edshultshall / Sweden
Callsign: SMGW
Additional info:

Date/Name Ship 1973-00-00 ANNELI
Manager: Birger Degerholm, Särkisalo, Finland
Owner: Birger Degerholm, Särkisalo, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Särkisalo / Finland
Callsign: OICT
Additional info:

Date/Name Ship 1975-00-00 MIA
Manager: Erik Lindroos, Helsinki, Finland
Owner: Erik Lindroos, Helsinki, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Helsinki / Finland
Callsign: OICT
Additional info:

Date/Name Ship 1980-00-00 MIA
Manager: Viking Rosenstrom, Helsinki, Finland
Owner: Viking Rosenstrom, Helsinki, Finland
Shareholder:
Homeport / Flag: Helsinki / Finland
Callsign: OICT
Additional info:

Ship Events Data

1934-10-30: Tewaterlating van de coaster 'BIRMINGHAM', nog in datzelfde jaar gevolgd door het zusterschip 'NOTTINGHAM' op de werf van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM). De bouw van beide schepen, bestemd voor de N.V. Internationale Kustvaart Maatschappij te Rotterdam, wordt bij de RDM beschouwd als 'stopwerk' in de hoop op betere tijden in de scheepsbouw. Beide schepen worden afgebouwd in de onderzeebootloods van de werf en zullen na overdracht worden ingezet op de lijn Harlingen - Goole.

1934-11-16: Op 16-11-1934 als BIRMINGHAM, zijnde een motorschip, metende 399.02 ton, door H. ter Haar, asp. scheepsmeter te Rotterdam ten verzoeke van de Internationale Kustvaart Maatschappij N.V. te Rotterdam, liggende te Rotterdam van brandmerk 5599 Z ROTT 1934 voorzien door het inbeitelen op het achterschip aan stuurboordzijde achter tegen het dekhuis op kampanje.

1937-12-28: NvhN 28-12-1937: Harlingen, Het Ned. m.s. „Birmingham", op weg naar Goole, is Zondag uit zee teruggekeerd wegens schroefdefect en is hier in de haven aangekomen. Het m.s. „Immingham" van Hull, hier aangekomen, heeft, na lossing, de lading van de „Birmingham" overgenomen en is daarmee gisteren naar Goole vertrekken. Het m.s. „Birmingham" zal hier op de werf repareeren.

1940-05-16: Overgenomen door de Netherlands Shipping & Trading Committee, Londen. Was in de oorlog in Engeland met nog vijf andere Nederlandse coasters (de 'Bornrif', 'Glory', 'Kaap Falga','Narwal' en de 'Virgo') ingericht als drijvende graanelevator. De door de bekende Engelse machinefabriek Henry Simon Ltd., te Cheadby Heath, bij Manchester, geleverde installatie was zodanig in het ruim opgesteld dat het graan zonodig in een hoogliggend zeeschip kon worden overgeladen. Deze varende elevatoren waren daarbij volkomen zeewaardig en konden op eigen kracht naar verschillende losplaatsen varen. De installatie aan boord van de 'Birmingham' en de 'Virgo' hadden een capaciteit van 240 ton per uur. De andere vier een capaciteit van 100 tot 120 ton per uur.

1949-01-28: Bijvoegsel tot de Nederlandse Staatscourant van Maandag 18 Juli 1949, no.137. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart: No. 172. Uitspraak van de Raad voor de Scheepvaart in zake de klacht van de inspecteur-generaal voor de scheepvaart tegen F. Joosten, kapitein van het motorschip „Birmingham", wegens het niet melden aan de Scheepvaartinspectie van een aan zijn schip overkomen ongeval. Op 10 Februari 1949 is door de inspecteur-generaal voor de scheepvaart bij de Raad voor de Scheepvaart een klacht ingediend van de volgende inhoud: „De inspecteur-generaal voor de scheepvaart; Verwijzende naar de stukken B.27. 1949 blauw in zake de aanvaring op 28 Januari 1949, plaats gevonden tussen het m.s. „Birmingham" en het Engelse schip „Flexety"; Overwegende, dat daaruit blijkt, dat kapitein Joosten Freerik, van het motorschip „Birmingham", na de aanvaring van dit schip in de haven van IJmuiden binnenvallende, aldaar niet heeft voldaan aan het voorschrift, vervat in art. 118 van het Schepenbesluit; Overwegende, dat uit zulk een nalatigheid gevaar kan ontstaan voor schip en opvarenden, zodat het feit als een misdraging tegenover rederij en schepelingen moet worden beschouwd; Gezien de artikelen 48 en 49 van de Schepenwet; Stelt aan de Raad voor de Scheepvaart voor, een onderzoek in te stellen en de kapitein Joosten Freerik te hooren." Een commissie uit de Raad voor de Scheepvaart, als bedoeld bij artikel 49 der Schepenwet, besliste, dat naar de gegrondheid van voorschreven klacht een onderzoek door de Raad zou worden ingesteld. Het onderzoek heeft plaats gevonden ter zitting van 29 April 1949. De inspecteur-generaal voor de scheepvaart was verhinderd bij de zitting tegenwoordig te zijn. De Raad nam kennis van de ten deze door de inspecteurgeneraal voor de scheepvaart overgelegde stukken, waaronder een door de inspecteur voor de scheepvaart in het 2de district L. Korstanje op de ambtseed opgemaakt proces-verbaal dd. 4 Februari 1949, inhoudende een verhoor van aangeklaagde F. Joosten, wonende te Beverwijk, en hoorde de kapitein, voornoemd, als aangeklaagde buiten ede. Na voorlezing van de klacht zette de voorzitter de aangeklaagde de betekenis daarvan uiteen en gaf hem gelegenheid tot zijn verdediging aan te voeren hetgeen hij daartoe dienstig achtte, hem daarbij het laatste woord latende. Uit het door de Raad gehouden onderzoek is het navolgende gebleken: Het motorschip „Birmingham" is een Nederlands schip, toebehorende aan de N.V. Scheepvaart en Steenkolen Maatschappij, te Rotterdam. Het meet 399 bruto-registerton en wordt voortbewogen door een 500 pk. Werkspoor-motor. Nadat op 28 Januari 1949 te 9.35 uur vóór Hull van loods was verwisseld, voer de „Birmingham", beladen met kolen, volle kracht de rivier af, bestemd voor Amsterdam. Aan boord bevonden zich totaal negen man bemanning en een passagier. De diepgang was vóór 9'4", achter 10'3". Het zicht was 3 a 4 mijl; er liep eb. Te 9.40 uur werd het zicht plotseling minder. Terstond werd geminderd tot langzaam en werden mistseinen gegeven. Weldra werd het dik van mist en de kapitein besloot in overleg met de loods op te draaien en te ankeren. Bij dit ankeren kwam de „Birmingham" in aanvaring met het Engelse motorschip „Flexety", waardoor het enige schade kreeg aan de boeg boven water. Op 29 Januari te 4.20 uur arriveerde zij te IJmuiden. Te Amsterdam heeft aangeklaagde een surveyor van Lloyds gewaarschuwd, maar liet na, de Scheepvaartinspectie van de aanvaring en de belopen schade kennis te geven. Aangeklaagde erkent ten volle zijn verplichting daartoe. Ter zitting verklaart hij, dat hij het gedurende het korte binnenzijn van zijn schip zo druk had, dat hij vergeten heeft de aanvaring bij de Scheepvaart- inspectie te melden. Later op zee zou hem nog wel te binnen zijn geschoten, dat hij het journaal niet had getoond. De Raad is van oordeel, dat het in de klacht vermelde verzuim door de erkentenis van betrokkene is kenen vast te staan, en dat uit deze nalatigheid gevaar kon ontstaan voor schip en opvarenden, zodat dit een misdraging tegenover rederij en schepelingen oplevert. Gelet op de omstandigheden, door betrokkene te zijner verontschuldiging aangevoerd: zijn vele bezigheden tijdens het korte binnen-zijn van het schip, in verband met het feit, dat de plaats gehad hebbende aanvaring slechts van geringe betekenis was, hetgeen mede ten gevolge kan hebben gehad, dat betrokkene aan de verplichting, hem bij artikel 118 van het Schepenreglement opgelegd, niet heeft gedacht, straft de Raad betrokkene, kapitein Freerik Joosten, geboren 21 Mei 1907, wonende te Beverwijk, door het uitspreken van een berisping. Aldus gedaan door de heren mr. W. A. Vos, eerste plv. voorzitter, C. H. Brouwer en G. J. Barendse, leden, in tegenwoordigheid van 's Raads secretaris mr. A. Boosman, en uitgesproken ter openbare zitting van de Raad. (Get.) Vos; A. Boosman.

1951-01-06: Het m.s. 'BIRMINGHAM', op reis van King's Lynn naar Harlingen, heeft nabij Cromer L.V. schade opgelopen aan de roerkoning. De Ned. sleepboot 'Ganges' (1921 - Int. Sleepdienst Mij., Rotterdam) heeft de stuurloze 'Birmingham' opgepikt en voor reparatie naar Harlingen gesleept.

1951-02-19: De Heerenveensche koerier 19-02-1951: Noodgedwongen terug....! Harlingen, 18 Febr. Het Nederlands m.s. „Birmingham", dat Zaterdagmiddag met een lading stukgoed, bestemming Leith, de haven van Harlingen verliet, kreeg 50 mijl buitengaats te kampen met een defecte smeeroliepomp. Dientengevolge kon 't schip de reis niet vervolgen en keerde naar Harlingen terug, waar het Zondagmiddag arriveerde.

1954-01-30: Leeuwarder courant 30-01-1954: De „Birmingham" in zwaar weer. Vandaag wordt te Harlingen het m.s. "Birmingham" verwacht met een lading kolen uit Goole. Het schip heeft Donderdag met zwaar weer te kampen gehad onder de Engelse kust. Dit is mede oorzaak, dat het schip behoorlijk over tijd te Harlingen zal arriveren.

1955-10-13: De Heerenveensche koerier 13-10-1955: Op andere kustvaarder leek het beter. Harlingen — Het vertrek van de kustvaarder Birmingham werd Dinsdagmiddag vertraagd toen een tweetal uit Rotterdam afkomstige matrozen weigerde aan te monsteren. De logiesruimte beviel hen niet. De twee mannen stapten toen op een andere kustvaarder over. De Birmingham kon nu pas Woensdagmorgen omstreeks 12 uur uit Harlingen vertrekken.

1959-01-06: De Telegraaf 06-01-1951: Met defect roer op Noordzee. (Van onze correspondent) Maassluis, 5 Jan. — Het Nederlandse motorschip „Birmingham" drijft op de Noordzee ter hoogte van de Engelse kust met defect roer. De weersomstandigheden zijn niet ongunstig. Da rederij heeft de sleepboot Ganges van Hoek van Holland uitgezonden om het schip naar Rotterdam te slepen. De “Birmingham" was onderweg van Kingslynn naar Harlingen. Eigenares van het schip is de Scheepvaart- en Steenkolen Mij. Rotterdam.
Leeuwarder courant 06-01-1951: Kustvaarder naar Harlingen in moeilijkheden. De 399 ton metendt Nederlandse kustvaarder Birmingham, die op weg is van Kingslynn naar Harlingen verkeert in moeilijkheden. De z.g. roerkoning, de stang waarom het roer draait, is gebroken. De sleepboot „Ganges" is onderweg naar de Birmingham.

1961-02-21: Leeuwarder courant 21-02-1961: „Birmingham" vast op de Vlieree bij Terschelling. Vanmorgen omstreeks acht uur is tijdens een dichte mist het motorschip „Birmingham" een kustvaarder van 900 ton, van de Steenkolen- en Scheepvaart Maatschappij, die een vaste lijndienst onderhoudt tussen Harlingen en Engeland, aan de grond gelopen in de vaargeul „De Blauwe Slenk", tussen Harlingen en Terschelling, in de onmiddellijke omgeving van de Griend. Om half elf bij opkomend tij is de boot op eigen kracht weer vlot gekomen, zodat assistentie van de sleepboot „Holland' van de rederij Doeksen, die inmiddels onderweg was, niet meer nodig was. Het schip is nu voor anker gegaan en wacht tot de mist is opgetrokken, om op eigen kracht de weg naar Harlingen te vervolgen. Er zijn negen opvarenden aan boord. De kapitein is de heer C. W. Ruyter.
NvhN 21-02-1961: Coaster bij Terschelling aan de grond. De Nederlandse kustvaarder Birmingham, groot 400 ton, is op de Vlierede bij boei negen bij Terschelling aan de grond gelopen. Het schip was op weg van Rotterdam naar Harlingen. Het schip, dat acht man aan boord heeft, is eigendom van de Internationale Kustvaart Mij. te Rotterdam.
Friese koerier 22-02-1961: Kustvaarder aan de grond en weer vlot. Harlingen — Gistermorgen omstreeks acht uur is het motorschip „Birmingham", een kustvaarder van 500 ton, die een vaste lijndienst onderhoudt tussen Harlingen en Engeland, aan de grond gelopen in de vaargeul „De Blauwe Slenk", tussen Harlingen en Terschelling, in de onmiddellijke omgeving van het eilandje Griend. Om half elf bij opkomend tij is de boot op eigen kracht weer vlot gekomen, zodat assistentie van de sleepboot Holland van de rederij Doeksen, die inmiddels onderweg was, niet meer nodig was.

1962-05-24: Het Vrije Volk 24-05-1962: Gele Zee brengt coaster binnen. Leen Smit's zeesleper Gele Zee is uitgevaren naar de Nederlandse kustvaarder Birmingham, eigendom van de SSM In Rotterdam, die vannacht op zes mijl ten zuidoosten van het lichtschlp Smith's Knoll (op 80 mijl van de Nieuwe Waterweg) met machineschade voor anker is gegaan. Vanmorgen om negen uur werd de tros overgebracht. De Gele Zee zal de kustvaarder afleveren bij Niehuys en v. d. Berg In de Rotterdamse Eemhaven.

1962-12-01: Friese koerier 01-12-1962: Nieuw schip op lijn Harlingen-Goole. Harlingen— De lijnboot van de SSM, de „Birmingham", die sinds 1934 de dienst tussen Harlingen en Goole onderhield, is verkocht aan een Zweedse rederij. De boot wordt on de werf „Welgelegen" wat opgeknapt en krijgt daar dan de naam „Bohusfjord". Het schip meet 49.20 x 7.69 x 2.59 en is voorzien van een 500 pk motor. Tijdens de oorlogsjaren deed het schip voor de geallieerden dienst. De dienst van Harlingen op Goole zal nu door een gloednieuw schip worden onderhouden.
NvhN 01-12-1962: Birmingham verkocht. De lijnboot van de SSM, de Birmingham die sinds 1934 de dienst tussen Harlingen en Goole onderhield, is verkocht aan een Zweedse rederij en wel aan rederij Ivar Petterson te Ellos aan de westkust van Zweden, ten noorden van Gothenburg. De boot wordt op de werf Welgelegen wat opgeknapt en krijgt daar de naam van Böhusfjord. De dienst van Harlingen op Goole zal nu door een gloednieuw schip worden onderhouden.

1980-11-25: Final Fate: Aan de grond gelopen bij Porvoo, vlotgebracht, CTL verklaard en verkocht voor de sloop. In maart 1982 gesloopt door Teolusuuden te Rauma.

Ship Masters Data

Images


Description: 'Birmingham' (bj 1934)
Image type: Photo

Description: Birmingham 1934
Image type: Photo

Description: Birmingham 1934
Image type: Photo

Description: 'Birmingham'
Image type: Photo

Description: De 'Birmingham', na stuurloos rondgedreven te hebben op de Noordzee, op sleeptouw genomen door de Ned. sleepboot 'Ganges' en ter reparatie naar Harlingen gesleept - foto januari 1951. (zie 'events')
Image type: Photo

Description: Bohusfjord (ex Birmingham)
Image type: Photo

Description: 'Anneli' 1934 (ex 'Birmingham')
Image type: Photo
Sources