1816
Op 16-07-1816 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een eerste zeebrief en een Turkse pas voor de bestemming Cadix, aangevraagd voor kapt. Thomas Bodeman.
RC 211116
Arrivementen: Te Cadix T. Bodeman van Amsterdam in 17 dagen.
1817
RC 011117
Amsterdam, 30 oktober. In een brief van Kadix , van den 7 oktober, wordt gemeld, dat een Zweedse kapitein, aldaar gearriveerd, bericht had, dat het kofschip CHRISTINA, kapt. T. Bodeman, den 27ste september van Kadix naar Amsterdam vertrokken, dienzelfde nacht was aangerand geworden door een sloep of barkas, bemand met 24 koppen; zijnde het volk te Kadix thuis behorende, die een gedeelte der fijne goederen uit de kajuit, benevens de klederen van den kapitein, geroofd hadden. (opm: zie RC 151117)
RC 151117
Amsterdam, 13 november. In een brief van Kadix, van den 31 oktober, wordt gemeld, dat Zijner Majesteits fregat DEN AMSTEL, behorende tot het eskader in de Middellandse Zee, zich aldaar voor de kust bevond, om de vlag der Nederlanden te beschermen, tegen dergelijke aanvallen, als kaptein Bodeman heeft ondervonden (opm: zie RC 011117).
1818
LCO 170818
Arrivementen: Te Cadix T. Bodeman van Amsterdam.
RC 260918
In een brief van Kadix, van den 1 september, wordt gemeld: In den nacht tussen den 27 en 28 augustus hebben wij hier een vreselijke orkaan uit het oosten gehad. De vier Hollandse schepen, op dat tijdstip in de baai ten anker liggende, zijnde de JONGE JAN, kaptein Coene Jans Cornel; CHRISTINA, kapt Thomas Bodeman; NEPHTUNUS, kaptein H. Borgerding, en JUPITER, kaptein Johannis Kok, hebben niet de minste schade bekomen.
1819
Op 17-06-1819 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief aangevraagd voor kapt. Thomas Bodeman.
RC 240819
Arrivementen te Cadix: T. Bodeman en P.J. Pilliard in 16 dagen van Amsterdam.
1820
OHC 020520
Texel, 29 april. Binnengekomen T. Bodeman van Cadix.
OHC 051020
Texel, 3 oktober. Uitgezeild T. Bodeman naar Cadix.
RC 111120
Arrivementen: te Kadix T. Bodeman (in 15 dagen) en G. Molenaar (in 18 dagen) van Amsterdam.
1821
OHC 170521
Texel, 14 mei. Binnengekomen T. Bodeman van Cadix, ligt in quarantaine.
Op 09-08-1821 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. Thomas Bodeman.
RC 180921
Amsterdam, 15 september. Sedert onze laatste uitgezeild T. Bodeman naar Cadix.
RC 151121
Arrivementen: Te Cadix T. Bodeman van Amsterdam.
1822
OHC 020522
Texel, 29 april. Binnengekomen T. Bodeman van Alicante, ligt in quarantaine.
OHC 171222
Texel, 13 december. Uitgezeild T. Bodeman naar Cadix en Gibraltar.
1823
OHC 080223
Arrivementen: Te Cadix T. Bodeman van Amsterdam.
OHC 030423
Arrivementen: Te Gibraltar T. Bodeman van Amsterdam.
01 juli 1823
AC - Amsterdamsche Courant
Texel, 29 juni. Heden zijn alhier gearriveerd de schepen CORNELIA (opm: fregat), kapt. D.C. Martens, van Demerary, CHRISTINA, kapt. T. Bodeman, van Cadix, GOEDE TROUW, kapt. H.J. Baske (opm: kof, kapt. Konraad Jans Masker), van Bordeaux, en VRIENDSCHAP, kapt. T. Komst, van Havre-de-Grace; de eerste twee zijn na visitatie van de quarantaine ontslagen.
1824
Op 31-03-1824 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. Thomas Bodeman.
RC 030824
Amsterdam, 1 augustus. Uitgezeild T. Bodeman naar Cadix.
OHC 021024
Arrivementen: Te Cadix T. Bodeman van Amsterdam.
RC 091224
Amsterdam, 9 december. Het schip CHRISTINA, kapt. T. Bodeman, zou volgens brief van Kadix van den 19 november, de volgende dag van daar naar Amsterdam vertrekken.
1825
OHC 180125
Vlie, 13 januari. Binnengelopen T. Bodeman van Cadix.
Op 19-10-1825 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. Arend Oosterbaan.
RC 061225
Texel, 4 december. Uitgezeild A. Oosterbaan naar Marseille.
1826
OHC 210126
Arrivementen: Te Marseille A. Oosterbaan van Amsterdam, dezelve heeft in de Golf van Narbonne zware stormen doorgestaan en daarbij zeilen verloren en andere schade bekomen.
OHC 230226
Arrivementen: Te Cette A. Oosterbaan van Marseille.
RC 040526
Sedert onze laatste bij Texel binnengekomen A. Oosterbaan van Cette.
OHC 250726
Arrivementen: Te Archangel A. Oosterbaan van Amsterdam.
OHC 300926
Texel, 28 september. Binnengekomen A. Oosterbaan van Archangel.
OHC 071026
Kapt. A. Oosterbaan, voerende het schip CHRISTINA, van Archangel te Amsterdam gearriveerd, heeft den 3 september op de hoogte van de Noordkaap in goeden staat gepraaid het schip die HOFFNUNG, kapt. N. Jurgens, van Hamburg naar Archangel.
RC 211226
Amsterdam, 19 december. Uitgezeild A. Oosterbaan naar Marseille.
1827
RC 100227
Arrivementen: Te Marseille A. Oosterbaan (opm: kof CHRISTINA) van Amsterdam.
LCO 060727
Den 29 juni l.I., is door de Loods-schipper R. Molenaar, in goede staat gepraaid A. Oosterbaan, naar Hamburg bestemd, hebbende toen Kamperduin 9 mijlen van zich af.
OHC 220927
Terschelling, 17 september. Binnengekomen A. Oosterbaan van Dantzig.
Op 24-10-1827 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. Arend Oosterbaan.
OHC 041227
Texel, 30 november. Uitgezeild A. Oosterbaan naar Marseille.
LCO 211227
Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan van Amsterdam naar Marseille, laatst van Deal, is den 9de en het schip the SOVEREIGN, kapt. W. Austin, van Rotterdam naar Shoreham, is den 10 december te Ramsgate binnengelopen.
1828
RC 080128
Amsterdam, 6 januari. Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam naar Marseille, te Ramsgate binnen, heeft de 29e december 1827 laatstleden deszelfs reis vervolgd.
RC 190128
Amsterdam, 17 januari. Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam naar Marseille, is de 4e januari met verlies van zeilen en andere schade te Cowes binnengelopen, doch heeft, na met de meeste spoed gerepareerd te zijn, de 10e dito de reis vervolgd.
LCO 250128
Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam naar Marseille, was den 13 januari op de hoogte van Dentmouth, hebbende de kluivers, en het grote fokkezeil verloren.
RC 060328
Arrivementen: Te Marseille A. Oosterbaan van Amsterdam.
AH 011028
Advertentie. In lading ligt te Amsterdam, 1 oktober. Genua, Livorno en Smirna, CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan. Adres bij C. de Grijs & Zn. en De Rooij & Ten Kate.
1829
MCO 080129
Op onze rede gekomen CHRISTINE, kapt. A. Oosterbaan van Amsterdam naar Genua met stukgoederen.
RC 100129
Amsterdam, 8 januari. Volgens brief van kapt. A. Oosterbaan, voerende het schip CHRISTINA, van Amsterdam naar Genua, Livorno en Smyrna, in dato Vlissingen de 4e januari, had hij sedert zijn vertrek uit Texel op de 30e november, gedurig met zware stormen te kampen gehad en was tweemaal op de Jutse kust, alsmede voor de Elbe, op lager wal bezet geweest, alwaar hij zwaar had moeten zeilen; vervolgens in de nacht tussen de 1e en 2e dezer in de Vlaamse banken vervallen zijnde, had hij het, ondanks alle aangewende pogingen, niet van de lager wal kunnen houden en de storm steeds aanhoudende van het N.N.W. en N.W., voor een geheel touw ten anker moeten gaan, ten einde niet op strand te drijven; bij het opdraaien was het schip vreselijk onderhaald, doch had, ofschoon de zee zeer hol stond, het gelukkig afgereden; de kapitein had zich toen het dag werd bevonden te liggen Blankenburg Z.Z.O. van zich en was vervolgens te Vlissingen binnengekomen, doch wist nog niet hoe het schip en de lading gesteld waren.
RC 150129
Amsterdam, 13 januari. Kapt. A. Oosterbaan, voerende het schip CHRISTINA, van Amsterdam naar Genua, Livorno en Smyrna, te Vlissingen binnen, meldt van daar in dato de 5e dezer dat hij voornemens was nog die dag zijn reis voort te zetten.
RC 240229
Arrivementen: Te Genua is aangekomen A. Oosterbaan van Amsterdam (laatst van Vlissingen) in 32 dagen.
RC 140329
Amsterdam, 12 maart. Kapt. Oosterbaan, voerende het schip CHRISTINA, van Amsterdam te Genua gearriveerd, meldt van daar, dat hij de 25e februari gereed zou zijn om naar Livorno te vertrekken.
LCO 040529
Arrivementen: Te Malta A. Oosterbaan van Amsterdam naar Smirna, laatst van Livorno, heeft den 8ste april, onder konvooi van Zr.Ms. Oorlogsbrik ECHO de reis voortgezet.
OHC 090629
Arrivementen: Te Smirna het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam, laatst van Malta, onder konvooi van Z.M. Oorlogsbrik ECHO.
RC 220929
Amsterdam, 20 september. Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Smyrna naar Amsterdam, is de 26e augustus te Malaga binnengelopen, doch heeft dadelijk de reis voortgezet.
OHC 061029
Texel, 3 oktober. Binnengekomen A. Oosterbaan van Smirna, ligt in quarantaine.
1830
AH 240230
Livorno, 18 januari. Opgave van de schepen onder Nederlandse en vreemde vlag, welke in de loop van het jaar 1829 uit Nederland te Livorno aangekomen of van daar naar de Nederlanden of elders vertrokken zijn, waaronder:
Schepen: Kapiteins: van: naar:
JONGE MARGARETH A A. Rietdijk Vlaardingen Vlaardingen
CHRISTINA A. Oosterbaan Amsterdam Smirna
Op 28-04-1830 wordt voor de CHRISTINA door Jan Hendrik Bodeman uit Amsterdam een zeebrief aangevraagd voor kapt. Arend Oosterbaan.
OHC 110530
Vlie, 6 mei. Uitgezeild A. Oosterbaan naar Archangel.
OHC 260830
Texel, 24 augustus. Binnengekomen A. Oosterbaan van Archangel.
AH 010930
Carga-lijsten. Amsterdam, 31 augustus. CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Archangel met 360 tonnetjes pik, 767 tonnetjes teer en 2.470 stuks matten.
13 november 1830
OHC - Opregte Haarlemsche Courant
Te Cowes zijn binnen gelopen de schepen CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam naar Genua, met verlies van anker en touw, en NICOLAAS JOHANNES, kapt. K.IJ. Parma, van Amsterdam naar Cette.
RC 041230
Amsterdam, 2 december. De schepen CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Amsterdam naar Genua en NICOLAAS JOHANNES, kapt. K.IJ. Parma, van Amsterdam naar Cette, te Cowes binnen, hebben de 24e november hun reizen voortgezet.
1831
OHC 250131
Arrivementen: Te Genua A. Oosterbaan van Amsterdam.
AH 060831
Texel, 3 augustus. Vertrokken: 4 augustus. VROUW ALBERDINA, kapt. Bondrager, naar Laurwig; CHRISTINA, kapt. Oosterbaan, naar Hamburg.
AH 231131
Vlie, 19 november. Binnengekomen: CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, van Drammen.
20 november. De kof CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, gisteren binnen gemeld, beneden de rede tegen de Oostwal liggende, heeft hedennacht de grote mast gekapt.
AH 251131
Vlie, 21 november. Binnengekomen: Het schip CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan, heeft twee loodsschuiten tot assistentie bekomen.
OHC 261131
De kof CHRISTINA, kapt. A. Oosterbaan van Drammen, met loodsschuiten naar Harlingen opgevaren zijnde, is, door het verdrijven van de witte ton, achter de Westerwal geraakt.
Aanstellen arbitrage inzake kosten hulpverlening kofschip CHRISTINA 25.11.1831
Notaris S.S. Wijma, Harlingen, nam van requestant kapitein Arend Oosterbaan, Amsterdam, voerende het kofschip CHRISTINA ter ene en gerequireerden Albert Klasen Visser, Jan Feyes Pronker en Thomas Kroese, schippers van loodsschuiten wonende op het eiland Vlieland ter andere zijde
volgende verklaring op.
Dat kapitein Oosterbaan, met zijn schip onderweg met hout van Drammen naar Amsterdam door zware storm overvallen, zich genoodzaakt heeft gezien de mast te moeten overboord kappen en zonder deze mast ten anker heeft gelegen tussen het Gat en de rede van Vlieland. Na veel aangewende moeite is hij door de gerequireerden met hun schuiten en manschappen geholpen en gesleept vandaar naar de Jetting en vervolgens naar Harlingen, teneinde de lading te kunnen lossen en het schip van de geleden schade te herstellen.
Dat aangaande deze hulpprestatie tussen partijen aan boord van het schip in zee een akkoord is gemaakt, waarbij is bepaald dat de gerequireerden daarvoor zouden genieten een som van 800 guldens, doch dat de requestant met schip en lading te Harlingen gekomen heeft goedgevonden om deze regeling der hulplonen op te dragen en over te laten aan goede mannen wederzijds daartoe te benoemen.
Dat partijen het in de benoeming dier goede mannen eens geworden zijnde daartoe hebben gekozen Jacob Cornelis Janssen, oud buitenschipper, thans zonder bedrijf, Cornelis Jans van der Veer, oud buitenschipper, thans havenmeester, en Broer Remkes de Vries, oud buitenschipper, thans trekveerschipper, allen woonachtig te Harlingen, deskundig en bekwaam.
Aan wie partijen hiermede de macht geven en hen aanstellen om ex aeque et bono (naar billijkheid) te beslissen hoe groot de som requirant aan gerequireerden zal moeten betalen, voordat laatst genoemden met hun schuiten en manschappen de requirant met zijn voerend schip en inhebbende lading vorengemeld van tussen het Gat en de rede van Vlieland, masteloos zijnde, hebben geholpen en gesleept naar de haven van Harlingen teneinde zijn lading te kunnen lossen en het schip van geleden schaden herstellen.
Gevende zij comparanten verder aan voorschreven goede mannen de vrijheid om door een hunner het proces-verbaal van de uitspraak te laten opmaken en schrijven en renuntiëring (afstand doen van) partijen aan alle de formaliteiten welke de wet op het stuk van arbitrage mag voorschrijven.
Harlingen, 25 november 1831
Uittreksel uit het ZEEPROTEST betreffende de kof CHRISTINA
Op 1 december 1831 werd ten overstaan van notaris S.S. Wijma te Harlingen een zeeprotest afgelegd door Arend Oosterbaan uit Amsterdam, kapitein van het kofschip CHRISTINA, en de getuigen Jan Diederiek Budde, van Varel, 27 jaar, stuurman; Klaas Janssen Breuving, van Halte, 23 jaar, kok; Jochem Willems Kats, van de Kuinre, 36 jaar en Jan Kuyt, van Rotterdam, 23 jaar, matrozen.
De CHRISTINA was op 11 november 1831 van Drammen met goed weer en NNW wind vertrokken met een lading balken bestemd voor Amsterdam.
Op 12 november kregen ze een zuidelijke storm en op 13 november sloeg bij het halzen de stormkluiffok kapot. Omdat ze aan lager wal geraakten besloot de kapitein tot behoud van schip en lading met behulp van een loods voor 5 Noordse daalders Arendal binnen te lopen waar ze in de namiddag arriveerden. Inmiddels draaide de wind naar Oost. Met de ingaande loods gooiden ze het op een akkoordje om de helft van het uitgaande loodsgeld te betalen waarna de loods het schip verliet en de CHRISTINA de reis met een gunstige wind vervolgde.
De volgende dag sloeg het weer om, de zeilen (breefok, bramzeil, topzeil, jager en bezaan) werden gereefd of ingenomen en de zee werd hemelhoog. Ze moesten zwaar prangen (hoog aan de wind zeilen) om van de Jutse kust vrij te lopen. Hierdoor werd het schip lek, waardoor het slagzij kreeg. Tot behoud van schip en lading moest worden besloten de bakboords deklading te werpen (moedwillig overboord te zetten). Dat kostte veel moeite, maar daardoor lag het schip nu minder scheef. Acht balken gingen verloren en de bakboords railing en rusten werden zeer beschadigd. Het topzeil begaf het en moest van de ra worden weggesneden.
De 14e was het ’s morgens handzamer weer geworden en stond de gehele bemanning aan de pompen om het schip weer lens te krijgen. Op 15 november kregen ze een NNO storm met sneeuwbuien die de 16e aanhield. Op 17 november staken ze een tweede rif in de fok en bezaan, maakten het topzeil vast en draaiden bij om de west. Tegen de middag werd het handzamer en meer zeilen werden weer bijgezet. De windrichting werd variabel, een bramzeilskoelte en enigszins mistig. Om de twee glazen loodden ze de diepgang. Aanvankelijk 20 vadem, bij tien vadem kregen ze schelpen en zand. Om 5 uur ’s ochtends zagen ze vanuit de top van de mast in het ZO het eiland Vlieland op een gegiste afstand van 2½ mijl. Ze zetten alle zeilen bij en aan de wind varend stuurden ze op land af en waren dicht onder de rode ton, met de vlag van top om een loods te krijgen.
De 18e ’s morgens om kwart over negen kregen ze een loods van het Vlie aan boord. Vanwege de mist moesten ze ’s middags in het Gat ten anker. ’s Nachts om half een klaarde het weer op, ze lichtten het anker maar ’s middags ankerden ze opnieuw, nu op 10 vadem water in het Gat onder de Oostwal, vanwege de mist en omdat ze Vlie rede niet konden bezeilen. ’s Nachts kregen ze een storm uit het NNW.
De 19e hield de storm aan. Overdag vlagden ze om de klaarmaker (de scheepsagent) en werden daarna ook ingeklaard. Ze wonden het anker en gingen onder zeil bij een harde zuidelijke wind. Het schip weigerde te wenden en zij moesten alzo onder de Westwal weer ten anker op 9½ vadem water. Vlie rede bleek nog steeds niet bereikbaar. De wind nam toe en ’s avonds stond er een ZZW storm. Om 11 uur ’s avonds schoot de wind uit naar het NNW. Onder ebstroom staken ze nog een derde touw uit en lagen alzo voor 90 á 95 vadem. Ze probeerden de ra neer te halen maar door de harde wind mislukte dat.
De 20e woei het een vliegende NNWtN storm. Het beste anker en touw lagen klaar om in geval van nood te kunnen laten vallen. Op het sterkst van de vloedstroom woei er een orkaan, waardoor het schip begon te drijven. Hierop liet men onmiddellijk het beste anker vallen. Dit anker ‘tastte niet toe’ zodat het verleieren aanhield. De loods oordeelde dat de grote mast moest worden gekapt. Kapitein Oosterbaan wilde nog wachten om te zien of de ankers het alsnog gingen houden. De loods meende dat het verlijeren pas zou stoppen wanneer de mast was gekapt en de ankers het schip weer konden houden. Tenslotte besloot de kapitein hiertoe, tot behoud van schip en lading, lijf en leden.
De 21e om 4.30 uur ging de grote mast met het staande want, ra’s, zeilen en alles dat er verder aan was bevestigd overboord. Omdat vanwege de storm aan berging niet viel te denken moest men zich van alles ontdoen. Zo gingen een topzeil van het beste karldoek, de breefok en het bramzeil, beide van bramdoek verloren, en bleven alleen grootzeil, stagfok, jager en kluiver behouden, zij het beschadigd doordat de mastbanden, leuvers e.d. moesten worden gekapt.
Ook de boegspriet en de goederen en gereedschappen die aan dek waren gebruikt gingen verloren. Door het vallen van de mast werd het boord aan stuurboord zwaar beschadigd en geheel ontzet. Een pompsteek ging verloren en een tweede werd zwaar beschadigd.
Nadat mast en tuig van het schip los waren hielden de ankers het. ‘De zee brandede over het gehele schip als over een blinde klip’.
Des voormiddags woei het een vliegende NNW wind met sneeuwbuien, hagel en regen. de noodvlag werd gehesen om hulp en assistentie van de wal (Vlieland in dit geval) te krijgen. Er kwamen echter geen schuiten opdagen. ’s Middags zwaaide het schip, waarop de ankers werden gewonden om verwarring van de touwen te voorkomen. Ze haalden 2½ bocht van elk der touwen in. ’s Avonds bedaarde het weer, waarna twee Vlielander loodsschuiten langszij kwamen. Daar de kapitein in de gegeven omstandigheden hulp nodig had kwam hij met de loodsschippers een som van 800 gulden overeen wanneer zij schip en lading naar Harlingen zouden slepen. Dit was de laagste prijs die de schippers wilden accepteren, waarin de kapitein tot behoud van schip en lading wel gedwongen was toe te stemmen.
Drie loodsen stapten aan boord en lichtten het beste anker om gereed te zijn. Later kwam nog een derde loodsschuit bij het schip. Vanwege de ZW storm was er geen gelegenheid te vertrekken, zodat de schuiten weer naar Vlieland voeren met achterlating van vier loodsen.
De 22e, bij een harde W-NW koelte met mist en regen gingen ze anker-op, met twee schuiten voor om te slepen. De derde schuit zeilde daar voor, al peilende met de pligt geerde (peilstok). Het schip stuurde slecht, liep uit het roer en geraakte aan de grond. Spoedig bracht men een zwaar werpanker uit om het weer af te winden, maar dat lukt niet omdat het water wegviel. Ze brachten de dekbalken (deklading) naar voren, hingen de sloep van het schip onder de boegspriet en lieten een schuit bij het schip komen om enig touwwerk uit de roef, zeilen en andere goederen over te nemen tot verlichting van het schip teneinde vlot te komen. Dit hielp niet en met laag water stond er maar een Nederlandse el (meter) bij het schip. Met het volgende tij werd vergeefs geprobeerd met het werpanker vrij te komen. ’s Nachts bleven de schuiten bij het schip.
Op de 23e stootte het schip rond 5 uur zwaar bij een noordelijke wind en onstuimige zee. Om het achterschip te lichten werd het zware touw aan een van de schuiten overgegeven om uit te steken. Het resultaat was dat het schip gaandeweg al stotende vooruit kwam en tegen hoog water vlot werd, maar waarbij de scheepssloep, die vol water onder de boegspriet hing, verloren ging. Nadat het zware werpanker was binnengehaald begonnen ze weer het schip te slepen. Met een WNW wind en onstuimige zee bereikten ze tegen 1 uur de zuider ton op vier vadem water en gingen ten anker. Het schip had zo zwaar gestoten dat het veel water maakte en de kompassen uit de beugels en van de pen waren gestoten. ’s Nachts werd het mooi weer en werd het beste ankertouw van de schuit weer aan boord gebracht.
De 24e was het mooi weer bij een westelijke wind. Met laag water lichtten ze het anker en gaven het kabeltouw aan de twee schuiten om het schip verder te slepen, waarvoor ook de derde schuit werd ingezet. De grote boot werd overboord gezet om het schip te lichten zodat over de Polle kon worden gekomen. De grote boot raakte door de hoge zeeën echter vol water en werd daarbij ontramponeerd (vernield). Tegen de middag bereikten schip en lading behouden de haven van Harlingen.
De kapitein heeft op de 25e het loon voor de bewezen hulp der schuiten en manschappen door goede mannen (arbiters) laten regelen en uitspreken.
Comparanten verklaren dat het schip op de grond zwaar heeft geleden, dat ook het roer veel heeft geleden en geheel los hangt, dat met de sloep al het toebehoren is verloren gegaan, dat de ankertouwen zwaar geschavield zijn, dat hun kabeltrossen met het slepen als anderszins sterk geleden hebben.
De 28-jarige loods Engel Koudenburg uit Vlieland, die vanaf 18 november steeds aan boord was gebleven, bevestigde dat bovenstaande verklaring de zuivere waarheid is.
Alle comparanten verklaarden dat ze zoveel mogelijk op de pompen hadden gepast en gepompt, dat zij van de lading niets hadden ontvreemd en dat alle rampen en schaden zijn veroorzaakt door de woede der zee, Gods weer en wind, buiten schuld, negligentie (onachtzaamheid) of toedoen van hen, noch van hun kapitein die betuigt de voorschreven verklaring in alle opzichten te affirmeren (bevestigen)
Harlingen, 1 december 1831
1832
LC 080532
Advertentie. De notaris Wijma te Harlingen zal aldaar op woensdag den 23 mei 1832, des namiddags ten 2 ure bij de beschrijving, en des avonds ten 6 ure bij de eindelijke toewijzing, telkens in het Sociëteits Lokaal van L. Rimkema, bij de Grote Sluis, publiek veilen het wel zeilend kofschip (opm: bouwjaar 1816), genaamd CHRISTINA, groot 115 à 120 roggelasten, gevoerd bij kapitein Arend Oosterbaan, van Amsterdam, liggende zonder grote mast en tuig in de Zuiderhaven te Harlingen, met zodanige inventaris als bij biljetten nader wordt opgegeven, en op voorwaarden als ten kantore van voormelde notaris te lezen zijn.
OHC 170532
Men presenteert op woensdag den 23ste mei 183 2 te Harlingen, door den Notaris Wyma, aan de meest biedende publiek te verkopen: Een welbezeild kofschip, genaamd CHRISTINA, lang over steven 23 ellen, 3 palmen, wijd over het berkhout 6 ellen, 6 palmen, hol in het ruim 3 ellen, 3 palmen, en alzo groot 115 a 120 roggelasten, en zulks zonder grote grootmast en tuig, maar met bezaansmast en tuig, zeilen, ankers, touwen en verdere scheepsgoederen en gereedschappen; gevoerd door kapitein A. Oosterbaan van Amsterdam; liggende in de Zuiderhaven, bij de Kraan, te Harlingen. De Verkoping zal geschieden in het Sociëteit lokaal van L. Rimkema, aan de Groote Sluis, des namiddags, ten 2 ure, bij beschrijving, en des avonds ten 6 ure bij eindelijke toewijzing. Iemand nadere onderrichting begerende spreke met den bovengenoemden Notaris te Harlingen, of met Brouwer en van der Sluys, op den Buitenkant, bij Zeemanshoop; C. de Grys en Zonen op de Brouwersgracht bij de Brouwersstraat; J. de Rooi in de Haringpakkerij; Kranenborg en van Maurik in de Oude Teertuinen, of P. Hendrik Bodeman, op den Singel, bij het Kleèrveer, makelaars en cargadoors te Amsterdam.
Tijdens de veiling vond het volgende plaats:
Boekhouder J.H. Bodeman was als opdrachtgever tot de verkoop namens partners niet alleen verkoper, maar met 5.500 gulden + lasten en zwarigheden op 23 mei ook de hoogste bieder.
’s Avonds vond de afslag plaats, beginnende bij 2.000 gulden en aflopend. Bij 475 gulden werd het schip ‘gemijnd’ door Bodeman. Deze som werd aan de biedprijs toegevoegd om tot de totale koopprijs te komen van 5.975 gulden.
Daarmede was Bodeman in principe koper, maar hij wilde deze zitdag prolongeren, waarna werd bepaald dat de zitting op woensdag 6 juni zou worden voortgezet.
Bodeman had ook het resultaat van de veiling kunnen accepteren en een nieuwe laten uitschrijven. Door prolongatie bleef het dezelfde veiling, een nieuwe veiling zou meer (gerechts)kosten hebben gevergd. Een slimme oplossing.
Op deze veiling bood niemand hoger dan 5.975 gulden. Daarop bracht de notaris het schip in (de eindelijke) slag. Van de gelegenheid om te ‘mijnen’ (door ‘mijn’ te roepen) werd geen gebruik gemaakt, zodat Bodeman eigenaar bleef.
De veilingkosten, incl. door de notaris betaalde voorschotten, registratierechten enz. waren voor rekening van de koper. Om een hoge bieding te stimuleren werd door de verkoper voor de hoogste bieder een premie, strijkgeld, uitgeloofd. Dat was in die tijd vaak 10 gulden.
Doordat Bodeman bij de biedingen van 23 mei het hoogste bod had uitgebracht had hij recht op strijkgeld. Nu hijzelf ook koper was geworden (ongetwijfeld namens andere partners) kon hij dit bedrag in zijn zak houden, dan wel alsnog verrekenen tussen de verkopende en kopende partners.
1833
Op 24-10-1833 wordt voor de HARMONIE door J.H. Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. J.H. Henning.
Het is opvallend dat ruim een jaar was verlopen sinds het schip was aangekocht door een nieuwe combinatie partners. Enerzijds begrijpelijk, want het schip was vrij zwaar beschadigd geweest, anderzijds was de situatie op de vrachtenmarkt dusdanig slecht dat opleggen nog niet zo’n slecht idee was. Het kan ook zijn dat boekhouder Bodeman door de zwakke markt grote moeite had nieuwe partners in de rederij te interesseren.
AH 061133
Advertentie. Schepen in lading. Naar Livorno en Genua. Het Nederlands kofschip DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooij en C.J. de Grijs en Zoon.
AH 181133
Uitgezeild: Texel, 15 november. WILHELMINA, kapt. J.N. Klint, van Suriname; HARMONIE, kapt. J.H. Henning, naar Genua en Livorno.
AH 301133
Te Ramsgate. 22 november; HARMONIE, J.H. Henning van Amsterdam, naar Livorno bestemd.
1834
OHC 150234
De schepen WILHELMINA, kapt. Klint, van Amsterdam naar Suriname, de HARMONIE, kapt. Henning, van Amsterdam naar Genua en Livorno en ANNA DOROTHEA, kapt. Locke, van Amsterdam naar St. Ubes of Port á Port (opm: Setubal resp. Porto), te Ramsgate binnen, hebben den 7de en 9de februari derzelver reizen vervolgd.
AH 260433
Binnengekomen: Gibraltar, 26 maart. HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Amsterdam; MARGARETHA, kapt. L.J. Don, van Vlaardingen.
AH 020534
Binnengekomen: Livorno, 15 april. DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Amsterdam.
AH 100934
Livorno, 29 augustus. Vertrokken HARMONIE, J.H. Henning, naar Amsterdam.
AH 121134
Binnengekomen: Texel, 10 november. De schepen gisteren gemeld: VERWISSELING, kapt. C. van der Drift, van Villa-Nova; HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Livorno; CATHARINA, kapt. H.G. Lever, van Bayonne.
AH 151134
Advertentie. Schepen in lading. Genua en Livorno. Het Nederlandse kofschip HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooy en C. de Grys en Zoon.
AH 191134
Carga-lijsten Amsterdam: HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Livorno met vermicelli, komijn, drogerijen, senebladen, kunstwerken, boeken, klederen, marmer, albast, succade, drop, olie, potasch, borax en koopmanschappen.
1835
AH 070335
Advertentie. Schepen in lading. Naar Livorno en Genua. Het Nederlands kofschip de HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooy en C.J. de Grys en Zoon.
Op 09-03-1835 wordt voor de HARMONIE door J.H. Bodeman uit Amsterdam een Turkse pas aangevraagd voor kapt. J.H. Henning.
AH 250535
Genua. Brief 11 mei. Binnengekomen HARMONIE, J.H. Henning van Amsterdam.
1836
RC 050136
Rotterdam, 4 januari. Het schip DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Livorno naar Amsterdam, te Cowes binnen, heeft de 28e december de reis voortgezet.
AH 150136
Carga-lijsten Amsterdam: HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Livorno met marmer, drogerijen, galnoten, borax, siena aarde, strooizand, marmeren vloerstenen, pleisterwerk, wol, albastwerk, macaroni, kunstwerken; geneverbessen, tabakstelen; koopmanschappen en potasch.
RC 260136
P.J. Staedel, makelaar, zal op vrijdag den 29 januari 1836, door de deurwaarders Theesing en Farret, te Amsterdam, des middags ten twee ure, verkopen: 156 balen Italiaanse jeneverbessen, zo gezond als beschadigd, gelost uit het schip de HARMONIE, kapitein J.H. Henning, van Livorno, liggende als bij biljetten nader wordt aangewezen.
AH 290136
Advertentie. In lading naar: Genua en Livorno. Het Nederlands kofschip DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooy en C.J. de Grys en Zoon.
AH 260336
Advertentie. In lading naar: Triëst. Het Nederlands kofschip DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooy.
Op 26-03-1836 wordt voor de HARMONIE door J.H. Bodeman uit Amsterdam een zeebrief en Turkse pas aangevraagd voor kapt. J.H. Henning.
AH 020536
Uitgezeild: Texel, 30 april. HARMONIE, kapt. J.H. Henning, naar Triëst.
AH 071036
Cette, 27 september. Binnengekomen HARMONIE, Henning van Fiume.
1837
AH 150237
Cette, 1 januari. Uitgezeild HARMONIE, Henning naar Amsterdam.
AH 250437
Texel, 22 april. Binnengekomen HARMONIE, J.H. Henning van Cette.
OHC 130537
H. Heyblom en R.G. Ruardi, makelaars, zullen op vrijdag den 19 mei 1837, des avonds ten zes ure, in de Keizerskroon, in de Kalverstraat te Amsterdam, verkopen: Een partij van 10/ 2 ps. Roussillon wijn, gewas 1836, gelost uit het schip de HARMONIE, kapt. Henning, laatst van Cette. Liggende als nader bij notitie wordt aangewezen.
GRC 250737
Sontpassage, 12 juli. HARMONIE (Amsterdam), J.H. Henning van Nerva naar Amsterdam.
GRC 220837
Sontpassage, 14 augustus. HARMONIE (Amsterdam), J.H. Henning van Amsterdam naar Riga.
AH 250937
Bolderaa, 10 september. Uitgezeild HARMONIE, J.H. Henning naar Amsterdam.
GRC 031037
Sontpassage, 22 september. HARMONIE (Amsterdam), J.H. Henning van Riga naar Amsterdam.
AH 061037
Cargalijst Amsterdam. HARMONIE, J.H. Henning van Riga met een lading hout en 5 balen veren.
AH 241137
In lading te Amsterdam: Genua en Livorno. Het opnieuw gezinkte Nederlandse kofschip DE HARMONIE, kapt. J.H. Henning. Adres bij J. de Rooij en J. de Grys en Zoon.
1838
AH 080138
Texel, 6 januari. Uitgezeild HARMONIE, J.H. Henning naar Genua.
AH 230238
Genua, 10 februari. Binnengekomen HARMONIE, Henning van Amsterdam.
AH 220338
Cette, 11 maart. Binnengekomen HARMONIE, Henning van Genua.
AB 221138
Texel, 20 november. Binnengekomen HARMONIE, J.H. Henning van Drammen.
1839
Op 24-01-1839 wordt voor de HARMONIE door J.H. Bodeman uit Amsterdam een zeebrief aangevraagd voor kapt. J.H. Henning.
OHC 230239
Amsterdam, 22 februari. Den 21ste dezer is in Texel niets binnengekomen, maar uitgezeild het schip de HARMONIE, kapt. Henning naar Suriname.
AH 270239
Texel, 25 februari. Terug uit zee HARMONIE, J.H. Henning.
AH 060339
Texel, 4 maart. Uitgezeild HARMONIE, J.H. Henning naar Suriname.
SUC 210439
Paramaribo, 19 april. Binnengekomen het schip de HARMONIE, kapt. J.H. Henning van Amsterdam, hebbende 45 dagen reis.
SUC 260539
Paramaribo, 18 mei. Uitgeklaard het schip de HARMONIE, kapt. J.H. Henning met 254 vaten suiker,15 balen gebroken koffie en 19 balen schone katoen.
AH 230739
Cargalijst Amsterdam. de HARMONIE, J.H. Henning van Suriname met 254 vaten suiker,15 balen koffie en 19 balen katoen.
AH 070839
In lading te Amsterdam naar: Suriname. Het gezinkt schooner kofschip de HARMONIE, kapt. J.H. Henning, van Amsterdam Adres bij B.D. Bosscher.
Op 17-08-1839 wordt voor de HARMONIE door J.H. Bodeman uit Amsterdam een zeebrief aangevraagd voor kapt. Jacob Addicks.
OHC 310839
Texel, 28 augustus. Uitgezeild HARMONIE, J.H. Henning naar Suriname.
AH 300839
Texel, 28 augustus. Uitgezeild HARMONIE, J. Addicks naar Suriname.
SUC 141139
Paramaribo, 9 november. Binnengekomen het schip HARMONIE, kapt. J. Addicks van Amsterdam, hebbende 70 dagen reis.
SUC 161139
Paramaribo. In lading naar Amsterdam het Nederlands kofschip HARMONIE, kapt. J. Addicks. Adres bij Gebroeders Reijns.
1840
ZP 040240
De 17de december waren te Suriname bezig met laden de schepen ANNA EN MARIA, kapt. Steenveld, TRITON, kapt. Kiers, JULIA, kapt. Hilbrands, CLASINA ADRIANA, kapt. Nielsen (alle om de 2de januari te vertrekken), PARAMARIBO, kapt. Topper, (om de 8ste januari te vertrekken) HARMONIE, kapt. Addiks
ZP 240440
De 24e april zijn te Amsterdam gearriveerd de schepen:
THEODORA EN SARA, kapt. J. Schut, van Batavia met thee, enz., liggende in het Oosterdok, HARMONIE, kapt. J. Addiks, van Suriname met suiker en katoen, liggende in het Oosterdok.
AH 240440
Cargalijst Amsterdam. HARMONIE, J. Addicks van Suriname met 42 vaten suiker, 61 balen katoen, Gebr. Reyns; 192 vaten suiker, Order; 7 balen katoen, J. Haase.
AB 080640
Amsterdam. In lading naar: Suriname, het gezinkt schooner kofschip de HARMONIE, kapt. J. Addicks, van Amsterdam. Adres hij R. D. Bosscher
OHC 020740
Texel, 29 juni. Uitgezeild HARMONIE, kapt. Addicks naar Suriname.
SUC 300840
Paramaribo, 28 augustus. Binnengekomen het schip HARMONIE, kapt. J. Addicks, van Amsterdam, hebbende 60 dagen reis.
SUC 180940
Paramaribo. In lading naar Amsterdam het gezinkt schoener kofschip HARMONIE, kapt. J. Addicks. Adres bij Gebroeders Reijns.
SUC 251140
Van 's Lands Etablissement van Houtveiling aan de rivier Coppename, uitgeklaard 19 november, het schip HARMONIE, kapt. J. Addicks, geladen met 94 balken en kromhouten, diverse houtwaren, als: bolletrie, cabbes, groenhart, locus, peto en purperhart, te samen metende 4588 kubiek voeten.
1841
AH 020241
Carga-lijsten Amsterdam: HARMONIE, kapt. J. Addicks, van Coppename met hout.
SUC 130741
Paramaribo, 10 juli. Binnengekomen het schip HARMONIE, kapt. J. Addicks, van Amsterdam, hebbende 58 dagen reis.
SUC 200741
Paramaribo. In lading naar Amsterdam via Coppename: het schoener kofschip HARMONIE, kapt. J. Addicks. Adres bij Gebroeders Reelfs
SUC 280741
Paramaribo, 24 juli. Uitgeklaard HARMONIE, kapt. J. Addicks naar Amsterdam via Coppename met 14 balen schone katoen.
SUC 190941
Uitgeklaard van 's Lands Etablissement van houtveiling, aan de rivier Coppename: Den 8 september het schip HARMONIE, kapt. J. Addicks; lading: 5014 kubiek voeten diverse houtwaren.
AH 221141
Het schip (opm: kof) HARMONIE, kapt. J.F. de Jong, voor wijlen kapt. J. Addicks, van Coppename naar Amsterdam is volgens brief van Den Helder, dd. 18 november, de vorige dag bij Petten gestrand, doch het volk gered. (opm: zie ook PGC 261141)
PGC 261141
Amsterdam, 22 november. Aangaande het stranden op de 17e november, van de uit Suriname naar Amsterdam bestemde kof HARMONIE (opm: bouwjaar 1816), verneemt men, dat na het mislukken van de pogingen van de bemanning van de reddingsboot om het wrak te naderen, waarbij die boot door de vreselijke baren met zodanige kracht naar het strand werd teruggeworpen, dat dezelve een gat in de bodem bekwam, het meer en meer toenemende gevaar en angstgeschrei van de schipbreukelingen enen man deed te voorschijn treden, die met een touw om het lijf gebonden, gans alleen onderneemt het schip te naderen, hetgeen hem na onbeschrijfelijke inspanning, in zoverre gelukt, dat hem een touw van boord kon worden toegeworpen, hetwelk hij na vele vruchteloze pogingen weer te grijpen en vervolgens geheel afgemat naar het strand terugkeert. Daar gekomen, wordt het touw aan de reddingboot gehecht en deze, waarin zich de schipper Siewertsen en de timmerman hadden begeven, door de schipbreukelingen naar het reddeloze schip getrokken. Op deze wijze werd de manschap gered, waarbij echter de laatste man overboord viel, doch door de beide bootslieden voor een wisse dood werd behoed.
De man, die de gemeenschap tussen het strand en het schip heeft daar gesteld, is de te Petten woonachtige echtgenoot en vader Pieter den Hertog. Met zijn edele daad geluk gewenst wordende, antwoordde hij: “Het is mijn plicht; Goddank, dat ik mijn oogmerk mocht bereiken".
AH 271141
Advertentie. Met een diep gewond hart vervul ik de treurige plicht, vrienden en bekenden het overlijden van mijn geliefde echtgenoot, Jacob Addiks, in leven kapitein op het schip DE HARMONIE, te berichten: zijn natuurkrachten bezweken aan de gevolgen van hevige koortsen, op deszelfs te huis reis van Coppename, op de 10e september, in de ouderdom van 45 jaren, na een genoeglijk echtvereniging van 15 jaren, mij nalatende vijf kinderen, waarvan de oudste 14 en de jongste slechts 2 jaren bereikt heeft. Diep bedroefd staar ik de overledene na, doch in de hoop van een zaliger weerzien is alleen in staat mijn smart te lenigen, waardoor ik ook verzoek van brieven en rouwbeklag verschoond te blijven.
Amsterdam, 26 november 1841, Wed. J. Addiks, geb. J. Barendorp
1842
UC 030242
De 17e november 1841 is bij Petten gestrand het schip HARMONIE, kapt. De Jong voor wijlen kapt. Addicks, van Coppename naar Amsterdam. Het volk is gered.
GRC 110342
Rotterdam, 8 maart. Sedert 1 november 1840 tot ultimo november 1841 zijn door de zorg van de Noord- en Zuid-Hollandsche Reddingmaatschappij van de op deze kusten gestrande schepen twintig manschappen van de equipages gered, als:
- een persoon van het schip VROUW HILLECHINA, de 17e november 1840 op Vlieland;
- negen van de stoomboot LA NEVA, de 5e september 1841 te Callantsoog;
- drie van het schip LA BONNE MÈRE, de 18e oktober van dat jaar op Vlieland;
- zeven van het schip HARMONIE, de 17e november van genoemd jaar te Petten.
Bedragende thans het getal van de geredde personen, van de oprichting van de Maatschappij af, vijfhonderd achtenveertig.