Familiegegevens en opleiding
Bandick Friedrich Ipsen werd geboren te Hooge in het Holsteinische op 07 augustus 1798.
Hij trouwde met Maria Frederica de Bruyn, geboren te Amsterdam 02 oktober 1803.
Bandick overleed in 1839
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
B.F.Ipsen werd met nr.304 effectief lid van Zeemanshoop per 17 november 1829 op voorspraak van D.Krayer. Zijn schip was de "Sophia Cecilia"002.
Bandik Frederik Ipsen, wonende in de Grote Wittenburgerstraat te Amsterdam op de werf de Vrede, oud 32 jaar, voerende de brik Rosina, werd op 10/17 november 1829 met vlagnummer 304 voorgedragen/benoemd als effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop op voordracht van kapitein D.Krayer023.
Hij werd deelnemer van het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop per 09 juli 1832003.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 31 oktober 1839 vraagt de wed. van kapitein B.F.Ipsen, geb. M.H. de Bruijn om een uitkering voor haar en haar 3 kinderen. Deze wordt haar in de vergadering dd 28 november 1839 toegekend met ingang van 01 augustus 1839 042
In de notulen dd. 17 december 1839 van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop staat het verzoek van M.F.de Bruijn, de weduwe van kapitein B.F.Ipsen, om en uitkering voor haar en haar drie kinderen welke werd toegestaan per 01 augustus 1839.023.
De schepen van de kapitein
lidmaaschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
304 1829-1830 brik Rosina geen opgave
1831 brik Sophia G.C.Bosch Reitz
1832-1833 barkentijn Sophia Cecilia idem
1834-1835 bark Sophia Cecilia idem
199 1836-1837 bark Sophia Cecilia idem
1838 fregat Wilhelmina Lucia idem
Bouma025 vermeldt B.F.Ipsen als gezagvoerder gedurende:
* 1830 t/m 1838 van de brik “Rosina”, gebouwd in 1809, bouwlocatie niet vermeld, 200 ton o.m., varend voor F.Machielsen te Amsterdam;
Volgens Verhoeff086 is deze brik in 1809 gebouwd te Amsterdam als “Amalia Elisabeth”, in 1829 verkocht aan F.Machielsen te Amsterdam, die het schip herdoopte in “Rosina”. Dezelfde reeder herdoopte het schip in 1831 in “Sophia”.
* 1831 van de brik “Sophia”, gebouwd in 1809, bouwlocatie niet vermeld, 200 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam;
* 1832 t/m 1837 van hetzelfde schip maar nu varend voor F.Machielsen te Amsterdam;
* 1833 t/m 1838 van de barkentijn “Sophia Cecilia”, gebouwd in 1807, bouwlocatie niet vermeld, 310 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam;
Uit de diverse vaarperioden van kapitein B.F.Ipsen blijkt dat hier iets niet klopt. Ook de vergelijking met de opgaven uit de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart001 (zie hiervoor) duidt daarop. Ik houd het erop dat de opgaven uit de AAKZ correct zijn en die uit Bouma niet. En zie ook de bovenstaande opmerking van Verhoeff.
* 1839 t/m 1840 van het 3/mschip “Wilhelmina Lucia”, gebouwd in 1838 te Middelburg, 755 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam.
Overige bijzonderheden
"De Drie Gebroeders" op de rede van Paramaribo057:
13 december 1837 "... heden vertrok hier Captijn Ipsen bark Sophia Sesilia ...".
Monsterrol dd. 27 oktober 1836 van de bark "Sophia Cecilia" onder gezag van Remke de Weerd pp. van Bi.F.Ipsen en met 15 manschappen. Bestemming Suriname. Boekhouder Bosch Reitz011.
p.p.=plaatsvervanger. De datering van de monsterrol is vrij lang vòòr de vertrekdatum uit Paramaribo i.c. 14 maanden eerder. Vermoedelijk heeft er nog een reis tussen gezeten die onder gezag van Ipsen stond.
Familiegegevens en opleiding
Jeppe Pieters Carst werd geboren te Schiermonnikoog op 07 juli 1802 als zoon van Pieter Jeppes Carst en Martje Jacobs Meyer..
Hij huwde te Schiermonnikoog als kapitein op 02 oktober 1828 met Christina Christiaans Jaski, geboren te Schiermonnikoog op 21 september 1805 als dochter van Christiaan Jans Jaski en Geertruida Remts Coerkamp. Zij overleed de Haarlem op 29 oktober 1877.
Jeppe overleed op 10 januari 1861 te Batavia.060
Javabode 19 januari 1861
Op den 10den Januarij ll, is alhier na eene kortstondige doch hevige ziekte overleden, de Heer J.P.Carst, in leven gezagvoerder van het Nederl. Schip Argonaut.
R.JASKI CARST
Eenige en Algemeene kennisgeving
Jeppe Pieters Carst werd geboren te Schiermonnikoog op 07 juli 1802 als zoon van Pieter Jeppes Carst en Martje Jacobs Meyer. Hij huwde te Schiermonnikoog op 02 oktober 1828 met Christina Jaski, geb./ged. te Schiermonnikoog op 21-09/06-10 1805 als dochter van Christiaan Jansz Jaski (zie aldaar) en Geertruida Remts Courcamp. Jeppe was, net als zijn schoonvader koopvaardijkapitein, en overleed te Batavia op 10 januari 1861. Zijn vrouw Christina overleed te Haarlem op 29 oktober 1877046.
Op pagina 163 van: Louise Mellema - "Schiermonnikoog Lytje pole". Uitgave Fryske Akademy nr.438. 1973. 280pp. staat een portret van Jeppe Pieters Carst
“Die Kapt. J.P.Carst was de eeste kapitein van de “Argonaut” en stierf in Hongkong nadat het schip daar was aangevaren”. (schriftelijke mededeling T.F.J.Pronker - Vlieland, dd 18 juli 2002).
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
J.P.Carst werd met nr.373 effectief lid van Zeemanshoop per 14 januari 1834 op voorspraak van P.J.Carst. Zijn schip was de "Thetis"002.
In de Algemene Vergaderingen van 07/14 januari 1834 van het College Zeemanshoop werd voorgedragen/benoemd tot effectief lid Jeppe Pieters Carst, oud 31 jaar, wonende in de Groote Bikkerstraat te Amsterdam, voerende de schoenerkof Koophandel, op voordracht van kapitein Pieter J.Carst. Zijn vlagnummer werd 373023.
Jeppe Pieters Carst werd lid van het Weldadig Zeemanfonds per 09 maart 1841003.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 06 juni 1861 doet de wed. J.P.Carts-Jaski een verzoek om een uitkering welke haar in de vergadering van 25 juli 1861 is toegestaan met ingang van 01 februari 1861.042.
In de notulen van de Algemene Vergadering dd 06 augustus 1861 staat vermeldt dat per 01 februari 1861 een uitkering in de 1e klasse is toegekend aand de wed. J.P.Carst geb. Jaski voor haar en 1 kind “mits overleggende doodacte van haren man en moge blijken dat het kind geregtigd was.023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
373 1834 sch.kof de Koophandel Salm,Heemskerk en Co
1835 pink Nederland idem
260 1836 pink Nederland idem
1837-1839 sch.brik Thetis B.Kooij Jz
1840-1853 fregat Wilhelmina Lucia G.C.Bosch Reitz
75 1854-1858 fregat Wilhelmina Lucia idem
1859-1860 bark Argonaut de Coning en Co
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093:
J.P.Carst Argonaut 29 maart 1858 01 mei 1861
Bouma025 vermeldt J.P.Carst als gezagvoerder gedurende:
* 1833 van de sch.kof “Jonge Reintje”, gebouwd in 1826 te Veendam, 104 ton o.m., varend voor de Vries & Co te Amsterdam;
* 1834 t/m 1836 van de schkof “Koophandel”, gebouwd in 1833, bouwlocatie niet vermeld, 200 ton o.m., varend voor Salm, Heemskerk & Co te Amsterdam;
* 1836 t/m 1837 van de pink “Nederland”, gebouwd in 1807, bouwgegevens niet vermeld, 363 ton o.m., varend voor de Groenland en Straat Davis Visserij te Harlingen;
* 1838 t/m 1840 van de schbrik “Thetis”, gebouwd in 1837 te Amsterdam, 130 ton o.m., varend voor B.Kooy Jz te Amsterdam;
* 1841 t/m 1852 van het 3/mschip “Wilhelmina Lucia”, gebouwd in 1838 te Middelburg, 755 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam;
* 1853 t/m 1859 van hetzelfde schip maar nu getuigd als bark;
* 1860 van de bark “Argonaut”, gebouwd in 1858 op de weerf van F.F.Groen te Amsterdam 387 ton o.m., varend voor Brantjes & v/d Drift te Purmerend.
Overige bijzonderheden
Pieter Derk Hendrik Bernardus de Haan werd vanuit de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam als ligtmatroos geplaatst op de Wilhelmina Lucia onder kapitein Karst(sic) voor een reis van Amsterdam naar Batavia. Hij keerde terug op 28 februari 1846004(533/1962).
Op 13 april 1859 vertrok van de rede van Texel het nieuwe clipperschip ("op de eerste reis") "Argonaut" van Brandjes en van der Drift te Purmerend onder kapitein J.P.Carst025 en arriveerde te Batavia op 19 juli na een reis van 96 dagen026(38/049).
In een e-mail dd 02 juni 2005 van de heer R.R. van Staveren staat de mededeling, dat hij in de nalatenschap van J.Teensma (die de korte kapiteinsstukjes schreef in de Schiermonnikoger Dorpsbode061) een foto vond van de “Wilhelmina Lucia”, 1840, kapitein Carst “komende ter Rheede van Batavia.” Het schip draagt de nummervlag 373 van “Zeemanshoop”.
In een boekwerkje “Nederlandse Zeilschepen 1813 – 1880”, van L.Smit en H. Hacquebord, staat op blz. 43 o.m. het volgende:
“De “Argonaut” was in 1858 gebouwd op de werf van F.F. Groen te Amsterdam, voor rekening van rederij Brandjes en Van der Drift te Alkmaar. De tonnemaat was 387, de lengte 39,30 m, de breedte 5,60 m en de holte 3,94 m. De verhouding van lengte tot breedte duidt op de klippervorm en de illustratie (een foto van de Argonaut is eveneens afgebeeld in genoemd boekwerkje) laat ook voldoende zien hoe fijn de belijning van de bark was. Intussen was de dood van kapitein J.P. Karst onnodig gebleken, daar de “Argonaut” werd gelicht en naar Amsterdam teruggezeild (In 1860 werd het gloednieuwe schip in de haven van Hongkong aangevaren door het stoomschip “Manilla”, waardoor ze tot aan het dek zonk. Kapitein Karst was door dit ongeval zo geraakt, dat hij spoedig er na is overleden). In 1861 zeilt de bark in 78 dagen van Texel naar Batavia. In 1868 voer ze de haven van Yokohama uit om spoorloos te verdwijnen.”
In "Het Nederlandsche Zeewezen" 4e jaargang, 1925, p.181-184 staat een artikel onder de titel “Hoe kapitein Carst naar Japan ging en wat hij daar mee maakte” Het artikel geeft geen auteur. In dat artikel staan een reeks gegevens over andere kapiteins, o.a de vader van Jan de gezagvoerder Jeppe Pieters Carst, en die gegevens heb ik bij die persoon opgenomen.
“Een van de meest bekende en waarschijnlijk wel de meest populaire Nederlander in Yokohama is Kapitein Jan Carst. Door een onzer lezers hiertoe in staat gesteld, geven wij gaarne eenige bijzonderheden weer uit het leven van dezen zeeman en uit dat van zijn vader, beiden mannen, die niet weinig bijdroegen om in het Verre Oosten respect te verwekken voor het Nederlandsche gezag. ….
De vader van kapitein Carst had in 1859 met de Heeren de Coning en Lels de firma Carst, Coning en Lels opgericht. Hij was een van die ondernemende Hollanders, die niet voor een kleintje vervaard zijn. Om zich in die tijd blijvend in Japan te vestigen, was namelijk niet iets waartoe ieder gaarne over ging, omdat de toestand voor vreemdelingen er nog weinig behaaglijk was, hetgeen moge blijken uit het hieronder volgende stuke historie:
31 Maart 1854 sloot commodore Perry een tractaat van vrede en vriendschap tussen Amerika en Japan, en in 1858 sloot Lord Elgin, opperbevelhebber der Britsche zeemacht, een tractaat te Jedo (later Tokio genaamd) en daarna volgden de tractaten met Frankrijk, Rusland en Nederland. Gevolg hiervan was, dat in 1859 de haven van Kanaguwa voor de vreemdelingen geopend werd.
De openstelling van Japan voor de vreemdelingen was niet naar den zin van een groot deel der Japanners, vooral de Daimio’s landheeren zagen hun macht bedreigd, zij werden vreemdelingenhaters en zetten hun onderhoorigen op tegen de vreemdelingen. Door hen en ook door de Ronins, onslagen officieren van de landheeren , werden verscheidene moorden op vreemdelingen bedreven.
Beschrijving van een verscherping van de situatie en een verzoek van de Nederlandse consul om wapens te mogen dragen. Beschrijving van de moord op de Hollandse kapiteins Wessel de Vos en Jasper Nanning Dekker. Zie aldaar.
“Kapitein Jeppe Pieters Carst, gezagvoerder van de Argonaut sedert 5 Sept. 1854 te Yokohama, ontsnapte door een toeval, daar hij juist een paar minuten na het vertrek der heeren de Vos en Dekker, bij den scheepshandelaar kwam, om hem te halen. Even daarna kwam er een Japanner, die vertelde, dat er twee Russische matrozen vermoord waren. IJlings liep kapitein Carst, gevolgd door de heeren Gerlach en Schnell, naar de plaats van het ongeval en bij het licht der maan zagen zij tot hun groote ontsteltenis de lijken van de Vos en Dekker. De slachtoffers waren afgemaakt door sabelhouwen, de heer de Vos was het eerst aangevallen in den rug, had verder sabelhouwen in den nek, boven de dij, boven de knie en eenige houwen op het hoofd. De heer Dekker had de meeste houwen in het gezicht en hoofd en was zijn rechterhand afgeslagen. …”
Verdere beschrijving van de handelingen van de consulen de begrafenis van de twee Nederlandse kapiteins.
“Later werd de Heer J.P.Carst in de door hem opgerichte firma vervangen door een zoon, waarna genoemde firma mede door het uittreden van den Heer de Coning, Carts, Lels en Co werd herdoopt.
In 1864 kreeg Carst, Lels en Co. opdracht om voor Japansche rekening een schip te koopen. De opdracht werd doorgegeven naar Amsterdam, waar een 400 ton metende brik werd aangekocht, die onder de naam Nippon naar Yokohama moest worden gebracht.
Het bevel over dit schip werd aangeboden aan den jeugdigen kapitein Jan Carst, dien we op 27 October 1864 op het schip zien uitvaren. … ” (zie verder bij Jan Jeppeszoon Carst)
NRC 28 mei 1861114
Advertentie. J.J. van der Meulen en W. Bakker Bz, makelaars, presenteren op maandag de 10e juni 1861, des avonds ten 6 ure precies, in de Nieuwe Stads Herberg aan het IJ te Amsterdam, ten overstaan van de deurwaarder J. Dupont Noordbeek, te verkopen: een buitengewoon snelzeilend, gekoperd en kopervast, in het jaar 1858 nieuw gebouwd barkschip, varende onder Nederlandse vlag, genaamd ARGONAUT, laatst gevoerd door wijlen kapt. J.P. Carst; volgens Nederlandse meetbrief lang 39 ellen 50 duimen, wijd 5 ellen 60 duimen,hol 3 ellen 94 duimen en alzo gemeten op 387 tonnen of 205 lasten. En dat verder met al deszelfs rondhouten, opstaand en lopend want, ankers, touwen, zeilen, enz. als breder bij inventaris vermeld. Het schip ligt te Amsterdam in het Oosterdok aan de dijk.
Nader bericht bij bovengemelde makelaars of bij de cargadoors de Coningh & Co te Amsterdam.
Familiegegevens en opleiding
George Poolman werd door de Kweekschool voor de Zeevaart te Amsterdam als leerling "ingenomen" per 01 september 1838004(532/1874). Hij werd geboren te Amsterdam op 17 december 1825 als zoon van Jurriaan Poolman "Cargadoor en convooyloper te Amsterdam" en Catharina Boukamp, wonende op de N.Z.Voorburgwal bij het Klimopstraatje nr.106.
Van de vorderingen werden in de periode 1839-1841 drie-maandelijkse rapporten uitgebracht in de vakken zeevaartkunde, schoolonderwijs (nederlands, engels, frans), scheepswerk en tekenen. Hierin zijn geen specifieke opmerkingen geplaatst. Voorts is vermeld:
" 4 febr.1841 geplaatst als ligtmatr. op het schip Anna Eliza Capt.C.Arenspoot naar Batavia voor Amsterdam. Gagie ¦12,-
22 Jan.1842 terug van de reis met goed attest
14 Maart 1842 aangen. tot Lidm der Evang.Luth.Gemeente door Do Loman
24 Maart 1842 gepl. als Ligtmatr. op het schip Jupiter Captn K.de Jong naar Batavia voor Amst. ¦14,-
22 April 1843 terug van de reis met goed attest
26 dito eervol ontslagen".
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
G.Poolman werd met vlagnummer 607 effectief lid van Zeemanshoop per 14 november 1854 op voordracht van S.S.van Dam. Zijn schip was de "Thetis". Toegevoegd is "bedankt"002.
In de notulen van de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop dd 07/14 november 1854 staan vermeld dat tot effectief lid zijn voorgedragen/benoemd George Poolman, geen leeftijd vermeld, voerend de bark “Thetis”, op voordracht van kapitein S.S.van Dam.023.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 30 juni 1859 vraagt H.M.Poolman-Kluter de contributie te mogen betalen, wanneer haar man terug is van de reis op 01 juli. Het verzoek is inmiddels vervallen, omdat de contributie is betaald.042
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 27 september 1860 verzoekt kapitein G.Poolman na opzeggen van het effectief lidmaatschap toch de vlag te mogen blijven voeren. Dit wordt afgewezen als zijnde in strijd met het Reglement.042.
In de notulen van de Algemene Vergadering dd 16 oktober 1860 staat een: “Brief van Kapt. G.Poolman, bedankende voor het Effectief lidmaatschap doch verzoekende de vlag te mogen blijven voeren welk verzoek is afgewezen als in strijd met het Reglement.”023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
607 1854-1856 bark Thetis Boissevain & Kooy
1857-1858 geen vermelding van schip en boekhouder
1859 fregat Wilhelmina Lucia G.C.Bosch Reitz
1860 bark Calypso idem
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093
G.Poolman Calypso 12 september 1860 01 augustus 1861
Calypso 01 februari 1861 geen vermelding
Bouma025 vermeldt G.Poolman als gezagvoerder gedurende:
* 1854 t/m 1856 op de bark “Thetis”, gebouwd in 1844 te Alblasserdam, 319 ton o.m., varend voor Boissevain & Kooy te Amsterdam;
* 1860 van het 3/mschip “Wilhelmina Lucia”, gebouwd in 1838 te Middelburg, 755 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam;
* 1861 t/m 1862 van de bark “Calypso” ex Cornelia, gebouwd in 1847 te Maassluis, 326 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam. Het schip verongelukte op thuisreis vanuit Japan.
Overige bijzonderheden
De bark “Thetis” onder kapitein G.Poolman was op 15 november 1854 te Amsterdam, op 21 februari 1855 te Texel en op 02 mei 1855, via Kaap Hoorn. Te Valparaiso. Op 21 juli 1855 voer het van Chincha naar Callao. Van de terugreis zijn geen meldingen.121
Familiegegevens en opleiding
Dirk Roelof Nolles werd geboren te Woudsend op 14 februari 1812.
Hij huwde met Margaretha Bodemeyer, geboren te Haarlem op 13 oktober 1820 (of 1821?). Zij overleed op 18 december 1888.003 en 118
Hij overleed op 07 juli 1881.
Lidmaatschap zeemanscollege(s)
D.Nolles (adres: J.van Wezel & Zn) werd met vlagnummer 577 effectief lid van Zeemanshoop per 13 april 1841 op voorspraak van D.J.Wiersma. Zijn schip was de “Minister Verstolk”002. Ten tijde van de inschrijving waren Nolles en zijn vrouw 29 en 21 jaar. Ingeschreven staan 7 kinderen en wel Roelof uit 1840; Elisabeth van 15 februari 1843; Pieter van 20 december 1844; Dirk van 01 augustus 1847; Tjeerd van 15 maart 1853; Arnoldus van 05 november 1854 en Roelof van 09 oktober 1850002a.
In de Algemene Vergaderingen van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop van 06/13 april 1841 werd tot effectief lid voorgedragen/benoemd Dirk Nolles, oud 29 jaar, voerend de kof “Minister Verstolk”, wonend in Woudsend, adres bij de Wed. J.van Wezel & Zn te Amsterdam, op voordracht van kapitein D.J.Wiersma. Zijn vlagnummer werd 577.023.
Hij werd deelnemer in het Weldadig Zeemans Fonds van Zeemanshoop per 27 januari 1852003.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s)
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 29 februari 1872 staat een verzoek om onderstand door kapitein D.R.Nolles welke hem in de vergadering dd 18 maart 1872 wordt toegekend ingaande 01 mei 1872.042.
In de notulen van de Bestuursvergadering van Zeemanshoop dd 28 juli 1881 verzoekt de wed. D.R.Nolles, geb. Bodemeyer om de reglementaire onderstand welke haar in de vergadering dd 25 augustus 1881 wordt toegekend ingaande 01 augustus 1881, onder de conditie dat zij de achterstallige contributie betaald. 042.
In de notulen van de Algemene Vergadering van “Zeemanshoop” dd 09 april 1872 staat vermeld dat per 01 mei 1872 een uitkering in de 1e klasse werd toegekend aan kapitein D.R.Nolles. 023.
In de notulen van de Algemene Vergadering van Zeemanshoop dd 06 september 1881 wordt per 01 augustus 1881 een uitkering in de 1e klasse toegekend aan de wed. D.R.Nolles geb. Bodemeijer.023.
De schepen van de kapitein
lidmaatschap van College Zeemanshoop te Amsterdam001
vlagnummer jaren type scheepsnaam naam reder/boekhouder
577 1841-1845 kof Minister Verstolk A.H.& H.A.Tromp te Woudsend
1846-1849 sch.kof Minister Verstolk idem
1850-1853 bark Europa J.Boelen
246 1854-1855 brik Geertruida geen opgave
1855-1859 bark Calypso G.C.Bosch Reitz, Amsterdam
1860-1861 bark Wilhelmina Lucia idem
1862 geen vermelding van schip en boekhouder
1863-1865 brik Adriana Johanna C.Mackenstein, Amsterdam
1866-1881 geen vermelding van schip en boekhouder
Vertrek en terugkomst van schepen in Amsterdam093
D.R.Nolles Wilhelmina Lucia 17 september 1860 04 februari 1862
Adriana Johanna 20 augustus 1864 30 juli 1866
Bouma025 vermeldt D.R.Nolles als gezagvoerder gedurende:
* 1841 t/m 1850 van de kof “Minister Verstolk”, gebouwd in 1841 te Lemmer, 144 ton o.m., varend voor A.H. & H.A.Tromp te Woudsend. Het schip voer in 1850 voor P.Koumans Smeding te Leeuwarden en was herdoopt in “Gustaaf”;
* 1851 t/m 1854 van de bark “Europa”, ex Johanna, gebouwd in 1840 te Dantzig, 358 ton o.m., varend voor J.Boelen te Amsterdam. Het schip is op reis van Callao naar Engeland met guano lek geraakt en afgekeurd;
* 1856 t/m 1860 van de bark “Calypso” ex Cornelia, gebouwd in 1847 te Maassluis, 326 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam;
* 1861 t/m 1862 van het 3/mschip “Wilhelmina Lucia”, gebouwd in 1838 te Middelburg, 755 ton o.m., varend voor G.C.Bosch Reitz te Amsterdam. Het schip werd in 1862 verkocht naar Noorwegen als “Patriot”;
* 1864 t/m 1866 van de brik “Adriana en Johanna”, gebouwd in 1864 te Amsterdam, 208 ton o.m., varend voor C.Mackenstein te Amsterdam;
Het schip liep op 23 april 1864 te water van de werf “Zwarte Werf”, scheepsbouwmeester E.Bok.023.
Overige bijzonderheden
Op 11 november 1858 vertrok vanuit Batavia de “Calypso” van de Reederij G.C.Bosch Reitz te Amsterdam onder kapitein D.R.Nolles. Het schip arriveerde te Texel op 02 maart 1859 na een reis van 110 dagen026(38/075).
D.R.Nolles wordt genoemd als aandeelhouder in de N.V.Friesche Kofscheepsreederij te Woudsend. In de “Lijst van Deelnemers” staat hij vermeld met nr.91, wonende te Amsterdam, met beroep “Zeekapitein” en met de aandelen 105 en 206041.
“Op 16 februari 1812 werd Dirk Roelofs Nolles geboren. Zijn ouders waren Roelof Tjeerd Nolles en Jeltje Dirks Noorderwerf. Het gezin woonde in Woudsend en vader Nolles voer als kapitein op het kofschip de “Tromp” van Age Solkes Tromp. Zoon Dirk trad op 1 juli in dienst van de rederij (de N.V.Friesche Kofscheepsreederij et Woudsend) en het was zijn eerste betrekking als kapitein. Hij kreeg het meteen met de directie aan de stok. Die was gewend dat de kapitein, nog voor dat ze in dienst van de rederij waren, allerlei hand- en spandiensten voor haar verrichtte. Nolles voelde daar weinig voor. Liever maakte hij nog een reis als stuurman. Hij deelde de directie mee dat hij geen onbetaald sjouwerman was en dat werd hem niet in dank afgenomen ... Maar afgezien van deze terreinverkenning konden de heren in de daarop volgende jaren uitstekend met elkaar overweg. Nolles bleek een zeer bekwaam kapitein. Vrij snel na de verkoop van de “Minister Verstolk” werd Nolles kapitein op de bark “Europa” van rederij Boelen. In 1854 werd hij kapitein op de brik “Geertruida” en van 1856 tot 1860 had hij het commando op de bark “Calypso” van rederij Bosch & Reitz. In 1860 vinden we hem terug op de Wilhelmina Lucia” ... Dit schip kwam voor op de beurtlijst van de N.H.M. (Nederlandsche Handel Maatschappij) ...In 1862 ... verhuisde de familie Nolles (vrouw en zeven kinderen) naar Amsterdam. Tot slot van zijn succesvolle carriëre kreeg Nolles het commando over een gloednieuwe brik, de “Adriana Johanna” van rederij Mackenstein. Vanaf 1866 was hij zeeman in ruste. Hij overleed op 7 juli 1881 in zijn woning aan de Zeedijk in Amsterdam041-p.81.
“Vooral in de herfst en winter was het verblijf aan boord geen pretje. Toen kapitein op 3 januari 1843 in Genua arriveerde, schreef hij de directie: “... de koude en het weer met het diep geladen schip en over het water zwalken, uit de natte kooi aan de hals toe in het water ...”041-p.79.
“... op 14 april 1841 voer de “Minister Verstolk” (onder kapitein Nolles) ... naar de Oostzee.” Het schip “voer met dikke mist in het Skagerrak boven op een driemaster. Ondanks een gebroken boegspriet en veel versplinterd hout in de boeg, kon de kapitein de reis voortzetten”041-p.73.
De bark “Europa” onder kapitein D.R.Nolles staat op 29 juli 1852 geregistreerd te Cardiff en vervolgens Panama en op 19 maart 1853 te San Francisco. Het schip heeft dus Kaap Hoorn gerond. Op 17 september 1853 was het schip in Callao, vertrok met guano maar keerde in de haven terug op 02 oktober. Het schip was dermate lek dat het werd afgekeurd. 121.
|